Koen, Francina Elsje (1918-2004)

 
English | Nederlands

KOEN, Francina Elsje, vooral bekend als Fanny Blankers-Koen (geb. Lage Vuursche 26-4-1918 – gest. Hoofddorp 25-1-2004), atlete. Dochter van Arnoldus Koen (1892-1970), agrariër, eigenaar transportbedrijf en ambtenaar, en Helena Houtkoper (1892-1962). Francina Elsje Koen trouwde op 29-8-1940 in Hoofddorp met Johan Blankers (1904-1977), sportjournalist en atletiektrainer. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Francina (Fanny) Koen werd geboren als middelste dochter van vijf kinderen. Binnen een jaar na haar geboorte verhuisde het gezin vanwege een ruzie met de landheer van Lage Vuursche naar een boerderij in Beerta, maar Fanny’s ouders konden niet wennen aan Groningen en verhuisden daarom na enige tijd naar  Hoofddorp, waar haar vader een vrachtwagenbedrijf begon. Later dwong de recessie hem het ondernemerschap in te ruilen voor een baan als ambtenaar. Fanny toonde als kind al veel belangstelling voor sport. Op school was ze geen hoogvlieger, maar voor gymnastiek haalde ze hoge cijfers.

Na de huishoudschool ging Fanny haar moeder helpen in de huishouding. Zo kreeg ze meer tijd om aan sport te doen. Ze blonk uit in diverse sporten – haar eerste medaille behaalde ze bij het zwemmen, maar ze was ook goed in hoogspringen en tennis. Om echt succesvol te worden moest ze zich specialiseren, en ze koos voor atletiek. In 1935 werd ze lid van damesatletiekvereniging ADA (Amsterdamse Dames Atletiekvereniging) en boekte ze haar eerste grote overwinning door het nationale record op de 800 meter voor vrouwen op haar naam te schrijven. Dit succes bleef echter eenmalig, want niet lang hierna besloot men de 800 meter voor vrouwen af te schaffen omdat deze tot onvruchtbaarheid zou leiden. Zo werd Fanny’s sprinttalent ontdekt.

De vliegende huisvrouw

De eerste belangrijke internationale wedstrijd waar Fanny Koen aan meedeed, waren de Olympische Spelen van Berlijn in 1936. Het erepodium zat er voor de toen achttienjarige sprintster nog niet in. Na de Spelen ontstond er ruzie tussen atletiektrainer en sportjournalist Jan Blankers en een deel van de damesatleten. Nog hetzelfde jaar richtte hij een nieuwe atletiekvereniging op: Sagitta, met Fanny als een van de eerste leden. Twee jaar later had Fanny Koen wel succes: bij de Europese kampioenschappen in Wenen (1938) werd ze derde op zowel de 100 als de 200 meter. In augustus 1940 trouwde ze met Jan Blankers. Het echtpaar ging wonen in de Amsterdamse Haarlemmerstraat.

Niet het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, maar haar huwelijk betekende bijna het einde van de veelbelovende atletiekcarrière van Fanny Koen, die zich voortaan Blankers-Koen noemde. Al snel was er namelijk een kind op komst: in augustus 1941 werd Jan jr. geboren. Blankers-Koen besloot met atletiek te stoppen om zich volledig aan haar taak als moeder en huisvrouw te kunnen wijden. Maar ze miste de atletiek en ging al snel weer haar rondjes lopen op de atletiekbaan. Zo kwam ze juist als jonge moeder op haar sportieve hoogtepunt. Ze kon haar prestaties echter niet verzilveren omdat er tijdens de oorlog geen belangrijke toernooien werden georganiseerd.

In 1946 zette Blankers-Koen opnieuw een punt achter haar carrière als atlete, dit keer omdat ze zwanger was van haar tweede kind. Na de geboorte van Fanny jr. vroeg ze zich af of ze het nog kon, daartoe aangezet door de meisjes die door haar man werden getraind. Dat bleek het geval. Blankers-Koen vestigde rond die tijd haar reputatie als ‘de vliegende huisvrouw’: een atlete die tussen de series en de finales van hardloopwedstrijden nog even snel haar dochter borstvoeding gaf. De beelden gingen de hele wereld over.

