05/05/1628, 18

05/05/1628, 18

18 In aanwezigheid van Z.Exc. bespreken HHM het op 29 april opgestelde rapport inzake de afdanking van de Brandenburgse ruiters.
De Kleefse raden hadden de ruiters niet mogen afdanken zonder voorkennis van HHM en zeker niet wegens geldgebrek. Er is immers genoeg geld om het volk en nog meer te betalen als er niets zou zijn kwijtgescholden, het geld niet was uitgegeven en de tegoeden zouden worden geïnd. Daarom dringen HHM er bij de raden op aan de afgedankte ruiterij weer op de oude sterkte te brengen, de compagnieën in Soest [in Westfalen] elk met honderd man te versterken, de achterstallige soldij te voldoen en voortaan behoorlijk te betalen. Bij uitstel zal men overste Gent opdracht geven de tegoeden en contributies in naam van de keurvorst te innen en ontvanger Merkelbach het geld te laten ontvangen, de soldaten te betalen en correct rekening en verantwoording af te leggen. Overste Gent krijgt hiertoe akte maar HHM achten het voor de reputatie van de keurvorst beter wanneer de raden zelf de bovenstaande maatregelen nemen in plaats van dit door anderen te laten doen.
HHM hebben niet alleen de contributies van het Land van Gulik [Jülich] ter betaling gekregen van de obligatie van 100.000 rijksdaalder maar ook de helft van het aandeel van de keurvorst in de domeinen van Gulik, Berg en Ravensberg. Daarom schrijven zij de raden de inkomsten hieruit aan hun ontvanger Hoeffyser te betalen.