26/01/1626, 9

26/01/1626, 9

9 Essen, Haersolte en Schaffer, met de nu afwezige Noortwyck gecommitteerd tot de conferentie met Rummen, Heimbach en Statzing brengen verslag uit. De punten die zij naar voren hebben gebracht zijn op schrift gesteld, gelezen en besproken; vervolgens is per punt besloten1:
I Kennis wordt gegeven van het afdanken van de compagnie ruiters van ritmeester Charles en ook van het besluit van de regering te Emmerik [Emmerich] de twee resterende ruitercompagnieën af te danken onder toezegging van versterking van het voetvolk. Indien HHM met de afdanking instemmen kan dat gebeuren in Mark met versterking van de daar in het garnizoen verblijvende compagnieën, waardoor die plaatsen ook beter verdedigd kunnen worden.
De afdanking van de compagnie van Charles had niet plaats mogen vinden zonder voorgaand overleg en onderzoek van de staat van de contributies. Ook kunnen HHM niet instemmen met een verdere afdanking van de twee resterende compagnieën ruiters want dat is in strijd met de belangen van het land en van de keurvorst en ook met de executie van de contributies, die niet uit naam van de keurvorst kan worden gedaan met uitsluitend de ruiters van HHM. Zij manen stadhouder en raden dan ook de verdere afdanking na te laten. Zij moeten ervoor zorgen dat conform het met Schwarzenberg gesloten akkoord van 23 oktober 1624 elke maand een onbetwistbare staat van ontvangsten en uitgaven van de contributies aan HHM geleverd wordt en dienen ook te voorzien in een jaarlijkse afrekening.
II HHM wordt verzocht overeenkomstig hun brieven aan de vorst van Neuburg en aan magistraat en stenden te Düsseldorf de executie van Gulik [Jülich] en Berg ter hand te willen nemen.
HHM wachten het advies van de RvS af.
III HHM wordt gemeld dat zij een mandaat hebben doen publiceren dat ingezetenen die ossen in het vorstendom Kleef weiden gebiedt uitsluitend imposten en licenten af te dragen aan de ontvangers van de keurvorst. Verzocht wordt de licentmeester te verhinderen nog meer licenten te vorderen op ossen en dergelijke die het territorium van HHM niet raken. Om te kunnen zien of de licentmeester zich daaraan houdt, verzoeken zij op de hoogte te worden gesteld van diens instructie.
Aangezien HHM genoodzaakt waren tot het doen uitgeven van het plakkaat van retorsie kunnen zij niet toestaan dat op licent goederen uit neutraal naar vijandelijk gebied of van neutraal naar neutraal terrein via vijandelijk gebied worden vervoerd. De in werking zijnde instructie blijft gehandhaafd zolang het uitvoerverbod van goederen blijft gelden.
IV HHM wordt om een aan de commandanten in Kleef te sturen uitleg gevraagd van het laatste plakkaat dat dient tot verschoning van de onderdanen aldaar.
HHM kennen geen andere uitleg dan al is gegeven in het schrijven aan de gouverneurs; hiervan zal een afschrift worden verstrekt.
V Verzocht wordt nog vier compagnieën voetvolk naar Mark te sturen.
Hierover wordt nu nog niet beslist.
VI Het huis van gouverneur Utenhoven zou ontruimd moeten worden ten behoeve van de kanselarij van de keurvorst.
Aangezien het huis zo gelegen is dat de gouverneur daarin ter wille van de verzekering van de stad moet blijven wonen, zijn HHM zeker van de instemming van de keurvorst.
VII De prins van Oranje wordt verzocht zijn kapiteins te gelasten zich bij hun compagnieën te voegen.
HHM bevestigen dat de prins dit zal doen.
VIII Ook zou hij patenten moeten verlenen op kapitein Schorremer om naar Mark te gaan.
HHM stellen dit ter dispositie van Z.Exc.
IX Verzocht wordt om op de schans van Emmerik een gewoon garnizoen te mogen houden.
HHM stellen dit ter dispositie van Z.Exc. en de RvS.
X Verzocht wordt om een voorziening tegen de afpersingen door die van Neuburg in het graafschap Mark.
HHM zullen niet nalaten de keurvorst, stadhouder en raden behulpzaam te zijn bij het nemen van maatregelen die zij het best kunnen beoordelen op hun werking.
XI Hoe dienen zij zich te verhouden tot het volk van de keizer en van Tilly als dezen de pas door het graafschap Mark nemen om levensmiddelen uit het bisdom Keulen te halen voor hun leger?
HHM zullen naar bevind van zaken handelen.
XII En wat te doen als zich willen inkwartieren in het graafschap?
HHM zullen naar bevind van zaken handelen.
XIII Hoe zich te verhouden tot de troepen van de heren Staten die buiten de orders van Z.Exc. daar komen verblijven?
HHM zullen Z.Exc. en de RvS verzoeken ervoor te zorgen dat in de landen van de keurvorst niets onbehoorlijks geschiedt.
XIV Verzocht wordt om restitutie van 1.292 daalders die door de ruiterij, gelegerd in het ambt Unna en onder het bevel van de graaf van Limburg-Stirum op 19 en 20 november [1625] zijn afgeperst van de plaatselijke ingezetenen. Ook wordt gevraagd te bepalen dat dit niet meer mag gebeuren.
De klagende partijen moeten zich tot de RvS richten en aldaar hun zaak voortzetten.
XV Verzocht wordt de fortificatie te Lünen te continueren dan wel af te breken aangezien de stad niet beschikt over voldoende garnizoen.
HHM stellen deze zaak en ook de voorziening van de stad met oorlogsammunitie en benodigde officieren ter dispositie van Z.Exc. en de RvS. Die moeten doen wat gepast is, maar niet op kosten van het land. Indien tot demolitie wordt overgegaan moet erop gelet worden dat de stukken geschut weer in veilige handen komen.
XVI Men wil raad en advies over de door Neuburg aan Brandenburg overgezonden artikelen betreffende het maken van kwartier.
HHM achten het niet raadzaam af te wijken van de regel van het maken van kwartier die geldt tussen het krijgsvolk van deze landen en dat van de koning van Spanje. Er zal een kopie worden verstrekt.
XVII De inwoners van Lippstadt klagen in een brief van 2 jan. dat ruiters van deze landen hun paarden hebben ontnomen toen zij van Lippstadt naar Dortmund kolen vervoerden.
Indien iemand zich in strijd met het plakkaat benadeeld acht dient hij zich voor genoegdoening tot de RvS te wenden.
XVIII Die van Neuburg hebben in het Land van Gulik [Jülich] 64 kerken verstoord en verjaagd. HHM hebben hierover aan de vorst geschreven en nu verzoeken zij daarvan een herhaling, of gelijksoortige brieven die wat scherper zijn gesteld.
Aangezien brieven in zulke aangelegenheden weinig uitrichten geven HHM de stadhouder en raden in overweging in dit geval retorsie te plegen tegen de papen in Gulik en Berg en elders waar zij dat raadzaam achten.

1 Het volgende is door een klerk geïnsereerd in S.G. 51.