Hodshon, Cornelia Catharina (1768-1829)

 
English | Nederlands

HODSHON, Cornelia Catharina (geb. Haarlem 24-11-1768 – gest. Haarlem 16-11-1829), opdrachtgeefster van de bouw van het ‘Hodshon-huis’. Dochter van Albertus Hodshon (1735-1780), handelaar in lijnwaad, en Catharina Cornelia van der Graas (1735-1777). Keetje Hodshon bleef ongehuwd.

Cornelia Catharina (Keetje) Hodshon was het vierde kind van het zeer gefortuneerde echtpaar Hodshon-van der Graas. Ze was nog geen twaalf toen zij al het grootste deel van haar familie verloren had: broer Jacob (1764-1772), haar moeder, haar vader en haar enige zus, Johanna (1761-1780). Keetje en haar broers Albertus (1766-1825) en Isaac (1772-1855) kregen voogden toegewezen, onder wie Pieter Kops, die als patriot in 1795 in het Haarlemse stadsbestuur zou komen. De voormalige tabakshandelaar Daniël Delprat (1729-1795) en zijn vrouw Marie Anne Humbert (1736-1810), beiden van hugenootse herkomst, werden door de voogden aangesteld als gouverneur en gouvernante over de drie kinderen Hodshon en tevens als beheerders van het enorme fortuin dat dezen hadden geërfd. In 1791 werd de 22-jarige Keetje meerderjarig verklaard en kreeg zij de beschikking over haar erfenis van 1.938.394 gulden.

Voor zover bekend was het leven van Hodshon weinig opmerkelijk. Zij was een van de regentessen van het doopsgezinde Wijnbergshofje. De zomers zal zij doorgebracht hebben op haar buitenhuis ‘Oud-Berkenroede’ in Heemstede, en zo nu en dan maakte ze een reisje met familie en vrienden. Een belangrijk deel van haar erfenis besteedde zij aan de bouw van een woonhuis aan het Spaarne, indertijd met zijn 42 kamers het op één na grootste particuliere huis van Haarlem. Hodshon was 24 jaar toen zij de opdracht verstrekte aan Abraham van der Hart, stadsbouwmeester van Amsterdam. Zij heeft er van 1795 tot aan haar dood gewoond.

Na haar overlijden bleek Hodshons vermogen nogal geslonken te zijn, waarschijnlijk onder andere als gevolg van de tiërcering (Napoleons maatregel ter sanering van de overheidsfinanciën in 1812). De erfenis bleef in de familie, afgezien van de legaten waarmee Hodshon, die zelf doopsgezind was, instellingen van verschillende religieuze signatuur bedacht. Haar huis aan het Spaarne (nr. 17) werd aangekocht door de Amsterdamse bankier Adriaan van der Hoop (1778-1854), een broer van haar schoonzuster. Van der Hoop heeft het huis nooit bewoond. Rond 1834 kwam het ‘Hodshon-huis’ in handen van G.D. Poelman, een handelaar uit Gent. In 1841 werd het huis voor 29.500 gulden verkocht aan de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen, die daar sindsdien is gevestigd. De Maatschappij is ook betrokken bij de uitreiking van de jaarlijkse Keetje Hodshon Prijs die sinds 1995 wordt uitgereikt aan onderzoekers in de geesteswetenschappen. Tussen 1996 en 2001 is het ‘Hodshon-huis’, dat in architectonisch opzicht bekend staat als voorbeeld van de overgang van de Lodewijk XVI-stijl naar Empire, grondig gerestaureerd.

Archivalia

  • Noord-Hollands Archief, Haarlem: Familiearchief van Styrum, inv. nrs. 63 en 459 [journalen van een reisje naar Kleef in 1798].
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: dossiers Hodshon, resp. Coll. Algemeen, Coll. Polvliet, Coll. Jhr. H.H. Roëll.

Literatuur

K.C. van den Ende e.a. red., Hodshon-huis. Bewoningsgeschiedenis en restauratie (Bussum 2001).

Els Kloek en Maarten Hell, Keetje Hodshon (1768-1829). Een rijke dame in revolutietijd (Nijmegen 2017) [verschenen na publicatie van dit lemma].

Illustratie

Portret, door Charles Howard Hodges, ongedateerd (Hodshon Huis, Haarlem / foto Alfred van Weperen).

Redactie

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 609

laatst gewijzigd: 17/04/2017