19/09/1626, 22

19/09/1626, 22

221 De bedijkers en ingelanden van de polder Westenrijk compareren en willen in appèl ontvangen worden contra Jan SirLippens, Jacob Doorne, Adriaen Pietersz. en Jan Claesz., commiezen van respectievelijk de Goesschepolder, Koudepolder, Lovenpolder en Willemskerkepolder. Hijselendoorn dient [namens Westenrijk] de civielrechtelijk eis tot nietigverklaring van het appointement van de Raad van Vlaanderen in. De gedaagden zou aldus het op 2 okt. 1625 bij de Raad van Vlaanderen ingediende rekest moeten worden geweigerd. Bovendien zou hier een besluit moeten vallen over de door de eisers bij eerste instantie ingeleverde declaratie van dijkvelling en kosten voor de sluis.
Namens de ingelanden van de Koudepolder verklaart Jan Bartholt van Loo de eis niet ontvankelijk te achten en namens de andere gedaagde polders verzoekt hij, naast weigering van het appèl, approbatie van het appointement van de Raad van Vlaanderen.
Omdat beide partijen bij hun standpunten blijven, wordt de zaak in beraad gehouden. Zij moeten binnen acht dagen elkaar van hun stukken voorzien en binnen drie weken daaropvolgend hun op schrift gestelde advertissement van rechten indienen.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 51.