Nauta, Dieuwke IJtje Willemke (1930-2008)

 
English | Nederlands

NAUTA, Dieuwke IJtje Willemke (geb. Sneek 22-5-1930 – gest. Sneek 10-6-2008), politica en bestuurster. Dochter van Wiebe Nauta (1897-1964), hoofdonderwijzer, en Pietje de Jong (1900-1937). Dieuwke Nauta op 8-10-1953 in Sneek trouwde met Cornelis de Graaff (geb. 1925), leraar, conrector en rector. Uit dit huwelijk werden 2 kinderen geboren.

Dieuwke Nauta werd als derde van zes kinderen geboren. Haar oudste broer Lolle Wibe (1929-2006) zou later naam maken als filosoof en als ideoloog van de Partij van de Arbeid. Haar vader werd in 1931 hoofd van de Koningin Wilhelminaschool in Sneek. Hij was ouderling van de Nederlands Hervormde kerk en lid van het dagelijks bestuur van de Christelijk Historische Unie (CHU). Hij werkte onder meer mee aan het Friese Psalm- en gesangboek en aan de landelijke fusie van de gereformeerde en hervormde onderwijzersverenigingen. Toen Dieuwke zes was, overleed haar moeder. Haar vader hertrouwde in 1940 met de winkelbediende Hendrika Brinks (1899-1985). Zelf trad Dieuwke in de voetsporen van haar vader: na de christelijke kweekschool in Sneek (1949) werd ze onderwijzeres aan de christelijke lagere school in Parrega. Intussen studeerde ze voor haar hoofdakte. Daarmee werd ze in 1951 lerares algemene vorming aan de Christelijke Huishoudschool te Utrecht. Ze was vicevoorzitster en voorzitster van de Federatie van CH-jongerengroepen, redigeerde het CH-jongerentijdschrift De Jonge Nederlander  en werd in 1952 voor het eerst afgevaardigd naar het hoofdbestuur van de CHU. Haar huwelijk in 1953 bracht haar terug naar haar geboorteplaats, waar haar man eerst conrector en later rector was van het Christelijk Lyceum (nu: Bogerman College).

In 1962 debuteerde De Graaff-Nauta in de provinciale politiek als lid van de CHU-fractie in de Friese Staten. Van 1966 tot 1978 was ze tevens gemeenteraadslid in Sneek, waar de CHU samen met de Antirevolutionaire Partij (ARP) toen al één protestants-christelijke fractie vormde. In 1968 werd ze als eerste vrouw gekozen in het dagelijks bestuur van de CHU. Ze schrok naar eigen zeggen van alle publiciteit die dit opleverde (Leeuwarder Courant, 14-12-1968). In Sneek was De Graaff-Nauta van 1970 tot 1978 wethouder van onderwijs, volksgezondheid en milieu. Vanaf 1970 leidde ze de Friese Statenfractie van de Combinatie Christelijke Partijen, in 1974 herdoopt tot Christen-Democratisch Appèl (CDA), waarin de CHU samenwerkte met de ARP en de Katholieke Volkspartij. Ze was warm voorstander van deze ontwikkeling, die in 1980 ook landelijk tot een fusie leidde. De Graaff-Nauta was van 1980 tot 1986 vicevoorzitter van het landelijke CDA-bestuur. In Friesland was ze van 1982 tot 1986 als gedeputeerde belast met algemene, interprovinciale en bestuurlijke zaken. Nadat Provinciale Staten in november 1982 hadden geweigerd Friesland kernwapenvrij te verklaren, onderzocht ze de uitvoerbaarheid van een algemeen provinciaal vredes- en veiligheidsbeleid (Leeuwarder Courant, 25-11-1982 en 13-6-2008). In 1986 verhinderde ze dat de Friese commissaris van de koningin Hans Wiegel met een ‘terugkeergarantie’ naar Den Haag vertrok als opvolger van minister Koos Rietkerk.

In 1986 werd Dieuwke de Graaff-Nauta gevraagd als minister van Binnenlandse Zaken in het tweede kabinet-Lubbers, dat onder meer drastisch op de Rijksoverheid wilde bezuinigen.  Omdat ze opzag tegen de onderhandelingen met de ambtenarencentrales, werd ze geen minister, maar staatssecretaris onder CDA-minister Cees van Dijk. Haar portefeuille omvatte onder meer gemeentelijke herindelingen, informatievoorziening en kiesrecht – en het Fries, dat haar moedertaal was. Haar eerste herindelingswetsvoorstel (Midden-Betuwe) sneuvelde in 1987 in de Eerste Kamer, maar haar latere voorstellen (Utrecht, Groningen, Noord- en Zuid-Holland, Midden-Limburg) haalden het wel. In 1988 privatiseerde De Graaff-Nauta de Staatsdrukkerij en in 1989 moderniseerde ze de Kieswet.

