Versfelt, Maria Elselina Johanna (1776-1845)

 
English | Nederlands

VERSFELT, Maria Elselina Johanna, vooral bekend als Ida Saint-Elme, ook wel als Elzélina van Aylde Jonghe en onder haar pseudoniem La Contemporaine (geb. Lith, Noord-Brabant 27-9-1776 – gest. Brussel 19-5-1845), schrijfster, toneelspeelster, avonturierster. Dochter van Gerrit Versfelt (1735-1781), predikant, en Alida de Jongh (1738-1828). Elselina Versfelt trouwde op 18-5-1792 in Amsterdam met Jan Ringeling Claasz. (1768-1801), koopman. Uit dit huwelijk, dat op 2-1-1796 uitliep op een scheiding, werden 1 zoon en 1 dochter geboren. Gedurende 1795-1799 had Elselina Versfelt een verhouding met Jean-Victor Moreau (1763-1813), Frans generaal, en tussen ca. 1800 en 1815 met Michel Ney (1769-1815), Frans generaal. Beide relaties bleven voor zover bekend kinderloos.

Elselina Versfelt werd geboren als enige dochter en jongste van zeven kinderen. Haar vader was sedert 1760 predikant in Lith, een dorp in het oosten van Brabant. Na zijn overlijden in 1781 verhuisde zijn weduwe met haar kinderen naar Amsterdam. Daar trouwde Elselina – vijftien jaar oud, maar voorgevend zeventien te zijn – in de Nieuwe Kerk met Jan Ringeling Claasz. Deze handelde als koopman waarschijnlijk op de Oost en de West. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Klaas (1793-vóór 4-6-1831) en Alida Maria (1794-1798). Eind 1794 logeerde Versfelt bij haar Fransgezinde oom mr. C.W. van der Sleijden in ’s-Hertogenbosch, dat kort daarvoor door Franse revolutionaire troepen veroverd was. Bij hem thuis ontmoette ze de Franse legercommandant, generaal Jean-Charles Pichegru, en diens onderbevelhebber, generaal Jean-Victor Moreau. Het was voor laatstgenoemde, een vrijgezel, dat Versfelt in 1795 man en kinderen verliet. Op 18 december 1795 werd het huwelijk met Ringeling op grond van haar overspel nietig verklaard (bevestigd op 2 januari 1796); Ringeling kreeg de kinderen toegewezen.

Maîtresse, schrijfster, toneelspeelster

Voor Elselina Versfelt begon een rusteloos bestaan. In 1796-1797 reisde zij – onderweg voor het gemak in mannenkleren – mee met generaal Moreau en zijn leger tijdens diens offensief in Zuid-Duitsland. In 1797-1798 woonde zij enige tijd met hem samen in Parijs (Passy). In die periode ook poseerde zij vrijwel naakt voor de beeldhouwer François-Frédéric Lemot, die van Moreau de opdracht had gekregen zijn maîtresse in marmer te vereeuwigen. Toen haar minnaar in september 1798 tot inspecteur-generaal van het Franse leger in Italië werd benoemd, volgde zij hem naar Milaan. Daar heette zij ‘Madame Moreau’. Terug in Frankrijk vestigde zij zich in 1799 onder die naam in Chaillot bij Parijs, waar zij verkeerde in kringen van de beau monde. Vooral in deze tijd leerde zij veel van de belangrijke personen kennen over wie ze later zou schrijven. Eind 1799 kwam er een eind aan haar relatie met Moreau, waarschijnlijk omdat hij huwelijksplannen had: in november 1800 trouwde hij, maar niet met Versfelt.

Vast staat dat Elselina Versfelt begin 1800 de naam Ida Saint-Elme aannam, die zij voor het grootste deel van haar verdere leven zou. Volgens sommigen suggereerde ze daarmee een huwelijk met een – overigens fictieve – graaf de Saint-Elme. Zelf beweerde ze later dat het alleen maar haar artiestennaam was. In Parijs had zij namelijk het plan opgevat toneelspeelster te worden. Ondanks een mislukt debuut in Didon bij het Parijse Théâtre Français (4 juni 1800) zette zij door en sloot ze zich aan bij een troep toneelspelers die met zijn voorstellingen de – minder kritische – provincie bereisde. Wanneer en onder welke omstandigheden zij de naam Elzélina van Aylde Jonghe (duidelijk een verbastering van haar moeders naam) voerde, is niet bekend. </