Verschoor, Annie (1895-1978)

 
English | Nederlands

VERSCHOOR, Anna Helena Margaretha, vooral bekend als Annie Romein-Verschoor (geb. Hatert, bij Nijmegen 4-2-1895 – gest. Amsterdam 5-2-1978), historica, letterkundige en schrijfster. Dochter van Jan Verschoor (1859-1955), marineofficier, en Anna Helena Margaretha Brakke (1862-1936), onderwijzeres. Anna Helena Margaretha Verschoor trouwde op 14-8-1920 in Den Haag met Jan Marius Romein (1893-1962), historicus. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 2 zoons geboren.

Anna Helena Margaretha (Annie) Verschoor was de middelste in een gezin met vijf kinderen. Haar vader was officier van de technische dienst bij de Koninklijke Marine. Vanwege zijn werk verhuisden de Verschoors om de paar jaar, en zo groeide Annie op in achtereenvolgens Nijmegen, Vlissingen, Den Helder, Hellevoetsluis, opnieuw Den Helder en – vanaf 1906 – Soerabaja. De vier jaren die Annie in Nederlands-Indië woonde, waren niet de beste van haar leven. Het tropische klimaat lag haar niet en ze kreeg malaria. Bovendien woonden de Verschoors in een wereld die geen contact had met de lokale bevolking. In haar autobiografie Omzien in verwondering zou ze later schrijven: ‘Wij leefden niet in Indonesië, wij leefden ernaast’. Met haar vader kon ze goed opschieten, maar haar moeder had psychische problemen, waardoor de verstandhouding tussen moeder en dochter niet goed was.

Studie, huwelijk en politiek

In 1911 keerde de familie Verschoor terug naar Den Helder, waar Annie de hbs afmaakte en zich vervolgens voorbereidde op het staatsexamen Grieks en Latijn, voorwaarde voor een academische studie. Haar moeder was al op zoek naar een geschikte huwelijkskandidaat, maar Annie wilde studeren. Tussen 1914 en 1921 studeerde ze Nederlands en geschiedenis aan de universiteit van Leiden. De colleges van Johan Huizinga en – zij het in iets mindere mate – Gerard Bolland maakten de meeste indruk. Annie werd lid van de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden, maar onttrok zich goeddeels aan het verenigingsleven. Wel trad ze toe tot de redactie van het studentenblad Minerva. Bij het dispuut Literis Sacrum ontmoette ze in 1917 de twee jaar oudere Jan Romein. Geïnspireerd door de Russische revolutie begonnen Annie Verschoor en Jan Romein zich in het marxisme te verdiepen en sloten ze zich aan bij revolutionair-socialistische organisaties.

Op 14 augustus 1920 trouwden Jan en Annie in Den Haag; vanaf dat moment noemde Annie zich Romein-Verschoor. Kort daarna sloot het echtpaar zich aan bij de Communistische Partij Holland (CPH) en vestigde zich (na een korte Rotterdamse episode) in Amsterdam, waar Jan redacteur werd van de communistische Tribune en Annie aan haar doctoraal (1921) werkte. Binnen vier jaar werden hun drie kinderen geboren: Jan Erik (1921-1995), Bart Joost (1923-1991) en Annelies (1925-2007). Aan tafel en tijdens de uren dat Jan werkte, moest het stil zijn in huis. Annie deed het huishouden, zorgde voor de kinderen en schreef, onder meer voor de Tribune. Voor het Algemeen Handelsblad recenseerde ze vooral Scandinavische en Nederlandse literatuur, en in 1928 debuteerde ze als fictieschrijfster met de jeugdroman Aan den Oedjoeng, waarvoor ze zich grotendeels baseerde op haar eigen ervaringen in Nederlands-Indië.

Toen Jan Romein in 1927 als CPH-lid werd geroyeerd omdat hij de dissidente lijn-Wijnkoop aanhing, werd ook Annie Romein-Verschoor uit de partij gezet. Het betekende niet dat zij zich van het communisme afwendden. In 1930 werden beiden opnieuw – geheim – lid en pas in 1937 braken de Romeins voorgoed met de partij, uit onvrede over de stalinistische showprocessen. Niettemin bleef Romein-Verschoor haar leven lang marxistisch georiënteerd. Het communisme was volgens haar een tegenwicht voor het nationaal-socialisme en conservatieve bewegingen.

