Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 1581

Nummer 1581
Datum 15-8-1950
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Van Maarseveen 226
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Maarseveen, J.H. van (info)
Ontvanger(s) Hirschfeld, H.M. (info)
Plaats van opmaak Den Haag
Plaats van bestemming Djakarta
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., codetel. 1950
Dossiernummer 14
Trefwoorden Kawilarang, A.E., lt.-kolonel TNI., troepencommadant Makassar; commandant Siliwangidivisie; militair attaché te Washington
Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger (KNIL), liquidatie van het -
Kortenaer, Hr. Ms.
Makassar-affaire(s) 1950
Molukken, Zuid-Molukken, Ambon
Molukkenopstand/RMS, Republik Maluku Selatan
Scheffelaar, J.A., kolonel KL, troepencommandant Oost-Indonesië; cdt. Nederlandse Rayons in Indonesië
Simatupang, T.B., kolonel/gen.-majoor, chef generale staf TNI
Verenigde Naties, UNCI/Milobs
Annotatie slotnoot:
Afschrift van de nota in archief BZ, GS 1945-1954, dossier no 156b.
In zijn aanbiedingsbrief van een 'Rapport betreffende de gebeurtenissen te Makassar'  van 10 okt. d.a.v. schreef Schokking aan Drees o.m.: 'Ten aanzien van het maritiem krijgskundig aspect van deze zaak heb ik geen bijzondere opmerkingen - - -. Ten aanzien van het politiek aspect zij het mij vergund de volgende opmerking te maken. Op 27 oktober 1949 is in de Centrale Commissie van de RTC een aanbeveling van de UNCI aangenomen. De UNCI constateerde dat de RIS maritieme mogendheid zou zijn in een gebied waar politieke onrust heerst, zodat zij over een redelijk maritiem potentieel moest kunnen beschikken. De UNCI beval daarom aan het aanbod van de Nederlandse regering te aanvaarden en 3 torpedojagers in het kader van hulp en steunverlening in Indonesië diensten te laten verrichten. Deze aanbeveling van de UNCI had tot resultaat dat de 3 torpedojagers bij de schepen, dienst doende in Indonesië voor hulp en steun, werden opgenomen. Er deed zich nu in Makassar een geval voor als door de UNCI voorzien. Instede van buiten voorkennis van de RIS Hr. Ms."Kortenaer" daarheen te zenden, ware het m.i. zeer wel mogelijk geweest de RIS in overweging te geven Hr.Ms. "Kortenaer" daarheen te zenden. Mocht de RIS hiertoe niet hebben kunnen besluiten dan had het schip aan de RIS kunnen worden onttrokken daarbij tevens de RIS in gebreke stellend ten aanzien van het niet nakomen van de UNCI-aanbeveling van 27 oktober 1949. Nu is helaas ten aanzien van de naleving der RTC-overeenkomst zoals uit de briefwisseling tussen Hoge Commissaris en de RIS blijkt, de Nederlandse regering in het defensief gedrongen.' - - - T.a.p.
Afschrift van deze correspondentie werd verleend aan de ministers van Buitenlandse Zaken, en Marine.
Zie ook 1304: Van Maarseveen 338
1580: Van Maarseveen 219
1733: Minuor 227
1766: Van Maarseveen 260
1767: Van Maarseveen 267
PDF transcriptie (18 KB)