22/01/1629, 5

22/01/1629, 5

5 Jan Waley, koopman te Enkhuizen, schrijft in een missive dat ongeveer vijftien maanden geleden een schip met een konstabel als schipper en geladen met acht gietijzeren kanonnen bij Ameland is vergaan. Het geschut en andere goederen konden gered worden, maar nu weigeren de secretaris en anderen op het eiland de lading aan de eigenaars terug te geven. Hij was evenwel bereid de bergingskosten en andere rechten die daarop gelden te betalen. Zes weken na het zinken van het schip hebben de overheden van het eiland zelfs een aantal kanonnen en wat goederen verkocht en zij weigeren het aandeel van de eigenaars in de opbrengst over te maken. Waley verzoekt HHM te ordonneren dat hij zijn geschut en goederen terugkrijgt tegen betaling van de verschuldigde rechten, of krachtdadig tegen de heer van Ameland en anderen op te treden.
HHM besluiten de heer van Ameland te schrijven dat zij bovengenoemd verzoek hebben ontvangen. De heer van Ameland moet Waley behandelen volgens het zeerecht en hem de geborgen goederen tegen betaling van de verschuldigde rechten teruggeven. Mocht hij redenen hebben dit niet te doen, dan moet hij dit HHM schrijven.