Bestsellers

In 1934 publiceerden Jan en Annie Romein-Verschoor De lage landen bij de zee (1934), een op marxistische leest geschoeide vaderlandse geschiedenis, waarmee ze een breed publiek bereikten. Het boek bracht hun nationale bekendheid. De eerste editie stond overigens alleen op naam van Jan – Annie stond slechts genoemd onder de ‘medewerkers’. Vanaf de tweede druk (1940) gold ze als mede-auteur (er zouden acht drukken verschijnen). Intussen werkte Annie Romein-Verschoor ook aan haar dissertatie. In 1935 promoveerde ze bij Albert Verwey op De Nederlandsche romanschrijfster na 1880, waarvan de handelseditie een jaar later verscheen onder de titel Vrouwenspiegel. Het ging haar om de vraag wat in door vrouwen geschreven literatuur was terug te zien van de vrouwenemancipatie. Haar antwoord was dat alleen het werk van Carry van Bruggen hiervan sporen liet zien. Het proefschrift werd overwegend goed ontvangen, al vond men wel dat ze soms al te hard oordeelde over het werk van anderen, en werd bekroond met de Dr. Wijnaendts Franckenprijs.

Het tweede succes van het echtpaar Romein waren de vier delen Erflaters van onze beschaving (1938-1940), bestaande uit 36 portretten van belangrijke figuren uit de Nederlandse geschiedenis (met in totaal 1 vrouw: Betje Wolff). Annie nam 17 portretten voor haar rekening. Erflaters kan gezien worden als een aanvulling op De lage landen bij de zee, waarin geen plaats was voor biografieën. Romein-Verschoor was echter op haar best bij het schrijven van essays. Het liefst werkte ze op het snijvlak van geschiedenis, literatuur en sociologie.

Vanwege hun politieke oriëntatie konden de Romeins in de Tweede Wereldoorlog niet in hun eigen woning blijven en ze doken onder op verschillende adressen. Jan zat in 1942 drie maanden in Kamp Amersfoort. In de oorlog schreef Annie enkele artikelen voor het illegale blad Vrije Kunstenaar. Na de oorlog raakten de Romeins geïsoleerder. Romein-Verschoor werd nog wel lid van de redactie van De Vrije Katheder, een platform voor linkse intellectuelen, maar in mei 1950 werd het blad opgeheven nadat de CPN (opvolger van CPH) zich vanwege de houding tegenover de Sovjet Unie in het redactiebeleid had gemengd. Volgens partijkrant De Waarheid was Romein-Verschoor de grote schuldige in het conflict. Communisten vonden het echtpaar niet radicaal genoeg, maar anticommunisten werden ze daardoor niet, met het gevolg dat ze nergens bij hoorden. Dat nam niet weg dat het publiek Annies pennenvruchten waardeerde. Zo werd haar historische roman over het leven van Hugo de Groot en Maria van Reigersberch, Vaderland in de verte (1948), bekroond met de Prozaprijs van de stad Amsterdam (voorloper van de Multatuliprijs). Haar boeken werden herdrukt en ze was een veelgevraagd spreekster.

In 1951-1952 verbleef Romein-Verschoor opnieuw een jaar in Indonesië, ditmaal met haar echtgenoot. Ze was een vurig pleitbezorger van de Indonesische onafhankelijkheid. Een heupfractuur zorgde ervoor dat niet alle lezingen voor studenten en vrouwenbewegingen door konden gaan. Terug in Nederland schreef ze over de tijd in Indonesië in het boek Met eigen ogen (1953).

Vanaf 1959 woonden Jan en Annie Romein in Groet, waar ze voorheen vele vakanties hadden doorgebracht. In 1962 overleed Jan. Na zijn dood voltooide Annie zijn onvoltooide levenswerk, Op het breukvlak van twee eeuwen (1967). Twee jaar later verhuisde ze naar het Rosa Spierhuis in Laren, waar ze tot op hoge leeftijd bleef schrijven. Ze publiceerde onder andere in Vrij Nederland, De Gids, De Groene Amsterdammer en Opzij, zette zich in voor de tweede feministische golf en schreef over de gebrekkige manier waarop Nederland met zijn bejaarden omging het boek Ja vader, nee vader. In 1970 kreeg ze voor haar oeuvre de Constantijn Huygensprijs. Haar tweedelige memoires Omzien in verwondering (1970-1971) waren een doorslaand succes.

