28/02/1628, 1

28/02/1628, 1

1 HHM lezen het rekest van ontvanger-generaal Pieter Hoeffyser. Op 29 feb. zou de door hem op bevel van HHM aan de keurvorst van Brandenburg geleende 248.000 gld. moeten worden afgelost. Op dezelfde dag verloopt de rente met makelaardijkosten voor een bedrag van 226.962 gld. De suppliant wordt aangespoord om de belanghebbende kooplieden te betalen. Hij verzoekt HHM daarom in te stemmen met de aflossing van de hoofdsom zodat zijn krediet behoorlijk behouden blijft.
De contributies van het Land van Gulik [Jülich] en de helft van het aandeel van de keurvorst in de gevorderde en nog te vorderen domeinen van Gulik, Berg en Ravensberg (die conform het op 23 okt. 1624 met de graaf van Schwarzenberg gesloten akkoord tot aflossing van het leenbedrag en de rente bestemd zijn) zijn nog niet geëxecuteerd.
HHM machtigen Hoeffyser daarom met ingang van 1 maart aanstaande voor een half jaar op dezelfde voorwaarden de 248.000 gld. en de genoemde vervallen rente te blijven lenen.