Herman, Catharina (?-na 1604)

 
English | Nederlands

HERMAN, Catharina (gest. na 1604), ging als man verkleed naar Oostende om haar krijgsgevangen echtgenoot te bevrijden.

Catharina Herman woonde in Medemblik en was getrouwd met een loods. Haar echtgenoot werd rond 1600 naar Oostende gestuurd om te helpen bij de verdediging van die stad. Toen Catharina Herman in 1604 hoorde dat de stad in handen van de Spanjaarden was gevallen en haar man gevangen was genomen, verkocht zij al haar bezittingen, knipte haar haar af, trok mannenkleren aan en reisde naar Oostende om te proberen haar man vrij te kopen. Vanwege haar schoonheid trok zij de aandacht. Het duurde niet lang of ze werd aangezien voor een spion van Maurits en ook gevangengenomen. Een jezuiet die de gevangenen bezocht, ontdekte dat zij een vrouw was en hoorde haar verhaal aan. Juist op dat moment waren zeven krijgsgevangenen, onder wie wellicht haar echtgenoot, ter dood veroordeeld. Katharina Herman liet aan de jezuiet weten dat zij haar man tot in de dood wilde volgen. De jezuiet meldde hierop aan de commandant, graaf van Bucquoy, dat zich onder de gevangenen een vrouw bevond. Deze was zo onder de indruk van haar huwelijkstrouw, dat hij Catharina Herman én haar man allebei vrijliet.

Het is niet duidelijk wanneer het verhaal van Catharina Herman en haar echtgenoot voor het eerst is opgetekend. De oudste vermelding van deze anekdote in de Nederlandstalige literatuur is, voorzover bekend, van David van Hoogstraten in zijn Groot algemeen historisch, geographisch, genealogisch en oordeelkundig woordenboek (1733). Hij verwijst daarbij naar Femmes illustres van Hilarion de Coste. Hij doelt op het in 1647 van deze Franse auteur verschenen werk Les eloges et les vies des reynes, des princesses, et des dames illustres en pieté, en courage & en doctrine, qui ont fleury de nostres temps, & dus temps de nos peres (p.354). Kok en Van der Aa nemen het lemma van Van Hoogstraten vrijwel letterlijk over.

In 1793 publiceerde Jan Jacob Vereul een toneelstuk over Catharina Herman. In de inleiding op zijn bundel Mengelpoezy (1799) meldt Willem Bilderdijk dat hij al enige jaren bezig was om dit ‘tafereeltje van huwelijkstederheid’ op papier te zetten, maar dat hij besloot ‘niet met waterverf tegen zijn kabinetstuk te worstelen’ toen hij erachter kwam dat de dichter Vereul dit ‘aandoenlijke tafereel’ al had omgewerkt tot een toneelstuk. Hij gaf daarom een andere wending aan het manuscript, waar hij tussen 1793 en 1797 aan had gewerkt, en publiceerde het in 1799 als een lofdicht van 47 coupletten. In 1840 schreef Honig nog een verhaal over de legendarische huwelijkstrouw van Catharina Herman.

De overlevering van Catharina Herman is een van die zeldzame voorbeelden waarin het historische personage van de vrouw wel een naam heeft, maar de man naamloos blijft. In arren moede hebben latere literatoren hem maar de naam ‘Herman’ gegeven.

Naslagwerken

Van der Aa; Kobus/De Rivecourt; Kok; Verwoert.

Literatuur

  • Jan Jacob Vereul, Catharina Herman. Tooneelspel (Amsterdam 1793).
  • W. Bilderdijk, ‘Katharina Herman: romance’, in: Idem, Mengelpoezy, bevattende vertellingen en romances (Amsterdam 1799) 175-186.
  • [A.G.L.], ‘Catharina Herman’, in: Idem, De kracht der christelijke godsdienst, in karakterschetsen uit de Nederlandsche geschiedenis deel 1 (Leiden 1833) 292-303.
  • J. Honig Jzn. jr., Catharina Herman en de watergeus. Twee verhalen (Amsterdam 1840).

Illustratie

Het weerzien van Catharina Herman en haar man. Gravure (detail) door D. Vrijdag naar P. Buys. Uit: J.J. Vereul, Catharina Herman. Toneelspel.

Auteur: Els Kloek

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 152

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.