Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 3804

Nummer 3804
Datum 23-4-1954
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Van Bylandt 1211
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Bylandt, W.F.L. van (info)
Ontvanger(s) Beyen, J.W. (info)
Luns, J.M.A.H. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Archief ministerie van Buitenlandse Zaken
Bestand archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1954
Dossiernummer
Trefwoorden Bureau West-Irian
Colombo-landen/-conferenties/-plan
NG-kwestie, algemeen (= conflict over de status van NG tussen Nederland en Indonesië)
Yamin, M.*
Zuid/Zuidoost-Azië
Annotatie noot bij 'Bureau West-Irian': zie recordnummer 3445

slotnoot:
Onder verwijzing naar dit telegram seinde Van Bylandt op 28 april onder no 1233 o.m.: 'Ik laat hier in vertaling volgen de "suggestie" van Mohammed Yamin om de Colomboconferentie te benutten voor de verwezenlijking van Indonesische aspiraties met betrekking tot Nieuw-Guinea: "Zoals bekend zal eind april 1954 de Colomboconferentie worden gehouden tussen de vier premiers van Aziatische landen. Deze conferentie zal uiteraard een besloten karakter dragen, terwijl ook de agenda niet openbaar zal zijn. Maar het laat zich vermoeden, dat de conferentie zich bezig zal houden met enige Aziatische vraagstukken, zoals de uitbanning van het kolonialisme van het Aziatische vasteland en de oplossing van de nationale aanspraken op bepaalde gebieden. Nu reeds tekenen deze kwesties zich duidelijk af in de politiek der Aziatische landen onderling en tegenover de internationale wereld. De conferentie van Caracas is voorbij en met het op deze conferentie genomen besluit om het kolonialisme teniet te doen heeft ook Indonesië zijn instemming betuigd, zonder in zijn formulering aan te dringen op het verdwijnen van het Nederlandse kolonialisme uit West-Irian. De Colomboconferentie zal zich ook geplaatst zien tegenover de oplossing van de Kwashmirkwestie tussen India-Bahrat en Pakistan; voorts de kwestie van de nationale aanspraken op Pondicherry en Goa. Het is zeer wel mogelijk, dat de Aziatische landen in deze twee kwesties het intermediair en de backing van de Republiek Indonesia nodig zullen hebben, zoals wij destijds de backing en de bemiddeling nodig hadden van de New Delhistaten voor 1949. Bovenstaande argumenten doen de gedachte rijzen, hoe goed het zou zijn, indien onze minister-president in deze besloten vergadering de oplossing van de Iriankwestie te berde zou brengen, aanhakend aan de nationale aanspraken der Aziatische landen, overeenkomstig het algemene verlangen van de wereldgemeenschap om de koloniale status te doen verdwijnen. - - - Indien de vergadering zich met het bovenstaande zou kunnen verenigen, ware het aan te bevelen, dat de voorzitter van de bestuursraad van het Bureau Irian deze suggestie doorgeeft aan de minister-president, voordat deze naar Colombo vertrekt, opdat het standpunt en de nationale claim van de Republiek Indonesia volgens het regeringsprogram onder de aandacht wordt gebracht van de premiers ter Colomboconferentie, die eerstdaags zal plaatsvinden."' T.a.p.
Zie ook 3445: Minvor DOC no 22 vertrouwelijk
PDF afbeelding (252 KB)