Schooten, Maria van (ca. 1555-1573)

SCHOOTEN, Maria van (geb. Haarlem ca. 1555 – gest. Haarlem 17-3-1573), zou deel hebben uitgemaakt van Kenaus gevolg ten tijde van het Haarlems beleg. Dochter van Jan van Schooten en Cornelia van Egmond. Maria van Schooten bleef ongehuwd.

In het Vaderlandsch woordenboek (1785-1799) van Kok wordt bij de genealogische gegevens van de Haarlemse familie Van Schooten vermeld dat Maria, het achtste en jongste kind van Jan van Schooten en Cornelia van Egmond, in 1573 bezweek aan de verwondingen die zij tijdens het beleg van Haarlem had opgelopen: haar beide benen waren afgeschoten. Kok vervolgt: ‘misschien behoorde zij onder de bende van vaderland- en vrijheidminnende vrouwen, door de vermaarde Kenau Hasselaar verzameld, om de aloude stad tegen de bloed- en schenddorstige ontwerpen der Spanjaarden te verdedigen’. Het is niet duidelijk op grond waarvan Kok tot deze uitspraak komt. Wel staat vast dat er inderdaad een Marij van Schooten bij de beschietingen is omgekomen, want haar dood wordt in minstens drie dagverhalen van het beleg van Haarlem vermeld. De eerste is dat van N. van Rooswijck Op 16 maart  1573 noteert hij dat aan Marie van Schoten, de dochter van jonkheer Jan en een schone maagd van zeventien jaar, beide benen werden afgeschoten; de volgende dag overleed ze (gecit. Ekama, 157). Willem Janszoon Verwer noteert eveneens op 16 maart 1573 dat ‘jonkvrouw’ Marij van Schooten, een jongedochter van achttien of negentien jaar, bij een beschieting door de belegeraars door een kogel was geraakt terwijl zij op de stoep zat. De kogel vloog door haar buik, doorboorde haar benen tot aan de knie, vervolgens door de stoep en bleef ernaast liggen. Twee dagen later meldt Verwer dat ze gestorven is nadat ze thuis de laatste sacramenten had ontvangen. Cornelis Bartholomeesse tenslotte meldt dat zij – hij schatte haar 22 jaar oud – zich zeer vroom had gehouden, en ’s middags met de grootst mogelijke eer (‘zeer solemnelijk na krijgswijze’, met drie vliegende vaandels en in aanwezigheid van alle kapiteins van Haarlem, van het garnizoen en van de Raad) werd begraven op het koor in de Sint Janskerk (gecit. Ekama, 157).

Maria van Schooten is afgebeeld op het bekende historiestuk dat J.H. Egenberger en B. Wijnveld in 1854 schilderden van Kenau ‘en hare gezellinnen, op de wallen van Haarlem’.

Naslagwerken

Van der Aa; Kok.

Literatuur

  • Cornelius Ekama, Beleg en verdediging van Haarlem in 1572 en 1573 (Haarlem 1873) 97-98 en 157.
  • Gerda H. Kurtz, Kenu Symonsdochter van Haerlem (Assen 1956) 29.
  • Willem Janszoon Verwer, Memoriaelbouc. Dagboek van gebeurtenissen te Haarlem van 1572-1581. J.J. Temminck ed. (Haarlem 1973) 57-58.
  • Het vaderlandsch gevoel. Vergeten negentiende-eeuwse schilderijen over onze geschiedenis. Tentoonstellingscatalogus Rijksmuseum Amsterdam (Amsterdam 1978) 90-92.

Illustratie

Detail uit het historiestuk ‘Kenau Hasselaer en hare gezellinnen, op de wallen van Haarlem’, door J.H. Egenberger en B. Wijnveld, 1854 (Stadhuis Haarlem, Maria van Schooten staat linksboven, naast Kenau).

Auteur: Els Kloek

laatst gewijzigd: 13/01/2014