Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 4468

Nummer 4468
Datum 28-12-1955
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Beyen 640
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Beyen, J.W. (info)
Ontvanger(s) Bylandt, W.F.L. van (info)
Plaats van opmaak Den Haag
Plaats van bestemming Djakarta
Bewaarplaats Archief ministerie van Buitenlandse Zaken
Bestand archief BZ, uitgaande codetel. Djakarta 1955
Dossiernummer
Trefwoorden Anak Agung Gde Agung, Ide (AA), minister van Binnenlandse Zaken van Indonesië 12/'49-12/'50; ambassadeur te Brussel, '50-'54; minister van Buitenlandse Zaken '54-maart '56
Australië, houding/positie van -
Crocker, W.R., ambassadeur van Australië te Djakarta en te Den Haag
MacClure Smith, H.A., ambassadeur van Australië te Den Haag '55-'58
NG-kwestie, algemeen (= conflict over de status van NG tussen Nederland en Indonesië)
strijdkrachten, Indonesische, politieke conflicten binnen de/met de -
unieverhouding/RTC-akkoorden, Geneefse conferentie '55-'56 ter herziening/beëindiging van de -
Annotatie slotnoot:
Ten vervolge op zijn telegram no 640 seinde Beyen op 29 dec. onder no 645 aan Van Bylandt (54 aan Canberra) 'dat Van Tuyll, bij afwezigheid van Luns, op 24 dezer de Indonesische zaakgelastigde Kwee Djie Hoo ontving, die door Anak Agung was opgedragen om Luns persoonlijk mede te delen dat Anak Agung nimmer aan een journalist had gezegd in het bezit te zijn van een aide-mémoire van Crocker, waarin de Nederlandse houding ten aanzien van het Nieuw-Guineaprobleem 'very stupid' werd genoemd. Ook, aldus Kwee, ontkende Anak Agung het bestaan van een dergelijke aide-mémoire. Voorts had Kwee opdracht namens Anak Agung teleurstelling te uiten over het feit, dat dezerzijds terzake niet in de eerste plaats contact was opgenomen met de Indonesische delegatie, temeer waar Anak Agung persoonlijk genoemd was in de zaak. Hierop werd door Van Tuyll geantwoord, dat dit desgewenst maar door de beide ministers zelf moest worden besproken, doch dat hijzelf van oordeel was, dat een ontkenning van de Australiërs de Nederlandse regering wel grotere zekerheid moest schenken dan een dementi van Anak Agung, hoe waardevol ook, aangezien het immers volstrekt niet uitgesloten was, dat een dergelijke aide-mémoire elders dan bij de minister zelf was afgegeven. Van Tuyll verklaarde zich tenslotte verheugd, dat alle misverstanden thans uit de weg waren geruimd en merkte op, dat opnieuw gebleken was, hoe voorzichtig men diende te zijn met geruchten, welke door journalisten, soms als proefballon, worden gelanceerd.' T.a.p.
      Op 30 dec. seinde Van Bylandt onder no 1002, dat Crocker hem gezegd had 'zich enigszins "hurt" te hebben gevoeld dat men in Nederland geloof had geslagen aan die mogelijkheid. Ik zeide dat dit laatste mij niet was gebleken maar dat uiteraard voor ons van het grootste belang was te weten of Anak Agung hier een onjuiste voorstelling van zaken had gegeven. - - - De ambassadeur, die de capaciteiten van de minister van Buitenlandse Zaken zeer hoog schatte, gaf nog als commentaar dat zelfs hoogstaande Aziaten soms niet de verleiding kunnen weerstaan om zich tot handigheden van minder mooi allooi te verlagen.' - - - Archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1955.
Onder verwijzing naar zijn hierboven opgenomen telgram no 645 seinde Beyen vervolgens op 3 jan. 1956 onder no 650 aan Van Bylandt (no 57 aan Canberra): 'MacClure Smith bracht op 30 december jl. een bezoek aan Van Tuyll. Eerstgenoemde deelde mede dat Luar Negeri aan Crocker uitdrukkelijk had bevestigd dat de Indonesische regering zeer wel wist dat er geen Australisch memorandum als het onderwerpelijke bestond. Verder was medegedeeld dat Anak Agung beslist nooit aan een journalist of iemand anders had gezegd, dat een dergelijk memorandum van Australische zijde was ontvangen. De Australische regering, aldus MacClure Smith, zal thans eveneens de Indonesische regering in overweging geven de kwestie van de souvereiniteit over Nederlands Nieuw-Guinea voorlopig in de ijskast te zetten, met dien verstande, dat er dan ook van moet worden afgezien pogingen in het werk te stellen deze kwestie aan een discussie te onderwerpen.'  Archief BZ, uitgaande codetel. Djakarta 1956.
       Onder verwijzing naar dit telegram seinde Fack op 4 jan. onder no 101 'dat hij Plimsoll heden vroeg, welke gevolgen het optreden van het volgende Australisch kabinet op politiek inzake Nederlands Nieuw-Guinea zou kunnen hebben.' - - - Plimsoll verklaarde uitdrukkenlijk 'overtuigd te zijn dat er géén verandering zou optreden', en dat 'de regering ten aanzien van Nederlands Nieuw-Guinea steeds eenstemmig was geweest, zodat er ook thans geen gevaar bestond voor wijziging van het standpunt'. Archief BZ, ingekomen codetel. Canberra 1956.
Zie ook 4451: Beyen/Luns 622
PDF transcriptie (55 KB)