07/01/1627, 7

07/01/1627, 7

7 Ten overstaan van Z.Exc., die verzocht is aanwezig te zijn, zijn Lecke en de gedeputeerden van de Admiraliteiten te Rotterdam , Amsterdam , in het Noorderkwartier en Zeeland binnengeroepen. HHM willen van hen horen waarom de gezagvoerders geen gevolg hebben gegeven aan de instructie van 6 feb. 1626 inzake de blokkade van de kust van Vlaanderen en het bevoorraden en schoonmaken van de schepen.
De Rotterdamse Admiraliteit bericht dat haar schepen op de kust zijn gehouden, behalve de twee die in opdracht van HHM naar de [Kleine] Visserij zijn gestuurd. Volgens de vertegenwoordigers van Amsterdam zijn hun schepen op de kust geweest. Zeeland meldt hetzelfde, behalve dat zo nu en dan op bevel van HHM of Z.Exc. schepen met personen of brieven naar Frankrijk of Engeland zijn gestuurd. Volgens de Admiraliteit in het Noorderkwartier bevinden haar schepen zich nog steeds voor de kust. Zij heeft levensmiddelen naar Vlissingen gestuurd om daar aan boord genomen te worden en zo te voorkomen dat de schepen moeten binnenlopen. Die van Amsterdam verklaren dat de Admiraliteit de order de schepen voor schoonmaak en bevoorrading niet naar het Goereese Gat maar naar Vlissingen te sturen, heeft afgekeurd.
HHM antwoorden dat noch het College te Amsterdam noch een andere Admiraliteit bevelen van HHM naar eigen inzicht mag uitvoeren of besluiten die al dan niet op te volgen. Een met advies van Z.Exc. genomen besluit dient zonder enige verandering te worden uitgevoerd. De Admiraliteiten zijn bij eed verplicht de bevelen van HHM en Z.Exc. in diens hoedanigheid van admiraal-generaal te gehoorzamen.
Z.Exc. stelt vervolgens voor de schepen die met personen of brieven naar Frankrijk moeten gaan, eerst langs de admiraal op de kust te sturen. Die moet dan beslissen of de schepen doorgestuurd kunnen worden of dat een ander schip de taak moet overnemen.
De gecommitteerden van HHM zullen met Lecke en de aanwezige gedeputeerden van de Admiraliteiten nagaan hoe de instructie kan worden aangevuld en verbeterd.
Gisteren is reeds besloten de provincies te schrijven de sedert 1621 ingewilligde consenten voor het subsidie van de Admiraliteiten op te brengen. De gecommitteerden van de provincies wordt nu verzocht dit schrijven door eigen brieven en anderszins te ondersteunen. De heren van Overijssel verklaren dat hun principalen bereid zijn de consenten op te brengen mits Overijssel net als de overige provincies in de Rotterdamse Admiraliteit vertegenwoordigd is. Zij vragen hierover te beslissen. De heren van Holland hebben toegezegd dit verzoek te rapporteren aan hun principalen .