13/02/1629, 3

13/02/1629, 3

3 HHM lezen de memorie van Schultetus, resident van de koning van Denemarken, waarin hij verzoekt dat Joost Brasser er alsnog toe gebracht wordt de resoluties van HHM d.d. 25 aug., en 8 en 12 sept. 1628 na te komen. Op die manier kan hij gemakkelijker rekening en bewijs van Josias van Vosbergen verkrijgen, opgemaakt voor het geld uit het subsidie aan de koning van Denemarken dat de genoemde Brasser ontvangen heeft. Dat geld moest hij deels overmaken, deels gebruiken ten behoeve van de genoemde koning. De suppliant vraagt dus de resolutie d.d. 23 jan. ongedaan te maken. Daarin werd hetgeen het publiek zou raken van de kwestie voor gesloten gehouden, terwijl wat er nog aan particuliere geschillen zou zijn werd doorverwezen naar het gerecht van Amsterdam.
HHM verklaren dat zij in deze particuliere zaak al het mogelijke binnen de wetten van de Republiek hebben gedaan. Als de resident van mening zou zijn het proces voort te zetten, dan moet hij zich tot het genoemde gerecht wenden, waartoe de vergadering hem voorschrijven zal verlenen.