27/06/1628, 12

27/06/1628, 12

12 Joost Brasser schrijft aan zijn broer mr. Govert Brasser d.d. Amsterdam 25 juni dat secretaris Gunter als vierde heer uit Denemarken geld en informatie van hem verzoekt. Het betreft de door hem met de koning van Denemarken overeengekomen 90.000 gld. en de naar Constantinopel [Istanbul] over te maken 30.000 rijksdaalder. Brasser schrijft vastbesloten te zijn zich niets van de Deense heren aan te trekken, behalve wanneer iemand hem zijn bij de koning berustende akte obligatoir aangaande de genoemde afspraak toont en teruggeeft om op deze manier van alle moeilijkheden verlost te zijn.
Verder verzoekt Brasser HHM vóór 16 juni de betaling van de 99.000 pond met zes maanden rente te regelen. Dit bedrag heeft hij met Gerridt van Schoonhoven voor HHM voorgeschoten op de verwachte subsidie uit Venetië.
HHM laten Noortwyck en Schaffer met secretaris Gunter de geschillen tussen hem en Joost Brasser bespreken. Zij moeten Gunter informeren dat volgens HHM de akte obligatoir dient te worden teruggegeven voordat men Brasser kan dwingen tot het leveren van het gevraagde bewijs en de informatie. Daarnaast moeten Noortwyck en Schaffer Brasser ertoe aanzetten de rente van de genoemde 99.000 pond te verlengen.