Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 2876

Nummer 2876
Datum 18-7-1952
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Lamping 39
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Lamping, A.Th. (info)
Ontvanger(s) Stikker, D.U. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., codetel. 1952
Dossiernummer 7
Trefwoorden Indonesië, bezoeken aan/missies naar -
NG-kwestie, algemeen (= conflict over de status van NG tussen Nederland en Indonesië)
Philippijnen, houding/positie van -
Quirino, Elpidio, president van de Philippijnen '48-'53
Zuid/Zuidoost-Azië
Annotatie inleidende noot:
Op 16 juli had Lamping onder no 35 aan Stikker geseind: 'Eerst enkele weken geleden, waarschijnlijk met het oog op de komst van Quirino, is de diplomatieke post [van de Philippijnen] in Djakarta wederom volwaardig bezet door een ambassadeur, die in diplomatieke kringen een goede indruk heeft gemaakt. De heer Sebastian behoorde gisteren tot onze gasten. Na het diner nam ik hem terzijde. Ik refereerde aan de grote belangstelling gewekt door het toekomstig bezoek van president Quirino alsmede aan de geruchten, dat van Philippijnse zijde de RI zou worden gepolst over een mogelijke samenwerking tussen de Philippijnen en Indonesië in Pacific-verband waartegenover de waarschijnlijkheid moest worden gesteld, dat van RI-zijde steun van de Philippijnen inzake Irian, zou worden gevraagd. Op het eerste punt kwam ik niet terug; wij hadden er enkele dagen geleden van gedachten over gewisseld, waarbij mij was gebleken de opvatting van mijn collega, dat de RI goed zou doen, zich meer aan de kant van de vrije wereld te stellen. Ik kreeg daarbij sterk de indruk, dat Cochran tracht Sebastian te bewegen de RI van de gewenstheid tot samenwerking in anti-Russisch verband te overtuigen. Wat het punt Irian betreft zou het een onjuiste manoeuvre zijn geweest te trachten mijn collega voor ons standpunt te winnen: meermalen is dezerzijds reeds uiteengezet, dat dergelijke pogingen bij de meeste Aziatische diplomaten alleen maar een averechts effect kunnen sorteren. Ik gooide het daarom over een andere boeg en zei hem, dat ik uit gesprekken met bevriende Aziatische collega's de overtuiging had gekregen dat, hoe deze ook principieel mochten staan tegenover de Nieuw-Guineakwestie, zij de overtuiging waren toegedaan, dat het oprakelen door de RI van de Irianzaak, in dit politiek moeilijke tijdsgewricht ongewenst te achten was. Ondanks mijn verklaring, dat het hier een persoonlijke opvatting was en dat ik begreep geen antwoord te kunnen verlangen antwoordde Sebastian, dat mijn weergegeven indruk volkomen juist was en dat zulks ook zijn opvatting was.' NA, archief Minkol., codetel. 1952, 7.

Onder no 37 had Lamping de volgende dag, 17 juli, telegrafisch verslag gedaan van Quirino's bezoek aan en rede voor het Indonesisch parlement. T.a.p.
Zie ook 2886: Lamping 53
PDF afbeelding (262 KB)