Biografisch Woordenboek van Nederland: 1780-1830

 
English | Nederlands

ROEST VAN ALKEMADE, Antonie Matthias Jacob Joseph baron, legerofficier en hoffunctionaris (Dordrecht 16-4-1783 – Modena (Koninkrijk Italië) 18-12-1811). Zoon van Theodoor Jan baron (verheven bij diploma van keizer Joseph II d.d. 16-1-1782) Roest van Alkemade, heer van Werkendam en De Werken en in Grijsoort, landeigenaar, en Margaretha Jacoba barones van Wassenaer. Hij was ongehuwd.

Antonie Roest van Alkemade stamde uit een rooms-katholiek, van oorsprong Amsterdams koopmansgeslacht. Een jaar voor zijn geboorte was zijn vader, grootgrondbezitter en ambachtsheer in het Land van Heusden en Altena, door de Keizer van het Heilige Roomse Rijk met de titel baron in de Zuid-Nederlandse adelstand verheven. Waarom Antonie als enige zoon – hij had alleen een jongere zuster – en als eerste in zijn familie in oktober 1806 in legerdienst trad, is onbekend. Ook is niet duidelijk waarom hij dit op betrekkelijk late leeftijd deed: hij was toen al ruim 23 jaar oud.

Roest van Alkemade begon zijn militaire carrière als ordonnansofficier van koning Lodewijk Napoleon, die in juni 1806 door de Franse keizer Napoleon op de troon van het koninkrijk Holland was geplaatst. In het gevolg van de Koning maakte hij in oktober en november 1806 een deel van de veldtocht tegen Pruisen mee. Eind december van hetzelfde jaar werd hij tweede luitenant in het 2de Regiment Huzaren.

Een collega officier typeerde Roest van Alkemade als ‘een jongeman met een zeer gedistingeerd voorkomen, een natuurlijk esprit en oneindig veel tact’, die zich als een ‘uiterst gewiekste hoveling’ bij de Koning geliefd wist te maken (Puraye I, 375). Maar er werd ook wel beweerd dat hij deze begunstiging te danken had aan Lodewijk Napoleons moeder, Madame Mère. Op aandringen van enkele vooraanstaande Françaises zou zij er haar zoon op hebben gewezen dat, toen deze dames tijdens de Revolutie naar Holland waren gevlucht, zij door Roests vader bijzonder gastvrij waren ontvangen (Colenbrander V-1, 203).

De vorstelijke gunst legde Roest van Alkemade geen windeieren. Eerst werd hij op 13 november 1807 aangesteld als stalmeester van de Koning. Nog geen twee weken later ontving hij het ridderkruis in de door Lodewijk Napoleon ingestelde Orde van de Unie, zonder opvallende prestaties te hebben verricht. Op 1 januari 1808 volgde zijn bevordering tot eerste luitenant en al op 10 februari die tot ritmeester bij het 2de Regiment Huzaren.

Hierbij bleef het niet. Toen Lodewijk Napoleon begin augustus 1808 een Korps Adelborsten van de Koninklijke Garde oprichtte, kreeg Roest van Alkemade hierover het commando in de rang van luitenant-kolonel. Deze aanstelling duurde amper vier maanden, want op 27 november volgde zijn benoeming tot kolonel-adjoint bij de generale staf van het leger. Twee weken later veranderde de Koning opnieuw van mening. Op 10 december 1808 werd Roest namelijk aangesteld als chef-staf van de Hollandse Brigade, die sinds eind oktober van dat jaar aan de zijde van Napoleons troepen in Spanje vocht. Tegenover haar bevelhebber, generaal-majoor , rechtvaardigde Lodewijk Napoleon zijn niet voor de hand liggende keuze met de woorden: ‘ Het is een nog jonge officier, maar het ontbreekt hem niet aan talenten. Ik wens daarom dat u hem in staat stelt zich te ontwikkelen en zijn vak onder de knie te krijgen’ (Duboscq, 284).

Chassé wist zich snel van Roest van Alkemade te ontdoen door hem in januari 1809 tijdelijk het bevel toe te vertrouwen over het 3de Regiment Huzaren, nadat de commandant gewond was geraakt. Op 27 maart deelde deze eenheid, als onderdeel van het Franse 4de Legerkorps onder leiding van divisie-generaal Horace Sébastiani, in de overwinning bij Ciudad Real. Roest chargeerde hier aan het hoofd van een eskadron van zijn huzarenregiment tegen een Spaanse overmacht. Getroffen door een kogel die zijn linkerzij doorboorde, viel hij van zijn paard en belandde midden tussen de vijandelijke troepen. Een adjudant en een trompetter wisten hun zwaargewonde kolonel in veiligheid te brengen. Roests optreden wekte de bewondering van zijn omgeving, in het bijzonder van generaal Sébastiani, die in een brief aan de Koning speciaal melding maakte van diens ‘buitengewone onverschrokkenheid’. Op 29 april bevorderde Lodewijk Napoleon hem tot generaal-majoor. Deze ongekende carrièresprong – in drie jaar tijd van luitenant naar generaal – bleef uiteraard niet onbesproken (Puraye I, 275).