Blankers-Koen was een veelzijdig atlete. Ze behoorde op verschillende atletiekdisciplines tot de wereldtop. Bij de Olympische Spelen van Londen (1948) wist ze aanvankelijk niet voor welke onderdelen ze moest kiezen: behalve als sprintster kon ze op internationaal niveau ook meekomen op technische nummers als kogelstoten, discuswerpen, verspringen en hoogspringen. Haar man en trainer besloot uiteindelijk dat ze zou starten op de 100 meter, de 200 meter, de 80 meter horden en de 4 x 100 meter estafette. Op alle onderdelen won Blankers-Koen goud, een unieke prestatie. Dit ging echter niet zonder moeite: in de nachten ervoor leed ze aan slapeloosheid en was ze misselijk. Bovendien had ze last van faalangst en miste ze haar kinderen. Jan Blankers moest hemel en aarde bewegen om haar aan de start van de 200 meter sprint te laten verschijnen. Bij terugkeer in Amsterdam werd Blankers-Koen groots onthaald – het onthaal is zelfs een verlaat bevrijdingsfeest genoemd.

Een smet op de carrière van Blankers-Koen was de affaire-Dillema. Na de Spelen in Londen ondervond ze hevige concurrentie van de Friese Foekje Dillema, die echter onder verdenking stond omdat er twijfels waren over haar sekse. ‘Ik loop niet tegen een vent’, was het commentaar van Blankers-Koen, die bekend stond om haar impulsiviteit en gold als een flap-uit. In 1950 werd Dillema inderdaad uit de competitie gezet. Vast staat dat het echtpaar Blankers een rol heeft gespeeld bij deze uitsluiting. Twee jaar later werd Blankers-Koen zelf onttroond. Op de Olympische Spelen in Helsinki viel ze buiten de prijzen omdat ze last had van een steenpuist. Daarna is ze nooit meer terug op haar oude niveau teruggekomen.

In 1955 stopte Blankers-Koen met de wedstrijdatletiek. De jaren daarna begeleidde ze atleten tijdens grote kampioenschappen. Bovendien werd ze regelmatig gevraagd om present te zijn bij officiële gebeurtenissen. Keer op keer zag ze op tegen dit soort representatieve taken, want ondanks haar medailles had ze nog altijd weinig zelfvertrouwen. Tot haar eigen verrassing werd Blankers-Koen in 1999 door de Internationale Atletiek Federatie uitgeroepen tot ‘atlete van de eeuw’. Haar laatste levensjaren, toen ze aan alzheimer leed, woonde ze weer in Hoofddorp. Daar overleed Fanny Blankers-Koen op 25 januari 2004. Ze werd begraven op begraafplaats Wilgenhof in Hoofddorp.

Reputatie

Fanny Blankers-Koen won 4 gouden Olympische medailles en verbrak 12 wereldrecords en 57 Nederlandse records. Ondanks haar successen bleef ze een ‘gewone’ huisvrouw, want sterallures waren haar vreemd. Het verhaal gaat dat voorbijgangers haar meewarig aankeken als ze voor haar deur een mat stond uit te kloppen. Kon ze er na haar gouden medailles geen dienstmeisje op na houden? Door als moeder en huisvrouw te blijven sporten, werd ze zonder het zelf te beseffen hét symbool van de emancipatie van de sportvrouw, ook al heeft ze zelf nooit als rolmodel willen fungeren.

Literatuur

  • Klaas Peereboom, Olympisch logboek 1948 (Amsterdam 1948).
  • Volker Kluge, De Olympische Spelen van 1896 tot heden. Namen, getallen en feiten (Rijswijk 1984).
  • André H. Swijtink, In de pas. Sport en lichamelijke opvoeding in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Haarlem 1992).
  • A.T. Bijkerk en R.D. Paauw, Gouden boek van de Nederlandse olympiërs (Haarlem 1996).
  • A. Heere en B. Kappenburg, 1870-2000. 130 jaar atletiek in Nederland (Nieuwegein 2000).
  • Kees Kooman, Een koningin met mannenbenen. Fanny Blankers-Koen, atlete van de eeuw (Amsterdam/Antwerpen 2003).
  • Rolf Bos, ‘Sokken stoppen was ook leuk. Fanny Blankers, atlete van een andere planeet’, de Volkskrant, 26-1-2004.
  • Henk van der Sluis, ‘Symbool van naoorlogse hoop’, Algemeen Dagblad, 26-1-2004.
  • Henk Stouwdam, ‘Alledaagsheid als kenmerk’, NRC Handelsblad, 26-1-2004.
  • Rob Velthuis, ‘Nietsontziende overgave’, Trouw, 26-1-2004.

Illustratie

Fanny Blankers-Koen wint op de 200 meter sprint haar derde gouden medaille tijdens de Olympische Spelen in Londen. Fotograaf onbekend, 1948 (Nationaal Archief/Spaarnestad).

Auteur: Elias van der Plicht

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 959

laatst gewijzigd: 13/01/2014