Noortwijck, Sofia van (1673-1710)

 
English | Nederlands

NOORTWIJCK, Sofia van (geb. Den Haag 27-10-1673 – gest. Gouda 7-10-1710), maakte naam in een geruchtmakend schandaal. Dochter van IJsbrandt van Noortwijck (1625-1679), thesaurier, en Sofia van der Maa (1636?-1710). Sofia van Noortwijck trouwde (1) op 28-11-1700 in Den Haag met Andries Hoflant (gest. 1701); (2) op 2-3-1704 in Den Haag met Robbert baron van Barnewall (gest. 1706), Engels legerkapitein. Beide huwelijken bleven kinderloos. Uit buitenechtelijke relaties had Sofia van Noortwijck 1 zoon en 1 dochter. 

Sofia van Noortwijck kwam uit een milieu van vermogende Haagse burgers en groeide met haar broer Johan op aan het Westeinde in Den Haag. Johan liet in 1688 bij een duel het leven, en haar vader, IJsbrandt van Noortwijck, thesaurier van prins Willem III, overleed in 1679. Na zijn dood verhuisden Sofia van Noortwijck en haar moeder naar een van de beste plekken van Den Haag: Kneuterdijk hoek Hoge Nieuwstraat. Daar had Sofia van der Maa, erfgename van een omvangrijk vermogen, een huis geërfd, plus een koets met paarden. Daarnaast deelde zij met een zuster het buitenhuis De Groene Woning in Eikenduinen, net buiten de stad.

Sofia van Noortwijck ging naar school en leerde onder meer Frans. Als jonge, ongetrouwde vrouw nam zij deel aan het Haagse uitgaansleven, en zo zal zij bekend zijn geweest met de libertijnse seksuele cultuur die onder hovelingen, regenten en diplomaten heerste. Als enige erfgenaam van haar moeder was Sofia op de huwelijksmarkt een aantrekkelijke partij. Diverse jongelingen maakten haar het hof, zoals de latere gezant in Wenen Jacob Johan Hamel Bruyninx, de graaf van Dohna en Wigbold van der Does, heer van Noordwijk (geen familie). Laatstgenoemde wist Sofia te verleiden, volgens haar na een mondelinge trouwbelofte. De hieropvolgende zwangerschap en de bevalling in oktober 1695 werden voor de buitenwereld verborgen gehouden. Het kind werd luthers gedoopt als Jan Wigbold (gest. na 1722) en uitbesteed bij een min. Sofia kon de trouwbelofte van en de verhouding met Van der Does niet bewijzen – zijn brieven had zij geretourneerd – dus kon ze juridisch weinig tegen hem beginnen.

De affaire Pereira

In januari 1694 al had Sofia van Noortwijck kennis gemaakt met Salomon Pereira, zoon van de schatrijke Portugees-joodse bankier Jacob Pereira. Salomon was een getrouwd man en had zijn joodse huwelijk door het gerecht laten bevestigen, maar hij verloor zijn hart aan Sofia. Later zei moeder Van Noortwijck dat zij, verleid door de ‘miljoenen’ die Salomon Pereira zei te bezitten, haar dochter tot omgang met hem had aangezet in de hoop dat er een huwelijk uit zou voortkomen. Uit de verhouding werd in 1698 een dochter geboren, Sara Maria (gest. 1749?), die katholiek werd gedoopt en net als haar halfbroertje uitbesteed werd bij een min. De relatie tussen Sofia en Salomon moet innig zijn geweest: dat is althans af te leiden uit hun vele brieven. Hun dochtertje, meestal Mitie (Mietje) genoemd, zagen zij geregeld.