Als oorlogsheld keerde Roest van Alkemade naar Holland terug, en Lodewijk Napoleon liet niet na om hem als zodanig te eren. Hij stelde hem de eerst vrijkomende commandeursplaats in de Orde van de Unie in het vooruitzicht, die hem inderdaad op 1 oktober 1809 ten deel viel. Eerder, op 17 juni 1809, had de Koning hem tot opperhofmaarschalk in zijn paleis benoemd, met de daaraan verbonden hoge waardigheid van civiel grootofficier van de Kroon. Ook hierover werden de wenkbrauwen gefronst. Bij een ogenschijnlijk gebrek aan ‘onderscheidende talenten’ of ‘superieure eigenschappen’ moest volgens de een de ‘uitzonderlijke bevordering’ van deze twintiger worden toegeschreven aan het streven van de Koning meer rooms-katholieken in zijn hofhouding op te nemen (Van Hogendorp, 223). Een ander beklemtoonde de ongerijmdheid deze weliswaar eervolle, maar niettemin bestuurlijke functie toe te vertrouwen aan ‘een jong en moedig krijgsman’. Want, zo smaalde deze criticaster, ‘in plaats van de onverschrokkene Jagers van de Garde in het vuur te brengen, kwam hij het gebied voeren over een legioen dienstboden van allerlei slag. En in plaats van de groote kunst des oorlogs te bestuderen, moest hij slagters- en kruideniersrekeningen leeren nazien’ (Garnier, 221-222).

De functie van opperhofmaarschalk bracht Roest van Alkemade voortdurend in de nabijheid van de Koning en gaf daarom veel invloed. Maar ook los daarvan zochten zij elkaar op: naar verluidt zouden ‘zij tezamen gehele dagen biljard spelen’ (Puraye, 275). Hoewel kwade tongen beweerden dat ‘hij zich alle allures van een favoriet aanmat’ (ibidem, 375), misbruikte Roest zijn positie naar het schijnt niet voor persoonlijk of politiek gewin. Daarvoor was hij te jong en te onervaren. Liever gaf hij zich in zijn vrije uren over ‘ aan al de neigingen eener zeer vurige jeugd, waaraan de post, welken hij aan het hof verkregen had, hem de gelegenheid gaf van op zijn gemak te voldoen’ (Garnier, 222). Hierbij vond hij een geestverwant én voorbeeld in luitenant-generaal Adrien-François Bruno, de Franse opperstalmeester van Lodewijk Napoleon. Als ‘Orestes en Pylades’ trokken deze twee grootofficieren van de Kroon incognito door nachtelijk Amsterdam op zoek naar vertier (ibidem, 223).

Roest van Alkemade behoorde tot de vertrouwelingen die de Koning begeleidden toen deze eind november 1809 door Napoleon naar Parijs werd ontboden. De Keizer hoopte zijn broer tot een volgzamer beleid te brengen door hem in persoonlijke ontmoetingen zwaar onder druk te zetten. Uiteindelijk zou het verblijf in Frankrijk gelijkstaan aan een semi-gevangenschap en ruim vier maanden – tot begin april 1810 – duren. Tussendoor gaf Lodewijk Napoleon andermaal blijk van waardering voor zijn opperhofmaarschalk door hem op 1 december 1809 de hoogste onderscheiding, namelijk het grootkruis, binnen de Orde van de Unie te verlenen. Na terugkeer van de Koning in Holland was het snel met diens koninkrijk gedaan. Hij abdiceerde op 1 juli 1810 en begaf zich in ballingschap; zonder Roest, die hij na lange wikken en wegen besloot niet mee te nemen.

Roest van Alkemade was een van de zeer weinige Hollandse opperofficieren die zonder rangsverlaging mocht overgaan in Franse dienst. Als brigade-generaal werd hij eind december 1810 toegewezen aan het leger van het Koninkrijk Italië, waar Napoleons stiefzoon Eugène de Beauharnais onderkoning was. Al na een maand moest hij om gezondheidsredenen verlof nemen. Nadat Roest in juni 1811 de dienst had hervat, werd hij commandant van het departement Panaro en toegevoegd aan de 4de Divisie van het leger van het Koninkrijk Italië. Zijn gezondheid liet hem echter opnieuw in de steek. Eind december 1811 overleed hij in Modena aan een borstziekte. Hij was 28 jaar oud.

Literatuur:

A.J.C.M. Gabriëls

laatst gewijzigd: 14/08/2018