Berkhout, Anna Christina (1870-1899)

 
English | Nederlands

BERKHOUT, Anna Christina, vooral bekend onder de pseudoniemen Tine van Berken en Anna Koubert (geb. Amsterdam 29-9-1870 – gest. Amsterdam 7-12-1899), (kinderboeken)schrijfster. Dochter van Hermanus Berkhout (1845-1909), waarnemend griffier kantongerecht, later gymnastiekleraar, en Machteld Snoek (1848-1925). Tine Berkhout trouwde op 5-12-1895 in Amsterdam met Christoffel Cornelis Witmond (1867-1936), kantoorbediende en later procuratiehouder bij bankiersfirma Insinger&Co Amsterdam. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren.

Anna Christina (Tine) Berkhout groeide op in de Amsterdamse Jordaan (Bloemstraat DD. 224). Ze zat op de lagere school aan de Herengracht en ging in 1885 naar de Gemeentelijke Kweekschool aan de Nieuwe Prinsengracht. Op beide scholen blonk ze uit in het schrijven van opstellen. Ook haar drie broertjes vertelde ze van jongs af aan verhalen.

Niet kinderachtig

Vanaf 1888 werkte Tine Berkhout als onderwijzeres op een openbare lagere school in Nieuwer-Amstel en later op de Openbare Lagere School letter L van A. Dorman aan de Weteringschans. Rond die tijd verschenen haar eerste verhalen voor volwassenen in Nieuws van den Dag, Eigen Haard en Nederland. In 1890 publiceerde ze haar eerste vertalingen en bewerkingen van Duitse en Engelse prentenboeken onder het pseudoniem Tine van Berken bij H.J.W. Becht’s Uitgeversmaatschappij te Amsterdam. Daar debuteerde ze in 1893 met het prentenboek Wat Moeke vertelt. Een jaar later kwam ze met Lammetje Bè. Op aanraden van dichter en redacteur van Nederland M.G.L. van Loghem werkte Tine van Berken een van haar verhalen om tot een boek voor meisjes vanaf veertien jaar: Een klaverblad van vier (1894). Datzelfde jaar verscheen de verzameling novellen Nieuwe Paneeltjes, Berkhouts eerste boek voor volwassenen, onder het pseudoniem Anna Koubert. Ook haar latere werk voor volwassenen publiceerde ze onder die naam.

Op 5 december 1895 trouwde Tine Berkhout met Cor Witmond, de broer van haar vriendin en collega Lia Witmond. Na een korte huwelijksreis naar Brussel trok het stel in bij Cors ouders aan de Nieuwezijds Voorburgwal (nr. 98), boven het kantoor waar Cor als bediende werkte. Tine Witmond-Berkhout, zoals zij zich voortaan in het dagelijks leven noemde, bleef schrijven. Ze publiceerde het ene na het andere boek voor de eerder genoemde doelgroepen en bovendien verhalen voor jongens en meisjes tussen de acht en tien jaar, zoals De Geschiedenis van een broodtrommeltje (1898). Kort na de geboorte van dochter Marie (1899) verscheen het eerste nummer van Lente, Weekblad voor Jonge Dames, dat Van Berken samen met Egbertha C. van der Mandele oprichtte (28-1-1899). Lente bood veel ruimte voor literatuur en Van Berken zette haar ideeën over goede kinderboeken erin uiteen. Kwaliteit van inhoud en vorm moesten volgens haar samengaan en kinderboeken dienden niet kinderachtig te zijn.

In de loop van datzelfde jaar 1899 mondde een verwaarloosde verkoudheid bij Witmond-Berkhout uit in tuberculose. Tijdens haar ziekbed, dat ruim een half jaar duurde, schreef ze de novelle Moeder Wassink voor een wedstrijd van Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift. Ze won de eerste prijs. Tine Witmond-Berkhout stierf op 7 december 1899, 29 jaar oud – ze liet een tachtigtal titels na. Op haar sterfbed zei ze tegen haar vader: ‘[…] ik ben nog zoo jong en zou nog graag blijven leven om nog iets van het leven te genieten. Want ik heb weinig genoten; ik heb altijd gewerkt, en veel gewerkt’ (gecit. Rijks, 126). Witmond-Berkhout werd op 11 december begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Op 4 januari 1900 overleed ook haar dochter Marie. Postuum verschenen Moeder Wassink (1900) en het eerder als feuilleton in Lente opgenomen meisjesboek Mijn Roman (1901), later herdrukt onder de titel Rudi Willenborg (1909). Cor Witmond bleef diepbedroefd achter. Na zijn dood in 1936 werd hij bijgezet in het graf van vrouw en dochter.

