Voornen, Catrijn Willem Claeszoonsdr. (ca. 1530-1607)

VOORNEN, Catrijn Willem Claeszoensdr. van, ook bekend als Catharina de Berghes ten Essendelle, maar vooral als Trijn van Leemput of Trijn van Limpen (geb. ca. 1530 – begr. Utrecht 2-1-1607), gaf de eerste aanzet tot de bestorming van kasteel Vredenburg. Dochter van Willem Claesz. van Voorn en Geertruyt Bergers. Rond 1550 trouwde Catrijn Voornen met Jan Jacobsz. van Leemput (gest. 1590), brouwer. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 1 zoon geboren.

Waarschijnlijk was Trijn van Leemput afkomstig uit de omgeving van Vreeswijk. Zij heette toen Catrijn van Voorn(en), en droeg wellicht ook de naam van haar moeder, Berge(r)s. In de archiefstukken van de stad Utrecht komt zij voor het eerst voor in 1555. Samen met haar echtgenoot Jan Jacobsz. kocht Catrijn Willem Claeszoensdr. in dat jaar een huis nabij de Weerdpoort aan de Oudegracht, tegenwoordig nummer 17 (met gevelsteen ‘Die vergulde Craen’). Het echtpaar had toen één dochter: Digna, twee jaar oud. Haar man was op dat moment waarschijnlijk knecht in de brouwerij van Willem Willemsz. Bergers, de broer van Trijn, verderop aan de Oudegracht. In 1558 kon Jan deze brouwerij overnemen. Omstreeks dezelfde tijd werd zoon Adam geboren, en in 1562 volgde nog een dochter, Catharina. In mei 1566 ontving Jan Jacobsz. van de stad Utrecht de erfpacht van het bolwerk de Morgenster met de daarop staande molen, ten westen van de Weerdpoort. Daarmee kreeg hij de beschikking over het bovenste gedeelte van het bolwerk; het onderste gedeelte bleef stadseigendom.

Niet alleen zakelijk, maar ook bestuurlijk ging het brouwer en molenaar Jan Jacobsz. van Leemput voor de wind. Hij wordt vermeld als rentmeester van het Weeshuis (1556), kerkmeester van de St. Jacobskerk (1575) en huismeester van het Melatenhuis (1585). In 1569 werd hij lid van het Brouwersgilde en van 1574 tot 1577 was hij deken van dit gilde. In het stadsbestuur was hij onder andere raad (1585/89), schepen (1577-1588) en stadskameraar (1585). In 1577 was Jan Jacobsz. van Leemput een van de vier gedeputeerden van de Staten van Utrecht die in Brussel met de prins van Oranje onderhandelden over het Verdrag van Satisfactie waaronder Utrecht zich zou aansluiten bij de Pacificatie van Gent. In 1573 werd hij aangesteld als hopman van één van de acht burgervendels. Als vrouw van Jan Jacobsz. zal Trijn van Leemput zeker gedeeld hebben in zijn aanzien.

Trijn van Leemput en haar man behoorden aanvankelijk, zoals iedereen, tot de rooms-katholieke kerk. Na hun overgang naar het protestantisme moeten zij een tijdlang hebben gekerkt bij de libertijns-protestantse gemeente van Hubert Duifhuis, want in 1586 worden hun namen, samen met die van hun dochter Digna (die dan ‘weduwe’ heet) vermeld op de lijst van 82 leden van de Nederduits Gereformeerde Kerk die afkomstig waren van St. Jacob, de kerk waaraan Duifhuis sinds 1575 als predikant verbonden was.

De sloop van Vredenburg

De naam van Trijn van Leemput is overgeleverd vanwege haar rol bij de sloop van de Utrechtse dwangburcht Vredenburg in 1577. In 1529 had Karel V opdracht gegeven tot de bouw van deze burcht om de stad Utrecht te versterken tegen de Gelderse dreiging, maar met het toenemen van de maatschappelijke en religieuze ongeregeldheden was de burcht steeds meer gaan functioneren als een middel om de rust in de stad zelf te bewaren. De dwangburcht werd daarmee een voorwerp van haat voor de Utrechters. Toen de Staten van Utrecht in november 1576 de Pacificatie van Gent hadden ondertekend, begon een periode van botsingen tussen het garnizoen en de stadsbevolking, die duurde totdat Bossu in februari 1577 orde op zaken stelde: de garnizoenssoldaten vertrokken, en stadswachten betrokken de lege burcht.

