25/05/1628, 2

25/05/1628, 2

2 Volgens de heren van Holland laten HHM gewoonlijk jaarlijks de grote visserij door een konvooi van zeven oorlogsschepen bewaken. Deze zijn gerepartieerd op de Admiraliteit te Rotterdam maar dat College heeft slechts vijf schepen beschikbaar en kan de resterende twee niet betalen. De heren van Holland verzoeken daarom die van de Grote Visserij te machtigen om ter aanvulling op kosten van het land voor vijf maanden twee goede schepen te huren, uit te rusten en bemannen. Zij zijn bereid het geld voor de huur alleen op te brengen indien dit wordt afgetrokken van hun consenten te water.
Met advies van Z.Exc. en in overleg met de aanwezige afgevaardigden van de Admiraliteit te Rotterdam laten HHM die van de Grote Visserij de schepen op kosten van het land voor de gestelde periode huren, uitrusten en bemannen. Dan moeten echter wel de regels van het land worden nageleefd en vallen de schepen met hun officieren en matrozen onder beschikking en leiding van de Rotterdamse Admiraliteit. Als de vijf maanden voorbij zijn, moeten de schepen worden afgedankt en de heren van Holland de huur hebben betaald. De heren van Utrecht willen eerst goedkeuring van hun lastgevers vragen voordat zij hiermee instemmen.