Hertogh, Huberdina Maria (1937-2009)

 
English | Nederlands

HERTOGH, Huberdina Maria, ook bekend als Nadra binte Ma’arof en Maria Hertogh (geb. Tjimahi, Ned.-Indië 24-3-1937 – gest. Huijbergen 8-7-2009), speelbal van conflict over adoptie. Dochter van Adrianus Petrus Hertogh (1905-1988), militair, en Adeline Hunter (1918-1995). Bertha Hertogh trouwde (1) op 1-8-1950 in Teluk Belanga (Ned.-Indië) met Abdulkadir al Mansur Adabi (1928-1988), onderwijzer in opleiding; (2) na echtscheiding (3-5-1954) op 19-4-1956 in Bergen op Zoom met Johan Gerardus Wolkenfelt (geb. 1934), meubelmaker; (3) na echtscheiding (8-10-1976) op 27-12-1979 in Ossendrecht met Antonius Christianus Balemans (geb. 1950); (4) na echtscheiding (24-8-1984) op 2-6-1994 in Beuningen met Benjamin Leopold Pichel (geb. 1938), monteur – dit huwelijk werd op 6-12-2004 ontbonden. Uit huwelijk (2) werden 11 kinderen geboren, van wie 1 jong overleed.

Huberdina (Bertha) Hertogh werd op Java geboren als derde van zeven kinderen van een Nederlandse sergeant in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en een Schots-Javaanse moeder. Haar moeder was op jonge leeftijd door een islamitische familie geadopteerd, trouwde op haar vijftiende en bekeerde zich toen tot het katholicisme. Bertha werd katholiek gedoopt. Tot de Japanse inval woonde het gezin Hertogh in de kazerneplaats Tjimahi (Cimahi) nabij Bandoeng (Bandung).

Logé of geadopteerd?

Tussen 1942 en 1945 was de vader van Bertha geïnterneerd – hij werkte aan de Birmaspoorweg. Bertha’s moeder had moeite haar hoofd boven water te houden. Later zou ze verklaren dat ze Bertha daarom voor korte tijd uit logeren had gestuurd bij Aminah binte Mohammad (1901-1976), een kinderloze vriendin van haar moeder uit Bandoeng. Toen ze Bertha op 6 januari 1943 weer wilde ophalen, werd ze gearresteerd en met vijf van haar kinderen geïnterneerd – ze was immers niet-inheems. De vijfjarige Bertha bleek onvindbaar en ontkwam zo aan het kamp. Ze was veilig bij Aminah binte Mohammed, die het kind liet opgaan in de inheemse samenleving.

Na de oorlog bleef Bertha voor haar ouders onvindbaar. Aminah binte Mohammed voedde Bertha islamitisch op en gaf haar de naam Nadra binte Ma’arof. Het gezin verhuisde naar republikeins gebied in Midden-Java, en eind 1947 naar Kemaman in Noord-Maleisië, de geboorteplaats van Aminah binte Mohammed. De laatste verhuizing werd ingegeven door de angst dat Bertha als blank kind gevaar liep tijdens de gewelddadigheden van bersiap. Bertha bezocht er de Chukai Malay meisjesschool en kreeg Koran-lessen. Afgezien van haar uiterlijk onderscheidde zij zich in niets van een Maleis meisje.

Intussen was de rest van het gezin Hertogh in juli 1946 naar Bergen op Zoom gerepatrieerd en hiervandaan zetten de ouders hun zoektocht naar Bertha voort. In september 1949 werd ze gesignaleerd en het Nederlandse consulaat in Singapore vroeg Aminah binte Mohammed het kind te brengen. Aminah binte Mohammed was in de veronderstelling dat de adoptie nu kon worden geformaliseerd, maar Bertha’s ouders eisten hun kind op en boden Aminah binte Mohammed vijfhonderd dollar voor de kosten van haar opvoeding. Zo begon april 1950 het juridische gevecht rond het ouderlijk gezag over de inmiddels veertienjarige Bertha.

