07/02/1630, 20

07/02/1630, 20

20 Vosbergen rapporteert conform de resolutie van HHM van 5 feb. te hebben gesproken met baron van Dohna. Hij heeft hem de bezwaren voorgelegd die de keurvorst van Keulen aanvoert om voor de baron een paspoort te verzorgen. De baron ontkent deel uit te maken van de acht van de keizer maar wil niet dat hierover geschillen ontstaan ten nadele van het land. Hij bedankt HHM voor het blijk van affectie en verklaart zich tot de dienst van HHM bereid. Dohna verzoekt de persoon die naar de keurvorst zal gaan 1de door hem aangevoerde argumenten mee te geven die de keurvorst duidelijk moeten maken dat hij noch openlijk, noch stilzwijgend in de genoemde acht is begrepen. Vosbergen rapporteert verder dat dit alles aan Z.Exc. bekend is gemaakt. Die werpt geen nadere bezwaren tegen Dohna op. Z.Exc. is van oordeel dat zo spoedig mogelijk een ander persoon aangewezen moet worden om naar de keurvorst afgezonden te worden.
HHM benoemen Vosbergen in de ambassade, die dit accepteert indien een paspoort voor hem wordt afgegeven. Anders kan hij de reis niet aanvaarden. Vosbergen zal door middel van een instructie worden gelast de door Dohna aangevoerde argumenten aan de keurvorst over te brengen.

1 Drie regels op folio 104 in S.G. 55 zijn gedeeltelijk onleesbaar door beschadiging van het register.