Beaujon, Aletta Clémence (1933-2001)

 
English | Nederlands

BEAUJON, Aletta Clémence (geb. Willemstad, Curaçao 1-5-1933 – gest. Oranjestad, Aruba 3-7-2001), dichteres, psychologe. Dochter van Jan Hendrik Rudolf Beaujon (1902-1976), werkzaam bij de KNSM, koopman, en Jeanette Catherine Debrot (1904-1997). Aletta Beaujon trouwde in 1957 in Willemstad met Eduard Cornelis Johannes van Leeuwen (1931-2006), Shell-medewerker. Uit dit huwelijk, in 1967 ontbonden, werden 2 zoons geboren.

Aletta Beaujon groeide op in de wijk Otrobanda in Willemstad, als derde van vijf kinderen in een blank, protestants gezin dat tot de sociale bovenlaag van de eilandbevolking behoorde. Als klein meisje bracht ze haar vakanties door op de plantage van haar oom, de Antilliaanse schrijver, jurist, arts en politicus Colá Debrot. Later zou ze herinneringen hieraan verwerken in haar gedichten. Aletta ging naar de mulo (de Wilhelminaschool) en ontdekte al vroeg haar liefde voor taal. Op school won zij de Neerlandia-prijs, een onderscheiding voor het vak Nederlands. Na haar schooltijd in Willemstad deed ze een 'senior year' op highschool in Philadelphia. Van 1950 tot 1955 studeerde Beaujon psychologie aan de Northwestern University in Evanston, Illinois. Ze was vooral geïnteresseerd in criminele en pediatrische psychologie.

Gedichten aan de Baai

Gestimuleerd door haar oom Debrot debuteerde Aletta Beaujon in 1957 als dichteres in een dubbelnummer van het literaire tijdschrift Antilliaanse Cahiers. Deze verzameling van haar gedichten, Gedichten aan de Baai en elders, bestond uit 67 Nederlandse gedichten, tien Engelse gedichten en één gedicht in het Papiaments. De ontvangst van de bundel was positief. In 1959 verschenen opnieuw veertien Engelstalige gedichten van Beaujon in Antilliaanse Cahiers, onder de naam Poems while in Delos.

Aletta Beaujon trouwde in 1957 met Eduard van Leeuwen, een Nederlander die werkte bij oliemaatschappij Shell. Vanwege het werk van Van Leeuwen verhuisde het gezin naar Valencia, Venezuela, waar Beaujon een societyleven leidde. Ze kregen twee zoons: Jeannouel (1958) en Juan Carlos (1961). In 1966 liep het huwelijk op de klippen en het jaar erna keerde Beaujon met haar zoons terug naar Curaçao. Ze ging wonen in de wijk Mahaai-Van Engelen, dichtbij haar familie, en werkte als klinisch psychologe. In 1969 verhuisde Beaujon met haar zoons naar Nederland; achtereenvolgens woonde ze in Baarn, Noordwijk aan Zee en Oegstgeest. Na in 1973 aan de universiteit van Utrecht te zijn gepromoveerd werkte ze als psychologe in Leiden; haar kinderen studeerden er aan de universiteit. Vaak bezocht ze haar oom Debrot, die in het Rosa Spier Huis in Laren woonde. Jaarlijks ging ze met haar kinderen naar haar familie op Curaçao, opdat zij de taal niet zouden verleren. Ook de Sinterklaasgedichten van het gezin waren in het Papiaments.

Na elf jaar Nederland vertrok Aletta Beaujon in 1980 weer naar de Antillen – zonder haar zoons, die inmiddels volwassen waren. Op Aruba ging ze werken met geestelijk gehandicapte kinderen. In 1999 werd ze ernstig ziek. Aletta Beaujon stierf op 3 juli 2001 in het Horatio Oduber Hospitaal aan de gevolgen van kanker, 68 jaar oud. Zij ligt begraven op Santa Anna op Aruba.

Weggespoelde woorden

In 2008 vond Klaas de Groot in de Openbare Bibliotheek van Den Haag een kantooragenda van Aletta Beaujon over het jaar 1957. Deze was waarschijnlijk via Debrot in de boekencollectie van Sticusa ondergebracht en vervolgens meeverhuisd naar de Haagse bibliotheek. In de agenda stonden 78 handgeschreven gedichten. Onder de titel Words washed away / Weggespoelde woorden zijn 64 tot dan toe onbekende, voornamelijk Engelstalige gedichten samen met 14 in 1959 al gepubliceerde gedichten, gebundeld. In 2009 verzorgden Aart G. Broek en Klaas de Groot een uitgave met alle gedichten van Beaujon: De schoonheid van blauw.

Aletta Beaujon is een gewaardeerde dichteres uit de Nederlandse Antillen. Zij hield zich bezig met het behoud van het Papiaments en deed onderzoek naar het ontstaan van het Papiaments en naar de oorsprong van haar eigen familie op de Antillen. De dichtkunst van Beaujon heeft veel betekend voor de literaire ontwikkeling van Curaçao. Beaujon heeft een eigen geluid; in haar gedichten komen stille dromen tot leven. ‘Ik kan hier hete rotsen/ zweten zien en ruikend proeven/ alles wat zij samen ’s avonds zoeken/ stenen vallen aan hun voeten/ in de maan zijn zij weer weggedanst’ (De schoonheid van blauw, 117).

 

Archivalia

Centrale Bibliotheek, Den Haag: Antilliana Collectie, Nederlands 875/beau [agenda met gedichten, 1957].

Publicaties

  • ‘Gedichten aan de baai en elders’, Antilliaanse Cahiers 2 (1957) nr. 3/4.
  • ‘Poems while in Delos’, Antilliaanse Cahiers 3 (1959) nr. 4.
  • Cola Debrot: biografische en psychologische kanttekeningen, De eenheid van het kristal. Cola Debrot Symposium 1986 (Curaçao 1988) 3-24.
  • De schoonheid van blauw / The beauty of blue, A.G. Broek en K. de Groot ed. (Haarlem 2009).

Literatuur

  • ‘Alette Beaujon verzameld’, WerkgroepCaraibischeletteren.nl, 31-5-2009.
  • ‘Verzamelde gedichten van Aletta Beaujon’, Werkgroepcaraibischeletteren.nl, 27-10-2009.
  • Juan Carlos van Leeuwen en Jeannouel van Leeuwen, ‘Gedachten aan Aletta’, De schoonheid van blauw (Haarlem 2009) 11-16.
  • Aart G. Broek en Klaas de Groot. ‘Nawoord’. De schoonheid van blauw (Haarlem 2009) 275-290.
  • Wim Rutgers, Poëzie Aletta Beaujon verzameld, Antilliaans Dagblad, 21-11-2009.
  • ‘Een levenslustige dichter met een ongerijmd verlangen’, WerkgroepCaraibischeletteren.nl, 2-12-2009.
  • ‘De schoonheid van blauw’, WerkgroepCaraibischeletteren.nl, 11-12-2009.
  • Joop Leibrand, ‘Weg uit een schaduwtroebel land’, Meander Magazine, 16-12-2009.
  • Ezra de Haan, ‘De schoonheid van blauw van Aletta Beaujon’, Literatuurplein.nl, 18-12-2009.

Illustratie

Aletta Beaujon, door onbekende fotograaf, jaartal onbekend.

 

Auteur: Zaza de Ridder (met dank aan Klaas de Groot en Michiel van Kempen)

laatst gewijzigd: 07/11/2017