Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 3261

Nummer 3261
Datum 17-11-1952
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Van Ittersum 312
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Ittersum, G.E. van (info)
Ontvanger(s) Beyen, J.W. (info)
Luns, J.M.A.H. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Archief ministerie van Buitenlandse Zaken
Bestand archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1952
Dossiernummer
Trefwoorden APRA-arrestanten, (rechts)positie van de -
Bouman, H.A. *
Molukkenopstand/RMS, Republik Maluku Selatan
Nederlandse commissariaten/consulaten in Indonesië
Westerling, R./Westerlingaffaire(s)
Annotatie noot bij  'Ik sein U hieromtrent separaat.' in de twee na laatste alinea:
    Diezelfde dag seinde Van Ittersum onder no 311 o.m., dat hij op 18 november een routine-demarche hieromtrent bij Luar Negeri zou ondernemen.' - - - T.a.p.
       Op 22 dec. seinde Beyen/Luns onder no 237: 'Tegen verwachting in heeft de Tweede Kamer zeer gematigd gereageerd op de teleurstellende mededeling bij Memorie van Antwoord ad Hoofdstuk III Rijksbegroting 1953, dat voorshands generlei voortgang kan worden verwacht in de zaak der zes overgebleven Nederlandse APRA-arrestanten, die zich thans bijkans drie jaar in voorarrest bevinden. Ik schrijf dit toe aan het vertrouwen dat bij de Kamer werd gewekt door de bij die Memorie verstrekte uitvoerige en openhartige inlichtingen, waarbij enerzijds het arrestantenprobleem tot juiste proporties werd teruggebracht, anderzijds tot uitdrukking werd gebracht, dat de thans ingetreden deadlock niet te wijten is aan gebrek aan dilligentie van Nederlandse officiële zijde. Niettemin moeten wij voortgaan al het mogelijke te doen. In verband hiermede verzoek ik U om Bouman te vragen of hij van verdere pogingen zijnerzijds ter bevordering van de spoedige berechting of vrijlating zijner cliënten nog enig resultaat verwacht en zo niet, of hij dan niet van oordeel is dat thans het ogenblik gekomen is om uitvoering te geven aan zijn in Lamping 111 omschreven denkbeeld om ten behoeve van betrokkenen een actie in te stellen, gebaseerd op artikel 83 D of 358 HIR. Het komt mij voor, dat het instellen van deze actie niet in het nadeel van betrokkenen kan werken, daar onder de gegeven omstandigheden mijns inziens hun belang thans voor alles meebrengt, dat de ingetreden deadlock wordt doorbroken, waartoe het aanwenden van de normale processuele rechtsmiddelen voorshands de enig overgebleven kans op uitkomst schijnt te bieden'. - - -  Archief BZ, uitgaande codetel. Djakarta 1952.
    Op 12 jan. 1953 seinde Van Bylandt voorts onder no 420: 'Uit een dezer dagen ingewonnen informaties op het Hoofdparket naar de afdoening van de APRA-zaak bleek opnieuw, dat generlei beslissing op korte termijn kan worden tegemoet gezien. De met de behandeling van deze zaak belaste Indonesische hoofdambtenaar sprak als zijn overtuiging uit, dat indien Suprapto thans de nog gedetineerde personen op vrije voeten zou stellen, betrokkenen nog op dezelfde dag door de militaire autoriteiten zouden worden gearresteerd. Dit zou volgens bedoelde ambtenaar slechts tot gevolg hebben, dat zij alsdan van ieder contact met de buitenwereld, in casu het HC, Bouman en hun familieleden, zouden zijn verstoken. Hoewel deze uitspraak waarschijnlijk primair bedoeld was als verontschuldiging voor de voortgezette langdurige aanhouding, is hiermede de feitelijke situatie niettemin juist getypeerd. Behalve dat dit zich - gelijk U bekend - destijds bij de vrijgelaten APRA-arrestanten heeft voorgedaan, zijn kortgeleden ook enige Chinezen, die op last van de PG uit voorlopige hechtenis waren ontslagen, onmiddellijk daarop door het militair gezag opnieuw in arrest gesteld. Niettemin zal ik bij de Indonesische Regering mijn pogingen tot invrijheidstelling van de APRA-gedetineerden voortzetten' Archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1953.
Zie ook 2593: Götzen 6
3283: Beyen 184
3310: Van Bylandt 7
PDF transcriptie (13 KB)