Sytzama, Clara Feyoena van (1729-1807)

 
English | Nederlands

SYTZAMA, Clara Feyoena van (geb. Leeuwarden 5-4-1729 – gest. Heemse, Overijssel 1-9-1807), dichteres. Dochter van Pier Willem van Sytzama (1688-1759), officier in het Staatse leger en gedeputeerde ten Staten-Generaal, en Ebella Juliana Aebinga van Humalda (1706-1730). Op 6-9-1750 trouwde Clara van Sytzama in Bellingeweer (Groningen) met Isaac Reinder van Raesfelt, heer van Heemse, Alerdinck, de Pol en den Doorn (1723-1800), kapitein in het Staatse leger. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren.

Toen Clara van Sytzama één jaar oud was, stierf haar moeder. Haar vader hertrouwde twee jaar later met Geertruida Sjuck van Burmania, die als weduwe van Schelto Reint Jarges op de borg te Bellingeweer woonde. Hij trok met zijn twee kinderen – Clara en haar twee jaar oudere broer Pico Galenus – in bij zijn tweede vrouw. Later zou Clara van Sytzama over haar tweede moeder dichten: ‘Toen ’t moederhart mij wierd onttogen/ Daar pas mijn oog haar had aanschouwd/ Zag God toen zonder mededogen/ Aan welk een Wrede ik wierd toevertrouwd?’ Veel verdriet zal zij dus niet hebben gehad toen haar stiefmoeder in 1738 overleed. Daarna werd zij door gouvernante Alida Tegneus opgevoed. Deze gouvernante heeft veel invloed gehad op haar dichterlijke activiteiten. Het oudste gedicht van Clara dateert van 1741, en in 1744 schrijft zij samen met haar gouvernante een lofdicht in een bundel van Magdalena Reen-Pollius, een vriendin van Tegneus.

Via haar broer Pico Galenus, die aan de Groninger universiteit ging studeren, kwam Clara in aanraking met het Gronings universitair milieu, waar de strijd tussen orangisten en regenten zeer fel was. In 1746 woedde daar bovendien een poëtenstrijd tussen de ‘ouden’ en de ‘modernen’. In het kader hiervan moet de poëziebundel worden geplaatst die in datzelfde jaar verscheen bij de Groningse drukker en boekverkoper Jurjen Spandaw: Bellingeweerder uitspanningen, een poëziebundel op naam van Clara Feyoena van Sytzama. Onder haar portret, door J.A. Wassenbergh, dicht haar vader trots: ‘Zo praalt adeldom bij deugd/ wijsheid, schranderheid en jeugd/ Is in Claraas deftig wezen/ Maar nog meer in 't werk te lezen’. In een voorrede (22 blz.) met aanhangsel (64 blz.) geeft broer Pico een historisch overzicht van de Oranjes; hierop volgen lofredes (58 blz.) op de pas zeventienjarige dichteres van diverse Groningse dichters. De bijdrage van Clara van Sytzama zelf beslaat de tweede helft van de bundel: religieuze gedichten en zegewensen aan familieleden en bekenden. In 1794 zou de dichteres dit jeugdwerk kwalificeren als ‘kreupele verzen’, overhaast door haar vader ter drukpers gezonden.

In 1748 kwam de van huis uit oranjegezinde Clara Feyoena in contact met Justus Conring, lid van de Provinciale rekenkamer en telg uit een staatsgezinde familie. Hun wederzijdse genegenheid, voor Clara's vader onacceptabel vanwege de politieke tegenstellingen, werd in december van datzelfde jaar wreed verstoord door het overlijden van Justus. Clara kwam nooit over het verlies heen, getuige de verzen die zij nog in 1794 aan hem wijdde. Het latere huwelijk met Isaac Reinder van Raesfelt en de weinig intellectuele omgeving van hun woonplaats De Heemse bij Hardenberg moeten weinig inspirerend voor haar zijn geweest. Isaac Reinder was voornamelijk geïnteresseerd in paarden, honden, de jacht en het verwerven van land. In 1757 werd hun dochter Ermgard Ebella Juliana geboren. Deze dochter trouwde op jonge leeftijd met een Van Rechteren, en toen zij in 1780 stierf, nam Clara van Raesfelt de zorg voor haar twee kleinkinderen op zich.

