Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 1751

Nummer 1751
Datum 23-8-1950
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Van Maarseveen 241
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Maarseveen, J.H. van (info)
Ontvanger(s) Hirschfeld, H.M. (info)
Plaats van opmaak Den Haag
Plaats van bestemming Djakarta
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., codetel. 1950
Dossiernummer 14
Trefwoorden Indonesië, politieke/bestuurlijke aangelegenheden in -
missie/Rooms Katholieke kerk
NG, bestuurlijk
NG-commissie/conferentie '50
voorlichting/propaganda/publicatie/verklaring/communiqué, - op Nieuw-Guinea
zending/protestantse kerken
Annotatie inleidende noot:
Op 22 aug. had Gieben onder no 441 'mede aan Stikker' geseind: 'De passage in het Nederlandse hoofdbestanddeel van het rapport der Nieuw-Guineacommissie, waarin overheidssteun aan missie en zending als een factor voor beoordeling van de statuskwestie in het geding wordt gebracht, heeft in katholieke Indonesische kringen een vrij scherpe reactie gewekt. Antara publiceerde een artikel van het bestuur der "Partai Katolik", waarin aan het betoog van de Nederlandse delegatie "elke reële grond" wordt ontzegd. "De missie" - aldus het bestuur van genoemde politieke partij - "die geheel losstaat van elke staatsbemoeienis, wordt hier in een politiek conflict tussen twee staten (Indonesië en Nederland) betrokken. Zij wordt hier zelfs openlijk als motief gebezigd ter rechtvaardiging van koloniale doeleinden." Het artikel vermeldt, dat katholieke scholen en instituten in Indonesië thans ook door de Rep. regering worden gesubsidieerd; het wijst er voorts op, dat de katholieke gemeenschap in Nederland zich voor de missie zeer verdienstelijk heeft gemaakt, doch betwijfelt of zij werkelijk financiële steun van de Nederlandse regering ontving. "Het zou dan ook volkomen juist zijn, indien de katholieke gemeenschap in Nederland zelf tegen deze weergave der feiten door de Irian-commissie in Nederland zou protesteren." Ik teken hierbij aan, dat de gewraakte passage uit het verslag, waarop reacties als hierboven gesignaleerd konden worden verwacht, mij uit politiek oogpunt niet onbedenkelijk voorkomt. De missie en de zending in Indonesië zijn zeker niet gediend met een uitspraak onzerzijds, dat een in hoofdzaak Islamitisch land op de duur wel niet bereid zal zijn het werk van missie en zending de steun te verlenen, welke zij onder het Nederlandse bewind ontvingen. Een weifelende politiek van Indonesië ten opzichte van missie en zending kan door een uitspraak als deze alleen maar nadelig worden beïnvloed. Het lijkt mij zeer gewenst, dat de regering bij de a.s. kamerdebatten over het verslag zich van deze uitspraak der Nederlandse delegatie bepaaldelijk distantieert.' NA, archief Minkol., codetel. 1950, 9.

slotnoot:
Onder verwijzing naar dit telegram seinde Gieben op 28 aug. onder no 459 o.m.: 'Een verklaring als door U bedoeld lijkt mij zeer gewenst. Ik moge slechts wijzen op een kleine onnauwkeurigheid in het gestelde, dat naleving van de bepalingen van het Uniestatuut betreffende naleving van  vrijheid van godsdienst nooit tot enige klacht over en weer aanleiding heeft gegeven.' Vervolgens verwees Gieben naar een door Van Maarseveen op 17 juli onder no 143 verzonden telegram waarin deze opdracht had gegeven Luar Negeri op zijn klacht over het belemmeren van godsdienstvrijheid in NG te antwoorden 'dat deze ongegrond was' en tevens van de gelegenheid gebruik te maken te wijzen op de lasterlijke propaganda door de Badan Perdjuangan Irian tegen het gouvernement van NG gevoerd [zie recordnummer 1255].  Wel viel, aldus Gieben, uit een recente lezing van Yamin 'af te leiden dat men vorenbedoelde klacht van Indonesische zijde niet meer laat wegen.' NA, archief Minkol., codetel. 1950, 9. Telegram Van Maarseveen 143 in: NA, archief Minkol. codetel. 1950, 13.
Zie ook 1255: Van Maarseveen 55
1764: Van Maarseveen 255
PDF afbeelding (428 KB)