05/05/1628

05 - 05 - 1628

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 HHM verlenen de op 20 april door de Staten van Holland gecommitteerde Willem van Beveren, oud-burgemeester van Dordrecht, zitting in de Staten-Generaal.

2 HHM depêcheren commissie voor de in een brief van de Staten van Holland tot raad van State genomineerde Olphert Barents, oud-burgemeester van Hoorn.
Barents legt de vereiste eed af en belooft zich te houden aan de instructie van de Raad.

3 HHM depêcheren ordonnantie op ontvanger Doublet vanwege de door graaf Herman Otto van Bronchorst verzochte betaling van driehonderd aan het leger voor Groenlo geleverde mud rogge.

4 Eindhoven verzoekt eenzelfde akte te krijgen als de andere [ Brabantse] dorpen op 2 sept. 1626 hebben gekregen.
HHM vragen hierover advies aan de RvS.

5 Kapitein Moulert antwoordt d.d. Gennep 26 april op last van HHM Ercken Huiben te hebben vrijgelaten. Moulert wil weten of hij personen uit het Land van Gulik [Jülich] voortaan op bevel van ontvanger Renssen moet executeren en of hij enkele boeren die een groep soldaten hebben neergeslagen moet ophalen.
HHM laten een beslissing over aan de RvS.

6 Z.Exc. vindt het niet goed om kapitein La Rocque met verlof naar Engeland te laten gaan. Wel mag La Rocque springbussen naar Engeland sturen, mits hij daarvoor 's lands belasting betaalt.
HHM sluiten zich hierbij aan.

7 De schout en schepenen en de dijkgraaf en gezworenen van Prinsenland verzoeken houtdelen, sparren, kordewagens, steen, kalk en ander voor het herstel van hun dijken benodigd materiaal te mogen invoeren tegen betaling van voldoende licent.
Tevens vragen zij de wachtkapitein van Prinsenland te gelasten de invoer van verse vis niet te verhinderen.
HHM vragen over beide verzoeken advies aan de RvS.

8 Om met zijn vrouw, kinderen, gevolg, paarden en bagage te mogen reizen verzoekt Johan Marcken, raad en secretaris van de Neuburgse rekenkamer, voor een half jaar paspoort, zoals hij dat heeft verkregen voor Hendrick Lamberts, raad van de rekenkamer van Brandenburg.
HHM stemmen hiermee in.

9 Johannes, paltsgraaf aan de Rijn, verzoekt d.d. Zweibrücken 29 feb. wijn door de Republiek te mogen vervoeren naar zijn jongere broer, de hertog en paltsgraaf Johan Casimir in Zweden. Daarvandaan wil hij enkele levensmiddelen voor zijn hofhouding en zijn moeder laten terugbrengen.
HHM stemmen hiermee in mits er 's lands belasting wordt betaald.

10 De keurvorst van Trier verzoekt d.d. Trier 20 dec. 1627 vrije uitvoer van vastenkost volgens een bijgevoegde lijst.
HHM stemmen hiermee in mits er 's lands belasting over wordt betaald.

11 De administrator van Maagdenburg schrijft d.d. Leiden 29 april tevreden te zijn met het bericht van Leonaert van Sorgen over de 16.850 rijksdaalder.
HHM nemen hierover geen besluit.

12 Brunincx en Aelberts zullen de zaak van dr. Pynacker afhandelen.

13 De burgemeesters en regeerders van Amsterdam bevelen schriftelijk de betaling aan voor de schippers die de ruiters van Mansfeld uit Frankrijk hebben overgebracht.
HHM schrijven over deze zaak aan de gezanten in Frankrijk opdat deze de beloofde betaling bewerkstelligen.

14 Abraham van Langdonck, Adriaen Segers van Wijck, de erfgenamen van Adriaen Maes, de weduwe van Jan Gewas en Alexander van Waelwijck, burgers van Breda, verzoeken opnieuw betaling van het door hen tijdens het beleg van Breda verstrekte geld.
HHM laten commies Van der Haer als ontvanger van het recht van de paspoorten 1.500 gld. uit zijn inkomsten verschaffen aan ontvanger Jan Bax of diens gemachtigde hier. Dit moet hij als volgt onder de supplianten verdelen: 550 gld. aan Van Langendonck, 450 gld. aan Segers, 200 gld. aan de erfgenamen van Maes, 150 gld. aan de weduwe van Gewaes en tevens 150 gld. aan Van Waelwyck. Het totaalbedrag moet wel uit het daartoe bestemde geld van de provincies worden terugbetaald aan commies Van der Haer.

15 Na resumptie van het op 3 mei ingediende verzoek van Martyn van der Medenlaten HHM ontvanger-generaal Doublet hem akte geven en beloven 1 okt. aanstaande 30.000 rijksdaalder te betalen. Dit bedrag wordt afgetrokken van de aan de Deense koning beloofde subsidie.

16 Feith vervangt Essen in de commissie die de door Gunter verzochte bespreking behandelt.

17 Het rapport van Antwerpen en Aelberts over de rekening van de VOC wordt onderbroken.

18 In aanwezigheid van Z.Exc. bespreken HHM het op 29 april opgestelde rapport inzake de afdanking van de Brandenburgse ruiters.
De Kleefse raden hadden de ruiters niet mogen afdanken zonder voorkennis van HHM en zeker niet wegens geldgebrek. Er is immers genoeg geld om het volk en nog meer te betalen als er niets zou zijn kwijtgescholden, het geld niet was uitgegeven en de tegoeden zouden worden geïnd. Daarom dringen HHM er bij de raden op aan de afgedankte ruiterij weer op de oude sterkte te brengen, de compagnieën in Soest [in Westfalen] elk met honderd man te versterken, de achterstallige soldij te voldoen en voortaan behoorlijk te betalen. Bij uitstel zal men overste Gent opdracht geven de tegoeden en contributies in naam van de keurvorst te innen en ontvanger Merkelbach het geld te laten ontvangen, de soldaten te betalen en correct rekening en verantwoording af te leggen. Overste Gent krijgt hiertoe akte maar HHM achten het voor de reputatie van de keurvorst beter wanneer de raden zelf de bovenstaande maatregelen nemen in plaats van dit door anderen te laten doen.
HHM hebben niet alleen de contributies van het Land van Gulik [Jülich] ter betaling gekregen van de obligatie van 100.000 rijksdaalder maar ook de helft van het aandeel van de keurvorst in de domeinen van Gulik, Berg en Ravensberg. Daarom schrijven zij de raden de inkomsten hieruit aan hun ontvanger Hoeffyser te betalen.