Details van document 96
Nummer | 96 | ||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Datum | 10-03-1442 | ||||||||||||||
Documenttype | maatregel | ||||||||||||||
Plaats | Nijmegen | ||||||||||||||
Vergadering | 10-03-1442 | ||||||||||||||
Archief |
|
||||||||||||||
Incipit | Alsoe als mijns heren genaden van Gelre ende Johan van Broichusen in dedinghen comen sijn ende dat to beyden sijden an die ritterschapp ende stede, teser tijt tot Nymegen ter dachfairt wesende, gestalt hebben om een myn ende gevuech dair tusschen te vijnden | ||||||||||||||
Explicit | Ende deser brieve sijn twe alleyns sprekende, der onse genedige here ende Johan van Broichusen elck een hebben. Gegeven ende uytgesproken tot Nymegen int jair onss Heren dusent vierhondert tweeendeveertich des saterdaiges nae den sonnendach Oculi. |
||||||||||||||
Regest | De ridderschap en steden, "ter dachfairt wesende" in Nijmegen, doen uitspraak in het geschil tussen Arnold enerzijds en Johan van Broekhuizen anderzijds en tussen laatstgenoemde en de heer van Meurs; zij kondigen in dit verband een dagvaart in Goch aan; medebezegeld door de raden van de hoofdsteden Nijmegen, Roermond, Zutphen en Arnhem. | ||||||||||||||
Opmerking tekst |