In het derde kabinet-Lubbers was Nauta staatssecretaris van Binnenlandse Zaken onder PvdA-minister Ien Dales, met wie ze in totaal drie nota’s Bestuur op niveau uitbracht. In 1991 moderniseerde ze de Paspoortwet en in 1992-1993 de Gemeentewet en de Provinciewet. Hierin werd de instelling van deelgemeenten en ‘provincies nieuwe stijl’ geregeld. De in januari 1994 overleden Dales werd opgevolgd door de Amsterdamse PvdA-burgemeester Ed van Thijn, die in mei alweer aftrad in verband met de zogeheten IRT-affaire. In het inmiddels demissionaire kabinet bracht De Graaff-Nauta, nu als minister van Binnenlandse Zaken, de door haar voorgangers Van Dijk en Dales voorbereide en verdedigde Wet Gemeentelijke Basisadministratie tot stand.

Het ministerschap van De Graaff-Nauta eindigde in augustus 1994, toen voor het eerst sinds 1918 een kabinet zonder confessionele partijen aantrad. In oktober van dat jaar werd ze Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau – ze was sinds 1982 Ridder. Ook daarna bleef ze actief in de Haagse politiek. Zo zat ze in het najaar van 1994 de commissie voor die de omstreden fondsenwerving van het Tweede Kamerlid Singh Varma onderzocht. Op een studiedag in Groningen (1995) over de relatie tussen machtsbederf en fraude zei ze hierover: ‘Vaak gaan de fouten en de verleiding van klein naar groot, van kwaad tot erger. Ambtenaren en bestuurders dreigen langzaam in een fuik te lopen en raken verder gecorrumpeerd’ (De Graaff-Nauta, 31). In 1998 werd ze voorzitter van de CDA-kandidaatstellingscommissie voor de Eerste Kamer en van het Consultatief Orgaan voor het Europees Handvest voor Regionale of Minderheidstalen, dat ook de status van het Fries zou regelen. In 2006 trok ze zich terug uit het openbare leven. 

Reputatie

Bij haar overlijden in 2008 werd Dieuwke de Graaff-Nauta door de Friese commissaris der koningin herdacht als een ‘markante Friezin’, een ‘onverstoorbaar allround bestuurder’ en een ‘democraat in hart en nieren, die niet op de voorgrond hoefde’ (Leeuwarder Courant,19-6-2009). Trouw roemde de vrouw die ‘zowat half Nederland voorzag van een gemeentelijke herindeling’ om haar degelijkheid en onpartijdigheid. Een partijgenoot noemde haar een ‘werkbij’ die het ook tijdens uitgebreide lunches met CDA-prominenten hield bij ‘twee boterhammen en een glas karnemelk’ (Leeuwarder Courant, 11-6-2009). In de databank van het Parlementair Documentatiecentrum heet ze een ‘typische vertegenwoordigster van de progressieve Friese vleugel van de CHU’ en een ‘wijze, vertrouwenwekkende, degelijke bestuurder, die het in debatten meer van haar kennis van zaken dan van haar presentatie moest hebben’. Toen het Fries in 1993 een steviger wettelijke basis kreeg, kreeg ze voor haar voorbereidend werk alsnog lof toegezwaaid (De Jong, 28). Toch verweet de Leeuwarder Courant haar in 2010 een gebrek aan durf in Friese zaken. Als staatssecretaris zou ze een kans hebben laten liggen om het Fries grondwettelijk te beschermen (Leeuwarder Courant, 16-2-2010). Ook haar Friese ‘vredes- en veiligheidsbeleid’ kwam niet werkelijk van de grond. Maar particularisme en polarisatie waren aan de oecumenisch ingestelde Nauta niet besteed. Al in 1968 hamerde ze op samenwerking: het liefst had ze naar het voorbeeld van de Raad van Kerken een ‘Raad van de Politieke Partijen’ willen oprichten (Leeuwarder Courant, 14-12-1968).

Naslagwerken

PDC; Who’s who of women in world politics (Londen 1991) 63.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: persoonskaarten en persoonslijsten Nauta, Brinks en De Graaff.
  • Tresoar, Leeuwarden: foto- en knipselarchief Dieuwke de Graaff-Nauta.

Literatuur

  • Leeuwarder Courant [diverse artikelen].
  • D. de Graaf-Nauta, ‘Relatie politiek-bestuurlijke integriteit’, in: S. Top red., Bestuurlijke integriteit: het gelijk van Ien Dales? (Groningen 1996) 29-38. 
  • M. de Jong, De Friese maffia: 296 Friese politici in Den Haag (Leeuwarden 2007). 
  • S. van der Woude, ‘It argyf fan Dieuwke de Graaff-Nauta’, Letterhoek 5 (2009) nr. 3, 27.

Illustratie

Dieuwke de Graaff-Nauta, door Ger Dijkstra, 1988 (Nationaal Archief / Spaarnestad Photo).

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 24/02/2017