Salomon Pereira overlaadde Sofia van Noortwijck en haar moeder met cadeaus. Hij speelde echter te veel mooi weer met zijn vaders vermogen en begin 1700 moest hij vluchten voor zijn schuldeisers. Vader Pereira vroeg en kreeg van het Hof van Holland toestemming om Salomon in een verbeterhuis op te sluiten. Hij werd uiteindelijk in Delft opgepakt en opgesloten. Sofia bezocht hem regelmatig en stuurde hem ook steeds brieven. Ondertussen verdiepte het Hof zich naar aanleiding van vader Pereira’s verzoek in de zaak en in wat het noemde het ‘ergerlijk leven’ van Salomon Pereira, Sofia van Noortwijck en de weduwe Van Noortwijck. Op grond van verhoren en verklaringen van onder anderen huispersoneel en vroedvrouwen werden ook Sofia en haar moeder gearresteerd en in Den Haag in de Voorpoort opgesloten. In zijn vonnis van 7 oktober 1700 betoogde het Hof dat Sofia’s moeder, de weduwe Van Noortwijck, zich schuldig had gemaakt aan een hele reeks van ‘zeer kwade’ gedragingen met ‘pernicieuze gevolgen’ – zoals proberen de getrouwde Salomon aan haar dochter te koppelen (Van Biema, 69-70). De weduwe werd veroordeeld tot levenslange opsluiting en een zware boete wegens het aanzetten tot ontucht. Zij werd in december overgebracht naar het tuchthuis in Gouda. Sofia zelf kreeg een forse boete wegens overspel, maar geen gevangenisstraf: ze had bekend en beterschap beloofd. Salomon werd wegens overspel veroordeeld tot drie jaar opsluiting en eveneens een forse boete.

Huwelijken

Wellicht onder de indruk van dit alles liet Sofia van Noortwijck zich om de tuin leiden door de procureur-generaal van het Hof van Holland, Andries Hoflant, die qualitate qua betrokken was in de zaak tegen de weduwe Van Noortwijck. Hoflant zag in Sofia van Noortwijck een geschikte echtgenote voor zijn verkwistende, mogelijk ziekelijke zoon, Andries jr. Sofia maakte hij wijs dat als zij met zijn zoon zou trouwen, hij haar moeder voor de schande van openbare geseling zou behoeden. Zij stemde hiermee in. Het huwelijk van Sofia van Noortwijck en Andries Hoflant jr. werd op 28 november 1700 in Den Haag gesloten. Al in januari 1701 overleed Andries Hoflant jr.

Op 2 maart 1704 hertrouwde Sofia van Noortwijck met een Engelse legerkapitein, Robbert baron van Barnewall. Nog geen twee maanden later diende Sofia bij het Hof van Holland een eis tot scheiding van tafel en bed in. Zij verklaarde onder meer dat haar echtgenoot haar mishandelde, gedreigd had haar te vermoorden en haar zelfs een tijdje opgesloten had. Barnewall ontkende dit alles. Het Hof beschikte afwijzend op het verzoek. Wat er ook zij van Sofia’s beschuldigingen, vast staat dat haar echtgenoot een berooid man met schulden was. Uiteindelijk betaalde haar moeder deze. Ook nu bood de dood uitkomst, want in maart 1706 overleed Barnewall.

Na zijn dood – of misschien al eerder – verhuisde Sofia van Noortwijck naar Gouda, waar haar moeder nog altijd opgesloten zat. Zij stierf daar enige jaren later, zes maanden na haar moeder, en werd op 7 oktober 1710 in Gouda begraven. Zij is 36 jaar oud geworden. Uit de boedelbeschrijving van moeder en dochter blijkt dat een nog altijd respectabel vermogen van meer dan 53.000 gulden aanwezig was, bestaande uit huizen (waaronder het huis aan de Kneuterdijk), lijfrentes en obligaties. Dit vermogen viel Sofia’s twee kinderen ten deel.

Onopgeloste vragen

Over de zaak van Sofia van Noortwijck bestaan vele onzekerheden. Van Biema meent dat de bron van alle ellende het testament was van Catharina Hogius, Sofia’s grootmoeder. Daarin wordt onder meer bepaald dat als haar kleindochter Sofia zou trouwen, mits met toestemming van haar moeder, zij twintigduizend gulden uit haar (grootmoeders) nalatenschap zou ontvangen. Volgens Van Biema wilde de weduwe Van Noortwijck voorkomen dat dat geld aan de erfenis onttrokken zou worden en manoeuvreerde zij daarom haar dochter Sofia in een ‘onhuwbare’ positie. Maar had zij dan niet op eenvoudiger wijze kunnen proberen haar dochter het trouwen te beletten? En kan de twintigduizend gulden wel een reden zijn geweest een huwelijk tegen te gaan? Het feit dat na het overlijden van beide Sofia’s de familiekas nog goed gevuld was, laat zien dat geldnood niet het probleem geweest kan zijn.

