25/05/1626, 11

25/05/1626, 11

11 Rantwyck en andere gedeputeerden van HHM hebben verslag gedaan van de nadere conferentie met de gezanten van Maurits van Hessen [waartoe op 16 mei was besloten].
De gezanten hebben op de vraag wat de landgraaf aan de alliantie zou kunnen bijdragen geantwoord dat de Palts, hoewel geheel geruïneerd, wel in de alliantie is opgenomen. Landgraaf Philips heeft zonder tegemoetkoming Württemberg gerestitueerd aan hertog Ulrich en landgraaf Maurits heeft zowel in de oorlog om Rees en de Elzas als in de huidige oorlog zijn uiterste bijdrage geleverd en daarmee de haat van de aanhangers van de paus opgewekt. In de huidige omstandigheden zou men niets van hem moeten eisen. In betere doen zal hij met macht en middelen zijn animo voor het algemeen belang tonen. Hij is bereid zijn restanten van de tocht naar Rees af te staan of na de restitutie [in Marburg] het geld in termijnen op te brengen dan wel de intraden van Oberhessen ter beschikking te stellen van de alliantie. Ook zouden de tot nu toe vrijgestelde grafelijke en adellijke onderdanen tot contributie kunnen worden gedwongen.
HHM zijn wel genegen de landgraaf alle hulp en gunst te bewijzen en willen hem in de alliantie opnemen, maar kunnen niet vooruitlopen op de koningen [van Engeland en Denemarken]. Het volgende antwoord d.d. 's-Gravenhage 25 mei zal aan de gezanten worden meegegeven.
1De Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden hebben de propositie, namens landgraaf Maurits van Hessen in hun vergadering gedaan door diens zoon landgraaf Philips van Hessen en diens adjunct dr. Herman Wolffen, gehoord en bestudeerd. Ook hebben zij het rapport van de bespreking die hun gecommitteerden met deze gezanten hadden, gehoord. HHM bedanken de landgraaf voor zijn vriendelijke wensen en aangeboden correspondentie en beantwoorden die. Zij hebben begrepen dat de landgraaf de afgelopen tijd hard en kwalijk is bejegend. Hij is niet alleen land en volk kwijtgeraakt onder voorwendsel van jusititie, maar daarenboven is zijn gebied door de troepen van de Katholieke Liga opzettelijk verwoest, met het doel de landgraaf te verjagen. HHM kunnen dan ook goed begrijpen dat de landgraaf zich bij deze onderdrukking tot andere machthebbers, verwanten en vrienden wendt om zich met hun hulp te herstellen en te handhaven. De alliantie die de koning van Groot-Brittannië, die van Denemarken en HHM onlangs hebben gesloten biedt daartoe een goede gelegenheid. HHM kunnen de intentie van de landgraaf om tot deze liga toe te treden ten behoeve van zowel het algemene welzijn als het herstel van zijn eigen positie, alleen maar goedkeuren. Zij zijn ook volkomen genegen de voorwaarden die de gezanten hebben aangevoerd naar vermogen te bevorderen. Het is de landgraaf evenwel bekend dat de koningen de voornaamste rol spelen in de alliantie en hij zal in zijn grote wijsheid wel begrijpen dat HHM niet voorbarig kunnen zijn. HHM moeten de uitspraken van de Engelse en Deense koning afwachten en zullen vervolgens hun besluit, dat eigenlijk neigt naar ondersteuning van de landgraaf in alle opzichten, openbaar maken. De gezanten wordt verzocht hiervan goed en vertrouwelijk verslag te doen.

1 De tekst van het antwoord is behalve door de griffier mede door een klerk ingeschreven in S.G. 3906.