Betekenis

Meisjesboeken vormen de kern van Van Berkens oeuvre. Anders dan in jeugdboeken van tijdgenoten is het huwelijk in Van Berkens verhalen niet het hoogste doel. Veeleer worden de meisjes aangespoord tot zelfstandigheid, studie, het vinden van een baan en het benutten van creativiteit. Waar andere auteurs één hoofdfiguur hebben, koos Van Berken voor het perspectief van meerdere personages. In navolging van de Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott introduceerde ze het jongensachtige meisje, de ‘tomboy’, en evenals Jo in Little Women (1868-1869) houden veel van Van Berkens personages van lezen en schrijven. Ook Van Berkens esthetische benadering van kinderboeken was vernieuwend in een tijd waarin het kinderboek in de eerste plaats als opvoedingsmiddel werd gezien.

Recensenten reageerden overwegend positief op het werk van Tine van Berken/Anna Koubert. Ze vonden haar stijl fris en ongekunsteld, de pedagogische lessen op een natuurlijke manier in haar jeugdverhalen verweven. Tine van Berken was de sterauteur van Becht, met oplagen variërend van negenduizend (meisjesboeken) tot twintigduizend (prentenboeken) per titel. Becht vermeldde haar naam zelfs bij vertalingen van anderen, hoogstwaarschijnlijk om commerciële redenen. Top Naeff liet zich bij het schrijven van School-idyllen (1900) door Van Berken inspireren.

Na de Eerste Wereldoorlog raakte Van Berken in de vergetelheid, tot de Vlaamse schrijver Johan Daisne (Herman Thiery) haar in de jaren veertig voor het voetlicht haalde. Hij was als kind door Van Berkens werk gegrepen, verwees er in zijn eigen oeuvre naar en schreef het toneelstuk Tine van Berken (1945), later gevolgd door het essay Tine van Berken of de intelligentie der ziel (1962). Dit leidde tot enkele herdrukken bij de Vlaamse Uitgeverij De Sleutel. In 1993 zorgde de tentoonstelling 100 jaar Tine van Berken. Eerste Nederlandse meisjesboekenschrijfster, die in diverse bibliotheken te zien was, voor een kleine herwaardering.

Naslagwerken

Lexicon jeugdliteratuur; NNBW.

Archivalia

Letterkundig Museum, Den Haag: enkele brieven en niet nader gecatalogiseerde archivalia.

Publicaties/werken

Voor een volledige bibliografie zie Vos (Amsterdam 1993).

Literatuur

  • Johan Daisne, ‘Tine van Berken’, in: Idem, De liefde is een schepping van vergoding. Een toneel-trilogie (Brussel 1945) 175-261.
  • Johan Daisne, Tine van Berken of de intelligentie der ziel (Gent 1962).
  • Erik Rijks, ‘Tine van Berken (mw. A.C. Witmond-Berkhout)’, in: A.W.M. Duijx, Uit het oog… Acht jeugdboekenauteurs uit het interbellum (Leiden 1992) 124-145.
  • Yvonne van der Meulen, Erik Rijks en Ineke Vos, 100 jaar Tine van Berken. Eerste Nederlandse meisjesboekenschrijfster. Catalogus (Amsterdam 1993).
  • Ineke Vos, Tine van Berken. Portret van een meisjesboekenschrijfster uit het fin de siècle (ongepubliceerde doctoraalscriptie Vrije Universiteit Amsterdam 1993).

Illustratie

Tine van Berken, ca. 1894 (Letterenhuis, Antwerpen).

Auteur: Elizabeth Kooman

laatst gewijzigd: 11/03/2016

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.