Davia, Anna (1743-ca. 1810)

 
English | Nederlands

DAVIA, Anna (geb. Nebiù, Italië? 16-10-1743 – gest. Italië ca. 1810), operazangeres, zorgde voor kabaal in de Amsterdamse schouwburg. Dochter van Osvaldo en Maddalena da Vià. Anna Davia trouwde met Giovanni de Bernucci. Wellicht werden uit dit huwelijk 2 kinderen geboren.

Anna Davia – zoals haar achternaam later zou luiden – werd vermoedelijk geboren in Nebiù, een dorpje in de Italiaanse provincie Belluno, tegen de Dolomieten aan. Over haar ouders is niets bekend, maar kennelijk hebben ze hun dochter zanglessen laten volgen. Ze was nog geen achttien toen ze begin 1761 als zangeres naar Amsterdam kwam. Naar aanleiding van haar korte verblijf in de Republiek verschenen er enkele pamfletten met allerlei informatie over haar, die echter met het nodige wantrouwen bekeken moet worden.

Davia zou geboren zijn in Parma – wat dus waarschijnlijk niet klopt – uit ‘eerlijke en fatsoenlijke ouders’ en was niet voor het toneel opgeleid. Ze zou getrouwd zijn met een man uit een even ‘eerlijk en deftig’ Genuees burgergezin en met hem twee kinderen hebben (Straf der libellisten, 10). In Milaan zou haar man, die steevast ‘de heer Davia’ genoemd wordt, bankroet zijn gegaan (Réponse au libelle infame, 1). Het was in die financieel penibele situatie dat madame Davia besloot aan het toneel te gaan (Straf der libellisten, 10). Hoe en of deze zaak zich in Italië werkelijk heeft toegedragen, kan slechts onderwerp van gissingen zijn. Bovendien is ook geïnsinueerd dat zij en ‘de heer Davia’ helemaal niet getrouwd waren (Lettre au sujet de la dispute, 3-4). Of ‘de heer Davia’ dezelfde was als Giovanni (de) Bernucci, laat zich niet achterhalen, aangezien onbekend is wanneer hij en Anna trouwden.

Anna Davia was naar Amsterdam gehaald om te gaan zingen bij de Italiaanse operatroep van Domenico d’Amicis, die in 1761 verlegen zat om een zangeres. Het is onbekend wanneer precies Anna in de Republiek aankwam en wanneer ze voor het eerst bij d’Amicis optrad. Wel schijnen er van het begin af aan wrijvingen te zijn geweest tussen haar en d’Amicis, vooral over geld. Deze bereikten een climax toen d’Amicis op 31 maart 1761 zijn dochtertje Anna wilde laten optreden in de plaats van Davia, die in strijd met haar contract geweigerd had bij de repetities aanwezig te zijn.

Die avond kreeg niemand kans te spelen. In de zaal van de Amsterdamse Schouwburg was een groep heren aanwezig die meteen de boel op stelten zette, roepend dat ze Davia wilden en niemand anders. In een contemporaine handschriftelijke aantekening in het pamflet Gramschap van Apollo worden ze met name genoemd, onder hen de schepenen Hasselaar en Van Hoorn en de secretaris Calkoen. Niet het minste gezelschap dus. Toen d’Amicis de zaal niet tot rust kon krijgen, liet hij het doek vallen en beëindigde een voorstelling die niet eens echt begonnen was. De affaire woedde nog ruim een maand voort, met pamfletten over en weer en advertenties in de kranten. In de voorstellingen die d’Amicis nog in april en mei gaf, trad Davia voor zover bekend niet meer op. Sterker: er werd een benefietvoorstelling voor Anna d’Amicis gegeven.

Interessant aan de (anonieme) pamfletten zijn niet zozeer de gebruikelijke wederzijdse verdachtmakingen als wel het licht dat ze werpen op de sociale verhoudingen. Het probleem van de rel rond Davia lag in het feit dat de relschoppers hoge heren waren. Om hun betrokkenheid te rechtvaardigen moest madame Davia sociaal omhoog gehaald worden. Ze was dan wel niet van stand, zo beweert de auteur van de Réponse au libelle infame, maar wel van keurig burgerlijke afkomst, en dat was uitzonderlijk in de theaterwereld. Zo werd madame Davia, althans volgens sommigen, een vrouw die de steun van de hoge heren waard was.

Anna Davia heeft waarschijnlijk kort na deze gebeurtenissen de Republiek verlaten. In 1777 zat ze in Warschau waar ze bij een concert op 10 mei enkele aria’s zong (Gazetta universale). In 1779 nam, in Sint Petersburg, haar Russische carrière een aanvang. In 1782 kreeg ze een contract van tsarina Catharina II zelf, goed voor een jaarlijks inkomen van 2800 roebel. Vanwege onder meer haar verhouding met een graaf Bezborodko moest Davia – toen waarschijnlijk met Bernucci getrouwd – op bevel van de tsarina in 1785 Rusland verlaten (Serenissima collection, 19). Anna Davia keerde terug naar Italië waar ze haar zangcarrière voortzette tot 1803. Naar verluidt stierf ze in armoede in of na 1810.

Literatuur

  • Gramschap van Apollo; verwekt door ’t schenden van zyn tempel (z.p. z.j. [1761]) [Rössing, 328 nr. 1; ex. met aant., Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UvA), Bijzondere Collecties].
  • Straf der libellisten, leugenaars en lasteraars, of Verdediging van [...] de eer en ’t caracter van juffrouw Davia (Amsterdam 1761) [Rössing, 329 nr. 7].
  • Lettre au sujet de la dispute, du sieur d’Amicis et la dlle. Davia (z.p. 1761) [Rössing, 330 nr. 10].
  • Réponse au libelle infame, intitulé Lettre au sujet du Sieur d’Amicis & de la demoiselle Davia (Amsterdam 1761) [Rössing, 330 nr. 11].
  • Gazetta universale nr. 45 (7-6-1777) 358 [bericht uit Polen].
  • J.H. Rössing, ‘Een kabaal in den Amsterdamschen Schouwburg (31 maart 1761)’, Het Nederlandsch Tooneel 2 (1873) 323-330 [11 pamfletten beschreven op 328-330].
  • C.N. Wybrands, Het Amsterdamsche tooneel van 1617-1772 (Utrecht 1873) 188-189 [noemt 14 pamfletten].
  • D.F. Scheurleer, Het muziekleven in Nederland in de tweede helft der 18e eeuw (Den Haag 1909) 238-239.
  • D.J. Balfoort, Het muziekleven in Nederland in de 17de en 18de eeuw (Den Haag 1981; 2de herz. dr.) 130.
  • The Serenissima collection. History of Venice through medals, dl. III: XVIII century. Veilingcatalogus Arsantiqva, Londen 11-12-2003, p. 19.

Illustratie

Portret door Dmitri Grigorevitsj Levitsky, olieverf op doek, 1782 (The Bridgeman Art Library, Londen).

Auteur: Anna de Haas (met dank aan Ton Jongenelen)

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 538

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.