Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 5667

Nummer 5667
Datum 11-11-1957
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Hasselman 1037
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Hasselman, A.H. (info)
Ontvanger(s) Luns, J.M.A.H. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Archief ministerie van Buitenlandse Zaken
Bestand archief BZ, ingekomen codetel. Djakarta 1957
Dossiernummer
Trefwoorden Allison, John M., (Deputy) Assistant Secretary of State; ambassadeur van de VS te Djakarta '53-'58
Amerika, houding/positie van -
arbitrage/bemiddeling/geschillenregeling/goede diensten
communisme
NG-kwestie, algemeen (= conflict over de status van NG tussen Nederland en Indonesië)
Roijen, J.H. van*
schuldenkwesties tussen Nederland en Indonesië; zie ook: leningen van Nederland aan Indonesië
Subandrio*
Annotatie inleidende noot: zie recordnummer 6044.

slotnoot:
Op 12 nov. seinde Luns in reactie hierop onder no 541 aan Hasselman: 'Desgevraagd bevestigde Van Roijen, die hier voor de ambassadeursconferentie verblijft, dat
1. het uitgesloten is dat bij de door hem verrichte demarche indruk zou kunnen zijn gewekt dat Nederland bereid is ook over Nieuw-Guinea te spreken;
2. het State Department onder de huidige omstandigheden niet voorstander is van een oplossing van het Nieuw-Guineavraagstuk welke Indonesië zou bevredigen.
Indien uw indruk juist is dat Allison in deze richting werkzaam zou zijn begrijpt hij dus niet de politiek van zijn eigen regering of hij speelt een eigen spel. Wellicht is het u mogelijk aan de hand van het bovenstaande uw indruk nader te toetsen. Aan Washington wordt gevraagd het punt op State Department ter sprake te brengen. Een mogelijkheid zou nog zijn dat men daar op laag niveau denkt dat het wellicht nuttig zou kunnen zijn dat Nederland terzake zich wel tot een gesprek bereid zou verklaren zonder dat dit opgeven van standpunt behoeft te betekenen. Zoals u weet is de Nederlandse regering om begrijpelijke redenen ook daartoe niet bereid.' Archief BZ, uitgaande codetel. Djakarta 1957.
      Desgevraagd seinde Van Voorst op 14 nov. onder no 738 aan Buitenlandse Zaken: 'Uit dezerzijds meermalen geciteerde bron werd vertrouwelijk vernomen dat door VS-ambassade Djakarta gelegde verband tussen Nederlandse demarche inzake schuldenkwestie en mogelijke besprekingen inzake Nieuw-Guinea geheel voor rekening van Allison komt. Op State Department zou ten deze geen misverstand bestaan. Hij noemde de gedachte van Allison ene zoals er wel meer in het land der lotus opbloeien. Het leek zegsman uitgesloten dat Allison deze gedachte verder aan Indonesiërs zou hebben doorgegeven. Mocht onze vertegenwoordiging te Djakarta echter meer positieve aanwijzingen hebben dat zulks wel het geval is geweest dan zou ik gaarne hieromtrent nog worden ingelicht aangezien zegsman zeide zulks bepaald als een ernstige afwijking van de VS-politiek terzake te beschouwen. Uiteraard zal ik overeenkomstig instructie uw 353 deze aangelegenheid ook nog op State ter sprake brengen.'  Archief BZ, ingekomen codetel. Washington 1957.
     Onder no 744 seinde Van Voorst over deze aangelegenheid aansluitend: 'Het door Hasselman in diens 1037 genoemde verband dat door de Amerikaanse ambassade te Djakarta wordt gelegd tussen onze demarche inzake de schuldenkwestie en eventuele bereidheid tot besprekingen over Nederlands Nieuw Guinea, werd door medewerker tijdens bezoek directoraat Zuid-West Pacific mede terloops zonder bronvermelding te berde gebracht. Uit negatief, doch enigszins gereserveerd antwoord viel op te maken dat men blijkbaar op de hoogte van deze gedachte was, doch wel werd indruk verkregen, dat deze gedachte niet op die desk maar in Djakarta was ontsproten, hetgeen klopt met het in mijn bovenaangehaald 738. Bij eenzelfde vraag ter Benelux-desk werd als positief antwoord ontvangen dat er geen sprake van is dat bij het State Department deze mening zou hebben postgevat.' T.a.p.
Zie ook 5666: Hasselman 1010; Hasselman 1013
6044: Van Roijen 639
PDF afbeelding (117 KB)