Waarschijnlijk is Clara van Raesfelt weer gaan dichten nadat zij via de toekomstige schoonfamilie van haar dochter in aanraking was gekomen met Arnoud Vosmaer, directeur van de natuur- en kunstkabinetten van de stadhouder. Omstreeks 1774 schrijft zij de bundel Heemse, een hof-bosch- en veldzang, die pas in 1783 bij de Wed. J. van Schoonhoven te Utrecht werd uitgegeven. In 1794 verschijnt van haar de bundel Gedichten bij Johannes Allart te Amsterdam. In deze bundel kijkt Clara Feyoena opmerkelijk openhartig terug op haar verloren liefde Justus Conring.

In 1774 werd zij lid van het Haagse dichtgenootschap Kunstliefde Spaart Geen Vlijt, in 1781 van het Leidse taal- en dichtlievend genootschap Kunst Wordt Door Arbeid Verkregen. Een van haar gedichten, ‘Wij knielen voor uw zetel neer’, is als lied 231 in het Liedboek voor de kerken opgenomen.

Kort voor haar overlijden schonk Clara van Raesfelt-Van Sytzama een door Georg Hein Quellhorst gebouwd orgel aan de hervormde kerk in Heemse, de kerk waar zijzelf ook werd begraven. Na een aantal omzwervingen is dit orgel dienst gaan doen als koororgel in de Nederlands hervormde kerk in Lochem. Op de plaats waar ooit de havezate Heemse stond, staat sinds 1973 het verpleegtehuis Clara Feyoenaheem.

Naslagwerken

Van der Aa; Frederiks/Van den Branden; Kobus/De Rivecourt; Lauwerkrans; NNBW; Regt; Verwoert; Witsen Geysbeek.

Publicaties

  • Bellingeweerder uitspanningen, behelzende eenige geestelijke en mengel-stoffen, in rijm door Clara Feyoena van Sytzama (Groningen 1746).
  • Clara Feyoena van Raesfelt van Sytzama, Heemse. Hof-, bosch en veldzang in vier zangen (Utrecht 1783) [heruitg. 1990], met inleiding en annotatie van K. Oosterkamp].
  • Gedichten van vrouwe C.F. van Raesfelt, geboren Van Sytzama (Amsterdam 1794).
  • Kort begrip der geschiedenissen van oud Griekenland (Coevorden 1802).
Voor haar verspreide gedichten, zie Seldenrath (1991) noot 4.

Literatuur

  • Seerp Anema, Een vergeten dichteres uit de achttiende eeuw (Amsterdam 1921).
  • Frouck van der Hooning, Het danklied van Clara Feyoena (Kampen 1982) [roman].
  • J. Seldenrath, ‘De betekenis van Clara Feyoena van Raesfelt-Van Sytzama (1729-1807) als kerklied-dichteres’, Proeven van vrouwenstudies theologie 2 (1991) 131-160.
  • Annelies de Jeu, ‘’t Spoor der dichteressen’. Netwerken en publicatiemogelijkheden van schrijvende vrouwen in de Republiek (1600-1750) (Hilversum 2000) 149-158.
  • K. Oosterkamp, ‘De gedichten van vrouwe C.F. van Raesfelt, geboren van Sytzama’, Tijdschrift voor de Historie van Hardenberg en Omgeving 18 (2001) 4.
  • I. Zanting, Clara Feyoena van Raesfelt-van Sytzama (z.p. 2004) [ongepubliceerde doctoraalscriptie].
  • Rondom den Herdenbergh: Tijdschrift van de Historische Vereniging Hardenberg en omgeving, 24 (2007)  nr. 4 [geheel gewijd aan Clara Feyoena Raesfelt-van Sytzama].
  • J.C. Streng, ‘De kosmos te Heemse’, in: Idem, Het schoonste gezicht van de wereld. De waardering en duiding van het Overijsselse landschap tussen renaissance en romantiek (Epe 2007) 83-100.

Illustratie

Portret, door onbekende kunstenaar, ongedateerd (privébezit).

Auteur: Henrick S. van Lennep

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 501

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.