Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 2016

Nummer 2016
Datum 27-10-1950
Soort aantekening
Kenmerk Minuor NG 2176/E IV geheim
Opschrift/Bijlage(n) opschrift: Eventuele terugkeer Papoea-delegatie
Verzender(s) Beuge, J.A. van (info)
Ontvanger(s) Maarseveen, J.H. van (info)
Plaats van opmaak Den Haag
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., dossierarchief ministerie van Koloniën en opvolgers 1945-1
Dossiernummer 2415
Trefwoorden Abdul Arfan, lid van de NG-raad
Ariks, J. *
Jouwe, N.*
Kaisiepo, M.W.*
NG, positie/houding Indonesiërs op -
NG, positie/houding Papoea's op -
NG-commissie/conferentie '50
Papoeadelegaties/-delegatieleden
voorlichting/propaganda/publicatie/verklaring/communiqué, Indonesische
Annotatie inleidende noot:
Zie recordnummer 214 sub 3e. Op 16 sept. had Van Maarseveen onder no Minuor 101 aan Hollandia geseind, dat hij het volgende telegram uit Sorong had ontvangen: '"Conform overleg met vertegenwoordigers bevolkingsgroepen, organisaties en partijen werd de formatie van de delegatie definitief bepaald als volgt: voorzitter Ariks, secretaris Defares, lid algemeen adviseurs Jouwe, leden Kasiepo en Abdul Arfan. Ariks is voorzitter van de Irianse Delegatie." Ik verzoek u mede te delen aan betrokkenen, dat, zoals reeds uitdrukkelijk in Van Maarseveen 93 werd gesteld:
1. er geen aanleiding bestaat de uitnodiging tot Defares uit te strekken;
2. weliswaar Ariks, Jouwe, Arfan en Kasiepo als vertegenwoordigers van de autochtone bevolking van Nieuw-Guinea zijn uitgenodigd in verband met de komende besprekingen tussen Nederland en Indonesië, dat zulks echter nog niet inhoudt, dat zij aan die besprekingen als delegatie rechtstreeks zullen deelnemen.' NA, archief Minkol., codetel. 1950, 25.

slotnoot:
Op 31 okt. werd daarop onder no Van Maarseveen 140 aan Hollandia geseind: 'Vandaag wordt de Indonesische parlementaire missie inzake Irian in Nederland verwacht. De aanvangsdatum van de conferentie inzake Nieuw-Guinea werd evenwel nog steeds niet bepaald, terwijl voor zover bekend ook de Indonesische delegatie voor de onderhandelingen inzake Nieuw-Guinea nog niet werd samengesteld. Onder deze omstandigheden lijkt het politiek noodzakelijk dat de Papoeavertegenwoordiging hier blijft tot de onderhandelingen zijn beëindigd en geen twijfel bestaat dat Nederland de souvereiniteit over Nieuw-Guinea wenst te continueren. U zult hiermede, naar ik vertrouw, kunnen instemmen. Inmiddels bereiken mij verontrustende berichten over geprikkelde stemming onder de Papoea's, die voortvloeien aan de ene kant uit het uitblijven van slotonderhandelingen en daarmede de definitieve vastlegging van de status van Nieuw-Guinea en aan de andere kant uit de propaganda en agitatie van Indonesië en uit berichten inzake voorgenomen gewapende infiltraties. Vele Indonesiërs, in het bijzonder te Sorong, zouden zich bedreigd gevoelen door de Papoea's en maandelijks Nieuw-Guinea in grote getalen verlaten. Ik behoef uw aandacht er niet op te vestigen, dat eventuele excessen van Papoea's tegen Indonesiërs represailles in Indonesië tegen Nederlandse levens en eigendommen ten gevolge zullen hebben, zodat daar met alle middelen tegen dient te worden gewaakt.'  NA, archief Minkol., codetel. 1950, 20
Zie ook 214: Ministerraad
1562: Van Waardenburg 152
2020: Minuor 41
2026: Arfan c.s. no. 5/NR
PDF afbeelding (912 KB)