Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 5589

Nummer 5589
Datum 4-3-1957
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Hagenaar 111; Hagenaar 110
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Hagenaar, H. (info)
Ontvanger(s) Luns, J.M.A.H. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Archief ministerie van Buitenlandse Zaken
Bestand archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1957
Dossiernummer
Trefwoorden communisme
Hatta, Moh.*
Indonesië, Nationale Raad/Nationaal overleg/National Planning Board/Nationale Adviesraad/Nationale Defensieraad van -
Indonesië, politieke/bestuurlijke aangelegenheden in -
Masjumi, Madjelis Sjura Moslimin Indonesia
Nederlanders in Indonesië, houding/(veiligheids)positie van -
NU, Nahdatul Ulama
Oost-Indonesië, provincie -
parlement, Indonesische -
Partai Katolik
pers/publieke opinie, Indonesische
PKI, Partai Komunis Indonesia
PSII, Partai Serikat Islam Indonesia
Rum, Moh. (Masjumi), hoge commissaris te Den Haag jan.-sept. '50; minister van Buitenlandse Zaken sept. 1950- april 1951; minister van Binnenlandse Zaken april 1952-juli 1953; eerste vice-premier maart 1956-maart 57
seperatistische/opstandige bewegingen in de buitengewesten; zie ook Makassaraffaire(s); Molukkenopstand; PPRI en Permesta-affaire
staat van Oorlog en Beleg (SOB)
Subardjo, Achmad, minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië 4/'51- 4/'52
Sukarno, 'konsepsie presiden' van -
Sumual, Ventje, lt. kolonel TNI, leider Permesta
Annotatie Telegram Hagenaar 110 is eveneens gedateerd 4 maart 1957. T.a.p.

slotnoot:
Met betrekking tot de veiligheidspositie van de Nederlanders in Indonesië seinde Hagenaar op 7 maart onder no 122 voorts, dat hij naar aanleiding van berichten uit Nederland waarin ongerustheid [hierover] tot uiting komt, aan Martinot van ANP/AFP het volgende had verklaard: 'Voorzover zulks naar uiterlijke verschijnselen kan worden beoordeeld, bestaat voor deze ongerustheid geen onmiddellijke aanleiding. De spanning welke vorige week bestond en onder meer zijn oorzaak vond in een aantal anti-Nederlandse leuzen op muren te Djakarta, is zeker niet toegenomen. Mij hebben tot dusver ook van elders uit Indonesië geen berichten bereikt van bedreigingen of ernstige overlast van Nederlanders.' - - - T.a.p.
Zie ook 5561: Hagenaar 80; Hagenaar 86; Hagenaar 87; Hagenaar 94
5590: Hagenaar 107; Hagenaar 112; Hagenaar 115
PDF afbeelding (437 KB)