Op 2 mei 1577 eiste hopman Van Kessel van de Staten van Utrecht brandstof voor de burgers die het kasteel bezet hielden. Dezen dreigden namelijk het houtwerk in het kasteel te slopen als ze niet onmiddellijk turf kregen. De Staten gingen uiteen met de opmerking dat zij de volgende dag een beslissing zouden nemen over het afbreken van Vredenburg. Toen zij de vergaderzaal verlieten spraken zij over de overlast die de stad van het kasteel ondervond. In de Domkerk stuitten zij op een opstandige menigte, die hun woorden opving. Als de Staten ook hun buik vol hadden van Vredenburg, dan moest het kasteel gesloopt worden en wel meteen! Het moet op deze avond van 2 mei 1577 zijn geweest dat Trijn van Leemput haar heldinnenrol heeft gespeeld. Zij ergerde zich aan de besluiteloosheid van de bestuurders. Als de mannen dan geen besluit konden nemen, zou Trijn het probleem wel oplossen. Aan het hoofd van een groep vrouwen, gewapend met houwelen, trok zij naar Vredenburg, met een blauw schort aan een ragebol gebonden als vaandel. Toen de vrouwen Vredenburg naderden, trokken een paar van hen zich angstig terug. Trijn liep echter moedig door en begon alleen de eerste stenen van Vredenburg los te wrikken.

Zo begon die avond aan de stadszijde de sloop van Vredenburg. De burgers braken met bijlen, hamers en houwelen de muren af en op 5 mei was het kasteel al voor een deel gesloopt. De Staten van Utrecht kregen van de Staten-Generaal toestemming om de burcht aan de stadzijde te ontmantelen. Alle burgers werden regelmatig met klokgelui opgeroepen om mee te helpen bij de verdere afbraak. In 1582 waren er van Vredenburg niet meer dan twee bastions over.

Trijn van Leemput komt hierna nog herhaaldelijk voor in archiefstukken, maar dan als weduwe: de ene keer vergezeld door haar zoon Adam, de andere keer door Ghijsbert van Nijendael, de echtgenoot van haar jongste dochter Catharina. Waarschijnlijk bestierde zij de brouwerij samen met Ghijsbert, die ook brouwer was. Catharina Berges, weduwe van Johan van Leemputten, aldus het begraafregister, stierf op 1 januari 1607 – ongeveer 66 jaar oud – en werd op 2 januari onder het luiden van de grote klok ‘Salvator’ begraven in de Dom in Utrecht.

Overlevering

De overlevering van Trijn van Leemput als heldin van Utrecht heeft haar oorsprong in de notities van Arnold Buchelius in zijn Diarium en in het werk van de Dordtse geneesheer Joh. van Beverwyck, Van de uutnementheyt des vrouwelicken geslachts. Buchelius noteert bij het overlijden van Jan van Leemput: ‘Op 22 [juli 1590] overleed Johannes Jacobs van Leemput, bierbrouwer, die veel voor het landsbelang deed uit naam van de burgers, en wiens echtgenote, een vrouw met mannelijke moed begaafd, als eerste de hand sloeg aan de afbraak van kasteel Vredenburg.’ Van Beverwyck doet over dit heldhaftige optreden van Trijn van Leemput in zijn Van de uutnementheyt deel 3 ‘Van de deughden der vrouwen’ uitvoerig verslag. Van hem zijn de elementen als haar leiderschap, de ragebol en het vaandel. Van Beverwyck vermeldt eveneens de opmerkelijke anekdote dat zoon Adam tijdens een bezoek aan het koninklijk hof te Madrid uit vrees voor moeilijkheden zijn moeder verloochende toen hij daar een portret van haar onder ogen kreeg, daarmee suggererend dat het verhaal van Trijns heldenmoed zelfs in Madrid bekend was.

Buchelius was een plaats- en tijdgenoot van Trijn van Leemput. Hij was een consciëntieus beoefenaar van de oudheidkunde en documenteerde het Utrechtse verleden. Zijn aantekening over Trijn als vrouw die de aanval op kasteel Vredenburg opende, moet dan ook serieus genomen worden. Van Beverwyck kende het werk van Buchelius. In de passage in Van de uutnementheyt voorafgaand aan het verhaal over Trijn roemt hij ‘de grote liefhebber van alle oudheid de heer Mr. Arnout Buchel, advocaat voor den hove van Utrecht.’ Van Beverwyck correspondeerde ook met Buchelius. Ook via zijn vrouw (Anna van Deuverden) kan Van Beverwijck zijn geinformeerd. Zij was een dochter van Cornelis van Deuverden. Deze was in het jaar na de sloop (1578) benoemd tot schepen van Utrecht, tegelijk met Jan van Leemput. Het is dus goed mogelijk dat Anna als kind thuis het verhaal van haar vader heeft gehoord.

