15/04/1630, 6

15/04/1630, 6

6 Ontvangen is een brief van de gedeputeerden van HHM Brunincx en Van Goch d.d. Tilburg 9 april, met onder andere het bericht dat tegen een vrouw in Oisterwijk een gruwelijke misdaad is begaan. De gedeputeerden willen van HHM weten of de hoogschout van 's- Hertogenbosch de delinquent mag vervolgen ten tijde van de besprekingen met de vijand.
HHM zullen de gedeputeerden terugschrijven de hoogschout te gelasten de delinquent te vervolgen indien het delict heeft plaatsgevonden of de delinquent zich ophoudt binnen de grenzen van de jurisdictie in de Meierij van 's-Hertogenbosch waar het gezag van de hoogschout geldt, conform het vonnis van de Raad van Brabant dat op dit punt aan vijandelijke zijde is gewezen.