Dood en betekenis

Twee dagen voor haar 83ste verjaardag kreeg Annie Romein-Verschoor een hersenbloeding. Drie dagen later stierf ze in het Amsterdamse Burgerziekenhuis. Sindsdien reikt het tijdschrift Opzij tweejaarlijks de Annie Romein-Verschoorprijs uit, een oeuvreprijs voor schrijvers die zich voor vrouwenemancipatie hebben ingezet. De Universiteit Leiden organiseert sinds 1989 de Annie Romein-Verschoorlezing, die jaarlijks op 8 maart ter viering van de Internationale Vrouwendag wordt gehouden. In 1988 promoveerde Angenies Brandenburg op de biografie Annie Romein-Verschoor, 1895-1978. Leven en werk. Het boek veroorzaakte ophef, onder meer omdat de schrijfster bewust geen gebruik had gemaakt van Annies memoires, die in haar ogen te veel onwaarheden bevatten. Bovendien maakte Brandenburg van Annie een gefrustreerde vrouw met een vadercomplex. Inderdaad kon Romein-Verschoor in haar feministische uitingen soms bitter zijn, maar ze wist precies wat ze wilde en gaf daar uiting aan. Haar maatschappijkritiek werd nogal eens als aanmatigend of ergerniswekkend ervaren. Ze was een door en door kritische persoonlijkheid die volgens Marianne Vogel last had van concurrentiegevoelens tegenover haar seksegenoten. Kenmerkend is haar eigenzinnigheid: communiste, maar geen slaafse aanhanger van de communistische partijlijn; feministe maar geen pleitbezorger van abortus en vrije seks. Annie Romein-Verschoor was een zelfbewuste non-conformiste met een scherpe pen.

Naslagwerken

Atria; Van Bork/Verkruijsse; BWN; BWSA; Ter Laan; Levensberichten; Persoonlijkheden.

Archivalia

  • Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam: archief Annie Romein-Verschoor.
  • Atria, Amsterdam: archief Anna Helena Margaretha Romein-Verschoor.

Publicaties

Een volledige bibliografie biedt: Claire Posthumus e.a., Annie Romein-Verschoor. Bibliografie 1910-1985. Boeken, vertalingen, artikelen, besprekingen (Amsterdam 1990).

Literatuur

  • Bart van Heerikhuizen, ‘De “literaire sociologie” van mevrouw Romein’, Amsterdams Sociologisch Tijdschrift 3 (1976) nr. 4, 105-114.
  • H. Bonger, ‘Afscheid van een generatie. Bij de dood van Annie Romein-Verschoor’, Ons Erfdeel 22 (1979) nr. 1, 5-12.
  • Bzzlletin. Themanummer Annie Romein-Verschoor 9 (1980) nr. 81.
  • Angenies Brandenburg, Annie Romein-Verschoor 1895-1978. Leven en werk, 2 delen (Amsterdam 1988).
  • Maria Grever e.a., ‘Annie Romein-Verschoor. Meisje voor halve dagen’, in: Idem, Van onze oudtantes… Vijf historie-schrijfsters in woord en beeld (3e herz. druk; Nijmegen 1989) 49-60.
  • Herman Beliën red., Vijftig jaar erflaters. Een terugblik op 'De erflaters van onze beschaving' van Jan en Annie Romein (Rotterdam/Den Haag 1990).
  • Hella S. Haasse, ‘Annie Romein-Verschoor en Maria Dermoût’, in: H.W. von der Dunk e.a., Erflaters van de twintigste eeuw (Amsterdam 1991) 168-188.
  • Jos Perry, ‘Een intellectueel van 1917’, De Gids 154 (1991) 882-887.
  • Jo Tollebeek, ‘De Hollandse radicaliteit van Annie Romein-Verschoor (1895-1978)’, Ons Erfdeel 34 (1991) nr. 5, 664-673.
  • Boukje Tijmstra, ‘De Indische jeugdjaren van Annie Romein-Verschoor (1906-1910)’, Indische Letteren 7 (1992) nr. 1-2, 35-42.
  • Jo Tollebeek, ‘Jan en Annie Romein’, in: Hans Achterhuis e.a., De denkers. Een intellectuele biografie van de twintigste eeuw (Amsterdam/Antwerpen 1999) 256-266.
  • Marianne Vogel, ‘Annie Romein Verschoor’, Kritisch lexicon van de moderne Nederlandstalige literatuur (2001) nr. 81, 1-8.

Illustratie

Portretfoto, door Annelies Romein, 1965 (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam).

Auteur: Elias van der Plicht

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 885

laatst gewijzigd: 23/01/2015