Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 1729

Nummer 1729
Datum 30-8-1950
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Gieben 142
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Gieben, A.H.C. (info)
Ontvanger(s) Stikker, D.U. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Archief ministerie van Buitenlandse Zaken
Bestand archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1950
Dossiernummer
Trefwoorden Bihin, P.F.E., Belgisch lid van de UNCI
Cutts, Trevett W., Australisch lid van de UNCI; hoofd South- and Southeast Asian Branch van het ministerie van Buitenlandse Zaken
Doolittle, Amerikaans lid van de UNCI
Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger (KNIL), liquidatie van het -
Molukken, Zuid-Molukken, Ambon
Molukkers, KL (ex-)KNIL-militairen in rayons/doorgangskampen in Indonesië
Spender, Sir Percy C., minister van Buitenlandse Zaken van Australië tot medio '51; ambassadeur van Australië te Washington
Verenigde Naties, UNCI/Milobs
Annotatie 'Kopie van bewerker' is aan de foto van het document toegevoegd.

inleidende noot:
Op 29 aug. had Gieben onder no 140 'aan Stikker persoonlijk, mede voor Van Maarseveen' geseind: 'Gezien het vertrouwelijk karakter van Bihins eerste mededeling over initiaties van de UNCI (mijn 448 aan Minuor [in annotatie van recordnummer 5312]), heb ik Doolittle persoonlijk daarover nog niet gesproken. Uw 140 was mij aanleiding vanmorgen aan Bihin de vraag te stellen of hij bezwaar had dat ik de zaak met Doolittle besprak. Bihin zeide dat hij wel in overleg met Doolittle mij gepolst had, maar ried mij toch voorzichtigheid in de bespreking met Doolittle. Doolittle voelt zich blijkbaar nog zeer onzeker, in de eerste plaats inzake de mogelijke zienswijze van Cutts, die voor zover Bihin wist nog steeds niet van het plan op de hoogte is gebracht. Bovendien wil Doolittle met zijn plan bij de RI zo goed mogelijk beslagen ten ijs komen. Met het oog op dat laatste wil hij de wachttijd tot de samenstelling van een nieuw kabinet benutten om zich door een bezoek aan voornamelijk Semarang en Surabaja van de situatie in KL-kampen, vooral voor zover daar Ambonezen gelegerd zijn, te oriënteren. Zijn bedoeling was die reis op 1 september aan te vangen en 9 of 10 sept. te beëindigen. Toen ik de opmerking maakte, dat de noodzaak van deze reis niet in het oog sprong, aangezien voor rapportage omtrent kampen Milobs ter beschikking staan, gaf Bihin toe dat voor Doolittle misschien mede een doel van deze reis was om iets van het land te zien. Indien de tijd zulks gedoogde stond nl. ook Bali op het programma. Ik heb gezegd dat ik, hoewel ik uitstel van initiatief tot een nieuw kabinet kon billijken, het  toch zou betreuren indien onnodig vertraging zou ontstaan Wij zijn er dus nog geenszins aan toe dat de UNCI officieel haar besluit neemt. Wellicht ten overvloede wil ik u verzoeken nu Cutts nog niet ingelicht is Spender niet te laten merken dat u van het plan weet. Zulks zou ook Bihin in moeilijkheden kunnen brengen. Doolittle vraag ik te lunchen.' Archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1950.
     Onder verwijzing naar dit telegram had Stikker op 29 aug. onder no 145 aan Gieben geseind, dat hij 'heden met Minister Spender kwestie stappen UNCI inzake Ambon' besprak. 'Blijkbaar beschouwt External Affairs deze zaak als interne kwestie van Indonesië, zodat voor UNCI geen taak. Hiertegen mijnerzijds aangevoerd dat eerste plicht UNCI is bloedvergieten voorkomen en voorts dat Nederland alleen in staat zal zijn militaire liquidatie door te voeren wanneer Ambongeschil opgelost. Spender zal Canberra informaties vragen en zegde toe wij erop kunnen rekenen dat  Australië niet afzijdig zal blijven indien Amerika en België tot interventie door UNCI bereid zijn.' Archief BZ, uitgaande codetel. Djakarta 1950.
Zie ook 1116: Gieben 486
PDF afbeelding (338 KB)