29/01/1630, 16

29/01/1630, 16

16 Eysinga voert aan dat Gerardt Mars, gecommitteerde van de graaf van Oldenburg, zich heeft gemeld. Hij verzoekt HHM ten eerste de graaf, zijn landen en onderdanen een akte van neutraliteit te verlenen met daarbij de verklaring dat ingeval de keizer het graafschap zou verlaten, HHM hun militie daar niet zullen inkwartieren. Ten tweede klaagt hij over de overlast en afpersing in het graafschap door het in Steenwijk gelegerde garnizoen. Z. Exc. heeft daaraan toegevoegd dat commandant Westerbeeck, door de graaf aangesproken over de overlast in het graafschap, in plaats van dit ter harte te nemen, de graaf een scherpe brief met dreigementen had geschreven.
HHM besluiten op het eerste punt de graaf voor zijn persoon, zijn huishouden, officieren alsmede zijn landen en onderdanen als neutraal te zullen beschouwen, wat zij altijd zijn geweest. Daarvan zal aan de graaf een passende akte worden gegeven, met de verklaring dat men van deze zijde de neutraliteit oprecht heeft onderhouden wat betreft het Duitse Rijk en HHM de intentie hebben dat te blijven doen. Verder is deze staat niet van zins het graafschap met een inkwartiering te belasten zolang de graaf en zijn onderdanen zich neutraal houden. Maar mochten vijanden van deze staat het graafschap komen te bezetten, dan zullen HHM deze vervolgen en aanvallen. Ten tweede wordt Z.Exc. verzocht de moeite te nemen maatregelen te treffen ten aanzien van de overlast van het garnizoen van Steenwijk en de door de commandant geuite dreigementen, zoals Z.Exc. tot behoud van de reputatie van het land en de krijgsdiscipline goedacht.