Montessori, Maria (1870-1952)

 
English | Nederlands

MONTESSORI, Maria (geb. Chiaravalle, Italië 31-8-1870 – gest. Noordwijk 6-5-1952), arts en pedagoge. Dochter van Alessandro Montessori (1832-1915), ambtenaar, en Renilde Stoppani (1840-1912). Maria Montessori had van ca. 1895 tot 1901 een relatie met Giuseppe Ferrucio Montesano (1868-1961), arts. Uit deze relatie werd 1 zoon geboren.

Maria Montessori was enig kind. Vanaf haar vijfde woonde ze in Rome, waar haar vader een baan kreeg op het ministerie van Financiën. Haar liberale, progressieve ouders beschouwden wetenschap als een belangrijk instrument voor maatschappelijke vooruitgang. Als jong meisje blonk Maria uit in ‘vrouwenwerkjes’ als borduren en droomde ze van een roemrijke carrière als actrice, maar toen ze dertien was, wilde ze ingenieur worden. Met steun van haar moeder, maar tegen de zin van haar vader, ging ze naar een technische school – heel ongebruikelijk voor een meisje. Vervolgens studeerde ze als een van de eerste vrouwen medicijnen aan de Universiteit van Rome. Tevergeefs probeerde ze zo min mogelijk op te vallen in de door mannen gedomineerde wereld waarin ze zich bewoog.

De montessorimethode

Na de verkrijging van haar doctorstitel in 1896 begon Maria Montessori haar uitzonderingspositie als vrouw en haar theatrale talent in te zetten voor de dingen die ze belangrijk vond. Ze werkte voor verschillende wetenschappelijke instituten, waar ze zich toelegde op onderzoek naar kinderen met een verstandelijke beperking. Zij baseerde zich daarbij op observatie en experimenten, een methode die kenmerkend bleef voor haar werk. Ook vroeg ze aandacht voor thema’s die hoog op de agenda van de vrouwenbeweging stonden, zoals kiesrecht, prostitutie en moederschap. Als afgevaardigde van de Italiaanse vrouwenbeweging nam ze deel aan congressen in Berlijn (1896) en Londen (1899), waar ze haar eerste internationale contacten legde.

Vanaf circa 1895 had Maria Montessori een ‘vrije’ liefdesrelatie met collega-arts Giuseppe Montesano. Om het gelijkwaardige karakter van hun relatie te waarborgen – in een huwelijk was de vrouw immers formeel ondergeschikt aan haar echtgenoot – trouwden ze niet, zelfs niet toen in 1898 zoon Mario werd geboren. De jongen werd ondergebracht in een pleeggezin, zodat Montessori haar carrière kon voortzetten. Toen Montesano eind 1901 onverwachts trouwde met een andere vrouw, ervoer Montessori dat als een diep verraad, temeer omdat hij acht dagen eerder zijn vaderschap had erkend en zo de voogdij over hun zoon had geregeld. Ze kon haar zoon slechts af en toe bezoeken en mocht haar moederschap niet aan hem kenbaar maken.

Maria Montessori besteedde na 1901 verreweg de meeste energie aan de leef- en werkgemeenschap die zij met steun van haar moeder in haar ouderlijk huis opzette. Ze was de spil en leidster van deze uit jonge vrouwelijke volgelingen bestaande gemeenschap die experimenteerde met verschillende onderwijsmethodes. Langzamerhand verschoof Montessori’s belangstelling van kinderen met een beperking naar kinderen in het algemeen. Beslissend was het experiment dat zij in 1907 begon in het eerste Casa dei Bambini (Kinderhuis) in de Romeinse arbeiderswijk San Lorenzo. Hieruit bleek dat verwaarloosde en onhandelbare kinderen zichzelf konden leren schrijven en lezen – in die volgorde – met behulp van speciaal door Montessori ontworpen didactisch materiaal. Op basis van deze ervaringen beschreef ze in 1909 de ‘montessorimethode’: de leeromgeving moet zo zijn ingericht dat het kind zichzelf in alle vrijheid kan ontwikkelen met behulp van materiaal dat de zintuigen stimuleert. De interventies van de leerkrachten dienen zich te beperken tot het aanreiken van het juiste materiaal op het voor het kind juiste moment.

Internationaal succes

Het ‘Wonder van San Lorenzo’ trok al snel de aandacht in Italië en – na Engelstalige publicaties – in andere landen. Begin 1913 organiseerde Montessori in Rome de eerste internationale trainingscursus voor montessori-leerkrachten. De deelnemende Nederlandse vrouwen waren zo enthousiast dat ze haar in 1914 uitnodigden. Op verschillende plaatsen in Nederland ontstonden montessori-klasjes die later deel werden van geïnstitutionaliseerd montessorionderwijs.

Na twee succesvolle rondreizen door de VS, waarbij ze onder meer optrad op de Wereldtentoonstelling in San Francisco, vestigde Montessori zich in 1915 in Barcelona. De hele wereld bleef echter haar werkterrein: ze maakte talloze reizen met zoon Mario, die in 1913 weer contact met haar had opgenomen. In haar geboorteland had Montessori na het aanvankelijke succes nauwelijks voet aan de grond gekregen. Dat veranderde toen ze in 1924 Mussolini ontmoette en zijn gevoeligheid voor buitenlandse bewondering gebruikte om het montessorionderwijs in Italië een nieuwe impuls te geven. Dat ging – met de nodige spanningen – goed tot 1934, toen het tot een breuk kwam. Tot 1947 zette Montessori geen voet meer in Italië.

