12/03/1629, 14

12/03/1629, 14

14 Van der Dusse en Beaumont rapporteren conform de resolutie van HHM over het telkens hernieuwde rekest met de bijgevoegde stukken van de Directeurs van de Levantse Handel . Ten eerste verzoeken zij om de agenten te Algiers en Tunis terug te roepen, ten tweede om betaling van de achterstallige traktementen van deze agenten en anderen, ten derde om de betaling van de 1.300 realen van achten met rente van 2½ procent per maand die dr. Pynacker te Tunis bij een Turk - onder borgstelling van agent Verhaer - heeft opgenomen, ten vierde om de aanstelling van twee personen die toezicht houden op de correcte betaling van het lastgeld, ten vijfde dat toezicht wordt gehouden op de uitrusting en bemanning van schepen en het varen in admiraalschappen. Ten zesde klagen zij over de heffing te Constantinopel [Istanbul] door orateur Haga - bovenop zijn instructie van consulaats- en ambassadeursrechten - over geld of goederen van ingezetenen die met Franse en andere vreemde schepen in de Levant komen, waarover de kooplieden al aan Franse of andere consuls onder wier vlag zij varen rechten betalen. Ten zevende pleiten zij voor de beveiliging van de zee, omdat in Het Kanaal dagelijks grote schade wordt toegebracht en ten achtste, over de bevrijding van de vrouw en kinderen van Wijnant de Keizer.
De behandeling van dit rapport wordt uitgesteld.