‘The Dutch jungle girl’

De affaire ‘Bertha Maria Hertogh’ trok de aandacht van de media. Volgens de publieke opinie in Nederland was de zaak helder: er was sprake van kinderroof, waarbij katholieke media benadrukten dat deze door ‘mohammedanen’ was gepleegd. Aminah binte Mohammed werd bestempeld als ‘collaborateur’ – ze had in de oorlog voor de Japanners getolkt – en een simpele ‘baboe’. De verontwaardiging was dan ook groot toen de Britse rechters – Singapore was een Britse kolonie – Bertha toewezen aan Aminah binte Mohammed vanwege een procedurefout van het Nederlandse consulaat-generaal. Het consulaat ging in hoger beroep, maar in augustus 1950 werd Bertha door haar op dat moment wettige verzorgers uitgehuwelijkt aan de 22-jarige Abdulkadir Mansur Adabi. Zo werd de zaak van ‘the Dutch jungle girl’ wereldnieuws. Adeline Hertogh vloog op kosten van het Nederlandse Bertha Hertog Comité naar Singapore, maar daar bleek dat Bertha niets van haar biologische moeder wilde weten. De publiciteit rond de rechtszaak en het huwelijk gaven de affaire een religieus-politiek karakter. In Pakistan, Indonesië en Saoedi-Arabië zeiden fundamentalistische organisaties morele en financiële steun toe. In Singapore zelf steunde de Malay Nationalist Party (MNP) Aminah binte Mohammed. Adeline Hertogh ontving anonieme dreigbrieven.

Op 2 december 1950 stelde de Britse rechter Bertha’s biologische ouders in het gelijk: het huwelijk was wegens de Nederlandse nationaliteit van de nog altijd minderjarige Bertha ongeldig en zij kregen de voogdij. In Nederland werd het oordeel met gejuich ontvangen: het was het enige verstandige besluit, zo oordeelde de pers nagenoeg unaniem. Bertha en haar moeder werden ondergebracht in een klooster, maar de onrust bleef. Islamitische kranten berichtten dat een islamitisch meisje werd gegijzeld in een katholiek klooster, katholieke kranten meldden dat een christenmeisje was gered uit moslimhanden. Toen het hoger beroep van Aminah binte Mohammed op 11 december 1950 was afgewezen, braken er in Singapore ernstige onlusten uit: 18 doden, ruim 170 gewonden en meer dan 500 arrestanten. Een dag later maakte een KLM-vliegtuig een tussenlanding in Singapore om Bertha en haar moeder mee te nemen. Op Schiphol en in Bergen op Zoom waren duizenden belangstellenden op de been om Bertha welkom te heten. Het Polygoonjournaal vertoonde de beelden van een door emoties overmande vader en een overdonderde Bertha.

In Nederland

Bertha Hertogh sprak alleen Maleis en daarom kwam dagelijks een non aan huis om haar Nederlands te leren. Het huis had permanent politiebewaking en Bertha kon alleen onder politiebegeleiding het huis uit – men hield rekening met ontvoering. De Singaporese overheid vreesde voor een burgeroorlog als Bertha zou terugkeren. In mei 1951 deed Bertha haar eerste communie. Intussen was er geen contact meer met Aminah binte Mohammed en Abdulkadir Mansur Adabi. Voor Bertha was de aanpassing moeilijk. Ze voelde zich misplaatst, werd op straat nagestaard en had heimwee. Bovendien lieten de omstandigheden in huize Hertogh te wensen over: het gezin met zeven kinderen moest rondkomen van een klein pensioen, de vader was ziek en getraumatiseerd, en Bertha werd ieder contact met haar man en adoptieouders verboden. Ze volgde een opleiding tot naaister en werkte als hulp in de huishouding.

