02/01/1627, 7

02/01/1627, 7

71 De heren die op 31 dec. 1626 zijn aangewezen om met Z.Exc. te spreken over de compagnie van Villetard rapporteren dat hij het onverstandig vindt die af te danken. Tevens zijn er redenen waarom de compagnie niet aan de luitenant [ La Droise] kan worden gegeven.
Z.Exc. wordt gemachtigd de compagnie aan een bekwaam persoon op te dragen. De luitenant zal van de RvS een extraordinaris traktement ontvangen van 50 gld. per 42 dagen, te betalen uit de buitenlandse subsidies of de contributies, totdat hij bevorderd is. Voordat de compagnie wordt vergeven, zal een antwoord op de op 7 dec. 1626 ingediende propositie van de Franse ambassadeur worden geformuleerd. Daarin zal de herbenoeming van Villetard worden geëxcuseerd onder verwijzing naar het vonnis dat de RvS over diens afzetting heeft uitgesproken. Een kopie van het vonnis zal aan ambassadeur Languerack worden gestuurd, opdat hij zich indien nodig in deze zaak kan verweren.

1 In S.G. 52 is het handschrift niet geheel leesbaar door beschadiging folio.