Na het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog in 1936 verliet Montessori Barcelona. Zij kon terecht in de Baarnse villa van de ouders van Ada Pierson, de latere echtgenote van Mario – na de oorlog zou zij een belangrijke rol spelen in de internationale verbreiding van de montessorimethode.

Toen Italië in juni 1940 Engeland de oorlog verklaarde, bevonden Montessori en haar zoon zich in India en kregen daar als Italiaanse staatsburgers tot het einde van de Tweede Wereldoorlog – een zeer mild – huisarrest. Daarna barstte een stroom van officiële eerbewijzen los: zo werd Montessori drie maal (1949, 1950, 1951) genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede en in 1950 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In datzelfde jaar ontving ze van de Universiteit van Amsterdam een eredoctoraat. Ze bleef reizen, maar keerde regelmatig terug naar een van haar adressen in Nederland, zoals het pand aan de Koninginneweg (nr. 161) in Amsterdam, waar vanaf 1935 de Association Montessori Internationale is gevestigd.

Maria Montessori overleed onverwachts op 6 mei 1952 tijdens een verblijf in het vakantiehuis van de familie Pierson in Noordwijk. Daar werd ze ook begraven, overeenkomstig haar wens als wereldburgeres te worden begraven op de plaats waar zij stierf.

Reputatie en betekenis

Door erop te staan dat haar naam werd verbonden met de door haar ontwikkelde methode, kreeg Maria Montessori als enige vrouwelijke pedagoog wereldfaam. Haar onderwijsmethode is bovendien de enige die naar een vrouw is genoemd. Maria Montessori was een imposante, altijd in het zwart gehulde verschijning met een groot charisma. Dankzij haar enthousiasme voor moderne (communicatie)technologie en haar beeldende schrijf- en spreekstijl bereikte zij een groot en gevarieerd publiek. Ook de machtigen en rijken der aarde wist ze voor zich te winnen.

Gaandeweg ging Montessori zich steeds meer gedragen als een goeroe, die als enige de zuiverheid van haar Methode kon bewaken. In het montessorionderwijs mocht bijvoorbeeld alleen met door háár ontworpen materiaal gewerkt worden – in dit verband werd wel de term ‘Montessori-dictatuur’ gebruikt. Kritiek was niet welkom. Montessori wenste overgave. Dit leverde haar regelmatig conflicten met haar ‘volgelingen’ op, vaak met een definitieve breuk tot gevolg. Montessori’s vaste baken bleef Mario. Hij, en ook een aantal van zijn kinderen en kleinkinderen, speelden en spelen een belangrijke rol in de verbreiding van de montessorimethode.

Momenteel zijn er montessorischolen in meer dan dertig landen. In Italië heeft haar methode vrijwel alleen in het peuter en kleuter-onderwijs voet aan de grond gekregen. Ook is er slechts een handjevol straten en pleinen naar haar genoemd, terwijl Nederland tientallen Montessoristraten en -lanen telt. Nederland telt honderdzestig montessori-basisscholen en twintig scholen voor voortgezet onderwijs.

Archivalia

  • Association Montessori Internationale, Amsterdam: Persoonlijk archief van Maria Montessori (wordt gedigitaliseerd [21-6-2017]).
  • Dalton School, New York City: Archief Helen Parkhurst.
  • Katholiek Documentatiecentrum, Nijmegen: Archief Buytendijk.
  • Zie voor overige archieven: Schwegman, 247.

Publicaties

Zie de volgende bibliografieën:

  • Massimo Grazzini, Bibliografia Montessori (Brescia 1965).
  • Rita Kramer, Maria Montessori. A bibliography (Oxford 1978).
  • Clara Tonar red., Montessori. Bibliografia Internazionale/ International Bibliography. 1896-2000 (Rome 2001).

Literatuur

  • Edwin Mortimer Standing, Maria Montessori. Her life, her work (Londen 1957).
  • Rita Kramer,  Maria Montessori. A biography (Chicago 1976).
  • J.S. Calff, Van pionier tot mammoet. Het Amsterdams Montessori Museum 1930-1980 (Amsterdam 1980). 
  • Hélène Leenders, Montessori en fascistisch Italië: een receptiegeschiedenis (Amersfoort 1999).
  • Marjan Schwegman, Maria Montessori 1870-1952. Kind van haar tijd, vrouw van de wereld (Amsterdam 1999).
  • Valeria P. Babini en Luisa Lama, Una «donna nuova». Il femminismo scientifico di Maria Montessori (Milaan 2000).
  • Augusto Scocchera, Maria Montessori. Una storia per il nostro tempo (Roma 2005).
  • Fulvio De Giorgi, ‘Maria Montessori’, in: Alberto M. Ghisalberti e.a. red., Dizionario biografico degli Italiani, deel 76 (Rome 2012).
  • Carolina Montessori red., Maria Montessori sails to America. A private diary, 1913 (Amsterdam 2013).

Illustratie

Maria Montessori in een klaslokaal in Londen, door Kurt Hutton, 1946 (Getty Images).

Auteur: Marjan Schwegman

 

laatst gewijzigd: 22/09/2017

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.