Na een mislukte poging om in te treden in een klooster sloot Bertha nog drie huwelijken. In 1956 trouwde ze met Joep Wolkenfelt, met wie ze tussen 1957 en 1971 elf kinderen kreeg. Het paar dreef onder andere het café-pension Het Pumpke in Bergen op Zoom. Na beschuldiging van moordplannen zat ze zestig dagen in voorarrest en scheidde ze in 1976 van Wolkenfelt. De kinderen werden aan hun vader toegewezen. In 1979 hertrouwde Bertha Hertogh met Toon Balemans, een van de mannen die de liquidatie van Wolkenfelt voorbereidde, maar na vier jaar eindigde ook dit huwelijk in een scheiding. In 1994 trouwde ze met Ben Pichel, een dominante man die haar meetroonde naar Lake Tahoe in de VS, waar ze als illegaal zwartwerkte. In 1998 reisde Bertha Hertogh met de NPO-programmamakers van het televisieprogramma 'De Affaire' naar Kemaman, Singapore en Bandung, waar ze haar overgebleven adoptiefamilieleden ontmoette. Met Pichel zou ze er een restaurant beginnen, maar na een half jaar keerden ze berooid terug. In 2004 scheidde ze van Pichel, die haar in de schulden achterliet. Al deze jaren had ze behalve met haar Indo-Europese oma geen contact met de familie Hertogh; het contact met de meeste van haar kinderen herstelde zich.

Op 8 juli 2009 overleed Bertha Hertogh aan leukemie in Huijbergen, op de leeftijd van 72 jaar. Ze stelde haar lichaam ter beschikking van de wetenschap.

Betekenis

In Maleisië en Singapore is Bertha Hertogh nog altijd een icoon van de strijd tegen het westerse imperialisme. In 2009 werd haar leven als theaterstuk gebracht en in 2014 maakte de zender Channel NewsAsia in samenwerking met Monsoon Pictures de vijfdelige documentaire Nadra, over de gebeurtenissen in 1950 die in Singapore Days of Rage worden genoemd. In 2015 schreef Elle van Rijn een geromantiseerd boek over haar: Mijn naam is Nadra.

Archivalia

  • Nationaal Archief, Den Haag: toegang 2.05.297, inv. nr. 196: stukken betreffende het huwelijk en de repatriatie uit Singapore van het jonge Nederlandse meisje Bertha Hertogh; toegang 2.05.44, inv. nr. 2053: stukken betreffende het omstreden huwelijk in Maleisië van de Nederlandse Bertha Hertogh., 1950-1951. Met bijlagen. (Openbaarheid beperkt tot 1 januari 2027); toegang 2.05.117, inv. nr. 12632-12637: artikelen omtrent Huberdina Maria (Bertha) Hertogh 1950-1956.
  • Historisch Centrum Het Markiezenhof Bergen op Zoom: Archief 45, Archief Gemeentepolitie, inv. nr. 67: dossier Bertha Hertogh; Archief 327, Archief Comité Bertha Hertogh, 1950-1962.

Literatuur

  • Tom Earnes Hughes, Tangled Worlds. The Story of Maria Hertogh (Singapore 1980).
  • De Tijd stond even stil, televisieprogramma NCRV, 24-11-1975.
  • A.V.M. Haja Maideen, The Nadra tragedy. The Maria Hertogh controversy (Petaling Jaya 1989).
  • Dingen die gebeuren, radioprogramma KRO, 3-2-1998.
  • De Affaire, televisieprogramma NPS, 22-01-1999.
  • Hans Meijer, ‘Het Hollandse junglemeisje’, NRC Handelsblad, 8-4-2000.
  • Hans Meijer, ‘De Bertha Hertogh-affaire. Een botsing tussen culturen in een dekoloniserende wereld’, in: Marieke Bloembergen en Remco Raben red., Het koloniale beschavingsoffensief. Wegen naar het nieuwe Indië 1890-1950 (Leiden 2009) 267-293.
  • S.M. Khairudin Aljunied, Colonialism, violence and Muslims in Southeast Asia. The Maria Hertogh controversy and its aftermath (Londen 2009).
  • Elle van Rijn, Mijn naam is Nadra (Grave 2015).

Illustratie

Bertha Herthog, door onbekende fotograaf, 1950 (ANP Photo).

Auteur: Arno van der Valk

laatst gewijzigd: 19/10/2016