18/08/1628, 17

18/08/1628, 17

17 Bruninxs en Schaffer berichten conform de resolutie van 15 aug. de zichzelf als resident van de koning van Denemarken beschouwende Josias van Vosbergen te hebben gehoord. Vosbergen heeft verschillende punten en artikelen bij hen ingediend.1
Vosbergen heeft de afgevaardigden van HHM laten weten commissie te hebben van de koning van Groot-Brittannië om de schepen van de VOC op een vreedzame, voordelige en onfeilbare manier vrij te laten, mits de afgevaardigden daartoe worden gemachtigd. Die van de VOC hebben hem immers verklaard dat HHM hiertoe volledig bevoegd zijn.
Verder heeft Z.M. alle juwelen, waaronder het groot collier, en enkele miljoenen aan effecten in Holland aan Vosbergen gegeven om daarmee te onderhandelen. Hiertoe verzoekt Vosbergen twee afgevaardigden. Dankzij deze bijdrage hoeven HHM een jaar lang geen geld te verstrekken en eventueel kan de Elbe ervan worden beveiligd.
Ook heeft de Engelse koning met Vosbergen voordat hij als resident werd gehinderd onherroepelijk afspraken gemaakt over alle subsidies van Groot-Brittannië, HHM en andere partijen, krachtens zijn lang geleden getoonde volmacht. Deze overeenkomst maakt wet en Z.M. heeft met zijn handtekening en zegel d.d. 2 mei verboden dat iemand onder voorwendsel van een nieuwe commissie daarin iets zou veranderen. Wanneer de 18.000 gld. van Brasser en het subsidiegeld van HHM voor andere doeleinden worden gebruikt, zou de koning van Denemarken daardoor een miljoenenschade lijden, nog afgezien van het verlies van het collier en de geheime voordelen van Z.M. Vosbergen verzet zich tegen de dienaren van de Deense koning en anderen die dit subsidiegeld wilden gebruiken. Dit zou zowel in het nadeel zijn van de belangen van de Engelse koning als van zijn eigen meester, op wiens volmacht hij gehandeld heeft en die Vosbergen in een brief d.d. 22 juni o.s. erkent als resident.
Omwille van de vrede en om HHM te verlossen van disputen kan de andere 18.000 gld. echter conform de genoemde regeling worden verkregen. Het maakt niet uit waar het geld vandaan komt, als het er maar komt. Indien de dienaren van Z.M. daar iets tegen hebben en liever de zaken van zijn koning compliceren dan deze samen uit te voeren, dan heeft zijn koning hiervoor een oplossing. Vosbergen zal dan zelf de wapens aan zijn meester sturen.
Vosbergen verzoekt HHM kopieën te verstrekken van alles wat zijn residentschap en zijn rekening betreft. Als alles hier is afgehandeld, zal hij deze aan Z.M. geven, die slechts van de geheime zaken op de hoogte is. Z.M. heeft Vosbergen hiertoe volledig opdracht gegeven. Ook heeft hij naast zijn functie als resident bevoegdheid over de subsidies en het genoemde geld. Slechts met onrechtvaardigheid kan Vosbergen daarbij worden dwarsgezeten, zoals de heren Danup en Boucholt hebben geprobeerd in nov. 1627. Uit de brief d.d. 1 dec. 1627 moeten HHM hebben opgemaakt dat Z.M. in alles heeft voorzien en Vosbergen opnieuw is gemachtigd. HHM kunnen dus commissarissen met hem laten spreken wanneer personen weer de protesten van Boucholt aanvoeren, niet weten van zijn meesters zaken of kwaad in de zin hebben. Z.M. en zijn dienaren zullen dit te allen tijde erkennen.
HHM zullen Vosbergen in hun vergadering horen, mits hij eerst de nieuwe brieven van zijn koning toont. Vervolgens zullen zij met hem spreken over de tussen secretaris Gunter en Brasser gerezen onenigheid, zoals uitgebreid is besproken in de resolutie van 24 juli.

1 Deze punten zijn geïnsereerd in S.G. 3187.