23/02/1627, 3

23/02/1627, 3

3 Sommelsdijck compareert en voert aan zich vanwege zijn indispositie te excuseren voor de bezending naar Zeeland waartoe op 20 feb. is besloten. De RvS heeft zijn verontschuldigingen aanvaard en in zijn plaats De Rover aangewezen.
Ook Rantwijck wenst zich vanwege zijn noodzakelijk vertrek naar Gelderland aan de bezending te onttrekken. HHM blijven echter bij hun eerdere besluit en dringen er bij beide heren op aan de dienst van het land niet te weigeren.