Vragen zijn er ook rondom het proces voor het Hof van Holland. Was het Sophia’s toekomstig vermogen dat de procureur-generaal van het Hof, Andries Hoflant, ertoe bewoog Sofia te misleiden en aan zijn zoon te koppelen? Ging Sofia inderdaad uit medelijden met haar moeder zo snel in op het huwelijksaanzoek van Hoflant jr.? Vader Hoflant zou later juist om deze affaire uit zijn ambt gezet worden, waarna hij hertrouwde met de koopmansweduwe Geertruijt van Halmael. En wat te denken van de substituut-griffier van het Hof, Simon Rozeboom? Deze werd in 1701 in zijn ambt geschorst op beschuldiging van financiële malversatie, diefstal uit de boedel van de weduwe Van Noortwijck en onzedelijke bejegening van Sofia. Rozeboom ontkende en voerde bovendien aan dat Sofia, evenals Salomon Pereira, aan syfilis leed.

Sofia van Noortwijcks gedrag blijft moeilijk te verklaren. Is zij inderdaad door haar moeder aangezet tot ontucht of prostitutie, zoals het Hof van Holland beweerde? Of stimuleerde zij zelf, in de hoop op een huwelijk, de seksuele omgang met haar minnaars Van der Does en Pereira? En is het waar, zoals Sofia en een dienstbode verklaarden, dat Sofia vergeefs had geprobeerd tegen haar moeder in verzet te komen? Het bronnenmateriaal laat veel tegenstrijdigheden en tegengestelde verklaringen zien.

Reputatie

Met de reputatie van Sofia van Noortwijck is het niet gunstig gesteld. Men moet het voorlopig doen met twee al oudere verslagen over de geschiedenis van Sofia en haar moeder. In de negentiende eeuw overwoog Jacob van Lennep een ‘romantisch verhaal’ over hen te schrijven, maar zag daarvan af uit vrees verdacht te zullen worden van overdrijving. Het werd dus een historisch verhaal aan de hand van documenten: De moeder en de magistraat (1856). In 1911 publiceerde Eduard van Biema een ruime selectie van documenten die hij eveneens tot een verhaal smeedde. Beide auteurs voorzagen hun verhaal rijkelijk van moralistisch commentaar, vol negentiende-eeuwse normen over vrouwelijkheid en seksualiteit en dientengevolge nogal tendentieus. Beiden ook karakteriseerden de weduwe Van Noortwijck als immoreel. Volgens Van Biema leed zij aan een hersenziekte die Sofia erfelijk belast zou hebben. Deze laatste zou ‘psychologische afwijkingen’ hebben en zou, aldus Van Biema, de syfilis, waarvan zij werd verdacht, hebben overgedragen aan haar twee echtgenoten, met hun vroegtijdig overlijden als gevolg (Van Biema, 2-3, 125).

Een vruchtbaarder benadering zou een beschrijving zijn van Sofia van Noortwijck in haar maatschappelijke context. Elementen daarvoor zijn de Haagse ‘society’, neigend naar lichtzinnigheid, Sofia’s (toekomstige) fortuin en daarom gunstige positie op de huwelijksmarkt, en de formele en informele macht die haar moeder over haar uitoefende. Sofia zou een exempel kunnen zijn uit het Haagse mondaine wereldje aan het eind van de zeventiende eeuw. Een uitgebreide beschrijving van haar positie, omgeving en leefwereld zou het gedrag van Sofia, die zeker niet sterk in haar schoenen stond en erg goedgelovig lijkt te zijn geweest, verklaarbaarder kunnen maken.

Naslagwerken

NNBW.

Archivalia

Het Nationaal Archief, Den Haag: toegang 3.03.01.01 (Hof van Holland), inv. nrs. 5194 [correspondentie Sofia van Noortwijck en Salomon Pereira], 5372, 5373, 5658 [het belangrijkste materiaal betr. de processen waarbij Sofia van Noortwijck betrokken is geweest], 5380, 5382 [proces tegen Simon Rozeboom].

Literatuur

  • Jacob van Lennep, De moeder en de magistraat. Een ware geschiedenis uit het archief van het voormalige Hof van Holland opgedolven en medegedeeld (Amsterdam 1856).
  • Eduard van Biema, ‘De geschiedenis van Sofia van Noortwijck’, Die Haghe (1911) 1-129.
  • Marie-Charlotte Le Bailly, Een Haagse affaire. De verloren eer van Sophia van Noortwijck (1673-1710) (Amsterdam 2013).

Illustratie

Portret, door Johannes Vollevens, ongedateerd (Haags Historisch Museum).

Auteur: Donald Haks

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 396

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.