Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 2894

Nummer 2894
Datum 18-12-1951
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Lamping 281
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Lamping, A.Th. (info)
Ontvanger(s) Stikker, D.U. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., codetel. 1951
Dossiernummer 8
Trefwoorden Blitar/Talisse-affaire
scheepvaartaangelegenheden
wapen(s)/oorlogsmateriaal, -transacties/embargo op -/vergunningen voor - voor Indonesië
Annotatie slotnoot:
Eveneens op 18 dec. seinde Stikker onder no 222: 'Heden zijn Supomo en Djumhana door Peters, Blom en mij ontvangen. Hun werd voorlezing gedaan van het ontworpen antwoord op de brief van Supomo van 15 dezer, dat bedoelde de laatste belemmeringen voor de besprekingen op te heffen en zou zijn overhandigd. indien niet de zaak van de Blitar en de Talissede besprekingen onmogelijk maakte. Noch aan ons, noch aan de Indonesiër is op dit ogenblik de motivering van het aan U betreffende de Talisse medegedeelde bekend. Aan Supomo werd gevraagd ook zijnerzijds te overwegen hoe deze zaak ware op te lossen.' NA, archief Minkol., codetel. 1951, 9.
Zie voor de tekst van de hier bedoelde brief no 2818.
         Vervolgens seinde Stikker, in reactie op tel. no Lamping 281 onder no 223: 'Ik heb met waardering van de wijze, waarop U deze moeilijke materie behandelt, kennis genomen.
Uit Uw rapportage blijkt, dat de Indonesische Regering met deze impasse ernstig verlegen zit, en bij de Indonesische Regering aanwezige verlangen om het incident naar onze tevredenheid op te lossen door angst voor de publieke opinie aldaar zou kunnen worden gefrusteerd.
Nederland heeft er geen belang bij deze situatie te laten voortbestaan. Wanneer voor het incident een oplossing kan worden gevonden die aan het standpunt van beide partijen zoveel mogelijk recht doet wedervaren, moet het grote belang van het zo spoedig mogelijk in zo goed mogelijke sfeer aanvangen van de besprekingen met Supomo prevaleren.
Ik verzoek U daarom de volgende oplossing ondershands te suggereren, waarbij ik er de nadruk op leg dat het definitieve aanbod van Indonesië moet uitgaan:
A. de op de Blitar in beslag genomen goederen worden in een thuisvarend schip geladen met bestemming te onzer discretie Nederland of een tussenliggende haven buiten Indonesië;
B. voor de militaire lading voor Nieuw-Guinea in de Talisse wordt een incidentele laisser passer gegeven. Indien de Indonesische Regering dit niet meent te kunnen verantwoorden, wordt de lading gelost en verder op zelfde wijze als sub A. behandeld.' T.a.p.
    De volgende dag seinde Lamping onder no 284: 'Abadi meldt heden dat een tweede schip met een wapenlading zou zijn aangekomen en met wapens door de militaire commandant aangehouden - - -. Ik heb de pers medegedeeld mijnerzijds geen enkele inlichting te kunnen verstrekken. - - - Gelieve de rederij in te lichten.' T.a.p.
Zie ook 2313: Stikker 219
2735: Stikker 235
2892: Lamping 274
2894: Lamping 281
PDF transcriptie (13 KB)