18/08/1629, 25

18/08/1629, 25

25 1 Raadsheren Diderick van Bemmel en burggraaf Bernard van Welderen hebben uit kracht van hun geloofsbrieven van het Hof van Gelderland d.d. 6/16 augustus. HHM voorgesteld om na de overgang van Amersfoort, over Wijk bij Duurstede gunstig te beschikken en de stad met oorlogsvolk te bezetten om deze te bewaren voor een bestorming. Ook verzoeken ze om enkele retranchementen of een verschansing van boven de dijk van Amerongen en dat in een formaat als HHM raadzaam achten. Ze oordelen het zelf hoognodig om in elk geval een retranchement te maken bij het veer aan de Betuwse zijde tegenover de stad Wijk bij Duurstede, om naar gelang de situatie dat vereist de zijde van de stad grenzend aan het water te kunnen verdedigen met kanonnen en musketten.
Ten tweede verzoeken de supplianten HHM om de Rijn aan de Betuwse zijde vanaf Wijk bij Duurstede naar beneden tot aan de Vaartse Rijn of Vianen met krijgsvolk te bezetten, of tenminste de belangrijkste avenues en de plaatsen waar de vijand met weinig moeite zijn sloepen te water kan laten en snel volk kan overzetten.
Ten derde klagen de supplianten dat alle troepen te Arnhem onder het commando van graaf Ernst Casimir van Nassau zijn verdeeld, ten behoeve van de bezetting van de grenssteden op de IJssel tussen Doesburg en Zwolle, de steden Wageningen, Rhenen, alsmede de Waal stroomopwaarts tussen de dwarsdijk en Schenkenschans ['s-Gravenwaard] en vandaar de Rijn stroomafwaarts tot Wijk bij Duurstede. Ze laten het ter discretie van HHM of vanaf die zijde of uit de troepen geen koppen kunnen worden gelicht.
HHM verklaren ten eerste bericht te hebben ontvangen dat enkele compagnieën soldaten al binnen deze stad zijn gebracht, dat er om de stad enkele werken zijn gemaakt, dat er veertig gardes naar de dijk waren gebracht om deze door te steken, maar dat ze gelukkig commandant Duijck konden opdragen een travers op de dijk aan te leggen.
Ten tweede verklaren HHM dat uit de graafschappen Buren, Culemborg en de heerlijkheid Vianen de derde man uit de stad en de vierde man van de opgezetenen van het platteland van de graafschappen en de heerlijkheid worden opgeroepen, ouder dan twintig en jonger dan zestig. Ze moeten hun districten overdag en 's nachts met goede orders en goed bewapend beschermen en waken over de passages waarlangs de vijand de Betuwe zou kunnen binnenvallen. Ook roepen HHM de derde en vierde man onder dezelfde voorwaarden op uit de steden Leerdam, Heukelum, Asperen, IJsselstein, Beesd en Rhenoy. Ze dienen zich bewapend met een musket en vuurroer en voorzien van een spade of een schop en levensmiddelen voor een tijd van zes dagen te vervoegen in Ravenswaaij, alwaar ze van kolonel Haulterives orders over hun wacht en werkzaamheden zullen ontvangen.
Ten derde verklaren HHM dat aan graaf Ernst Casimir van Nassau is geschreven de compagnieën van de kolonels Haulterives, Harwod en Diden zo spoedig mogelijk te verdelen. Samen met burgers en boeren dienen zij de Nederbetuwe tussen Ravenswaaij en de buitenste dammen te bezetten.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 54 en gedeeltelijk afgedrukt in Aitzema, S. & O. kwarto II, 856-857/folio I, 871.