Trijn van Leemput heeft in de loop der jaren steeds tot de verbeelding gesproken. Zo werden er in de vroege zeventiende eeuw al portretten van haar geschilderd waarop zij gewapend met een houweel is afgebeeld. Zij staat, ook met een houweel over haar schouder, op een paneel van de Utrechtse schilder J.C. Drooghsloot dat de belegering van Vredenburg voorstelt. Er verschenen ook heldendichten over Trijn, onder andere van J. van Immerzeel, die de legende met dichterlijke vrijheid mooier maakte. Ondanks de twijfels van archivaris Riphaagen (1977) over de houdbaarheid van de overlevering staat er sinds 1995 een beeld van Trijn van Leemput op de Zandbrug, vlakbij het huis op Oudegracht 17 waar zij heeft gewoond. Op de sokkel van het beeld staat dezelfde tekst als op de geschilderde portretten: 'Dit is ’t beeld van Leemputs vrouw, die moedig heeft gedaan,/ dat burger noch soldaat, in Utrecht heeft bestaan.'

Naslagwerken

Van der Aa; Kobus/De Rivecourt; Kok; NNBW; Regt.

Literatuur

  • Johan van Beverwijck, Van de uutnementheyt des vrouwelicken geslachts (Dordrecht 1643) derde boek 48-51.
  • A. Ferwerda, Nederlandsch geslacht-, stam- en wapenboek, waarin voorkomen de voornaamste adellijke en aanzienlijke familiën in de Zeven Vereenigde Provinciën; opgemaakt uit oude en echte gedenkstukken; doormengd met veele wetenswaardige historische bijzonderheden (Amsterdam 1785).
  • P.A.H.J. Strick van & tot Linschoten, ‘Catharina de Berghes ten Essendelle, romance’, in: Idem, Gedichten (Amsterdam 1808) 92-100 [met aantekeningen op 278-293].
  • J. van Immerzeel Jr., ‘Trijn van Leemput. Vaderlandsche anekdote uit de zestiende eeuw’, Nederlandsche Muzen-Almanak (1820) 202-211.
  • J.H. Bolhuis, ‘Proeve eener geschiedenis van het Kasteel Vredenburg’, Tijdschrift voor Geschiedenis, Oudheden en Statistieken van Utrecht (Utrecht 1838) 73-104, 109-141, 145-176, 185-224 [2 mei 1577 en voor Trijn: 212-213)].
  • J.I.D. Nepveu, ‘Catharina van Leemput (naar aanleiding eener schilderij, voorstellende de belegering van het kasteel Vredenburg)’, Utrechtsche Volks-Almanak (1843) 151-167.
  • F.A. Hoefer, Nederlandsche vrouwen in dienst van Mars (Rotterdam 1888) 18-23.
  • W.E. van Dam van Isselt, ‘Trijn van Leemput en haar man’, De Navorscher 60 (1911) 410-419; 63 (1914) 276-278.
  • W.E. van Dam van Isselt, ‘Nog een en ander omtrent Jan Jacobsz. van Leemput en zijn schoonzoon Peter van Dam’, De Navorscher 66 (1917) 149-154.
  • E., ‘Hoe Katrijn van Leemput het kasteel Vredenburg ging sloopen’, Maandblad voor Oud-Utrecht 12 (1937) 45-47.
  • J.G. Riphaagen, ‘Een standbeeld voor Trijn van Leemput’, Jaarboek Oud-Utrecht (1977) 85-112 [overzicht van argumenten waarom het verhaal slechts een legende zou zijn].
  • M.J. Bok, ‘Heldhaftige vrouwen’, Kunstschrift 2 (Amsterdam 1991) 7-8.
  • M.J. Bok, Genealogie Van Leemputten (Van Leemput) (z.p., z.j. [ca. 2005]).

Illustratie

Auteur: Marja Volbeda

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 122

laatst gewijzigd: 13/01/2014