Landdagen en andere landelijke bijeenkomsten van Staten en steden in Gelre en Zutphen 1423-1584

 
English | Nederlands

Details van document 121

Nummer 121
Datum 04-07-1449
Documenttype besluit
Plaats [Nijmegen]
Vergadering 04-07-1449
Archief
archief archieffonds vormcode inv. nr. folio druk pdf
Gelders archief Hert. archief Origineel 2941 Nijhoff IV, nr. 257 geen afbeelding beschikbaar
Incipit Wy Arnolt van der genaden Gaitz hertoge van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen doen kont, alsoe in den hijlixvurwarden tusschen ons ende onser alrelieffster nychten ende gesellynnen, Katherijnen van Cleve ende van der Marcke, hertogynne van Gelre ende van Gulich ende grevynne van Zutphen, verdedingt is, dat wy sij tuchtigen ende tot hoeren anderen tochten bewijsen, verwissen ende versekeren solden jairlix vier dusent alde Franckrixsche schilde
Explicit ende wy burgermeystere, scepenen ende rait der vier hoefftstede vurs. ter begeerten onss lieven gemynden ende genedigen brueders ende heren bekennen gerne gedain te hebben, ende hebben, des te getuyge, onse ende onser stede segelen beneden sijnre genaden segell ain desen brief doin hangen ende gehangen.
In den jair onss Heren dusent vierhundert negenendeviertich des vierden daiges van der maent julio.
Regest Hertog Arnold verklaart dat hij in de huwelijkse voorwaarden aan zijn vrouw Catharina van Kleef een inkomen van 4000 oude Frankrijkse schilden had toegezegd, waarvan 2000 uit de tol van Lobede en 2000 uit de renten in de Betuwe; bepaalt dat de totale som voortaan uit de tol zal komen, aangezien de renten in de Betuwe onvoldoende opleveren; goedgekeurd door met name genoemde raden en vrienden en de vier hoofdsteden.
Opmerking tekst Nijhoff meldt dat de akte enkel voorzien is van het zegel van hertog Arnold.