Bentinck, Marie Amélie Mechtild Agnès gravin van Aldenburg (1879-1975)

 
English | Nederlands

BENTINCK, Marie Amélie Mechtild Agnès gravin van ALDENBURG, vooral bekend als Marie barones van Heeckeren (geb. Hannover, Duitsland 16-9-1879 – gest. Ambt Delden 19-9-1975), oprichtster Stichting Twickel. Dochter van Carel Reinhard Adalbert graaf van Aldenburg Bentinck (1853-1934), en Helene Agnes van Waldeck Pyrmont (1859-1942). Marie van Aldenburg Bentinck trouwde op 8-6-1922 in Amerongen met Rodolphe Frédéric baron van Heeckeren van Wassenaer (1858-1936). Dit huwelijk bleef kinderloos.

Marie van Aldenburg Bentinck groeide op in een adellijk milieu: haar vader was een telg van het Gelderse geslacht Bentinck en haar moeder was afkomstig uit de grafelijke tak van de Duitse familie Waldeck-Pyrmont. Marie – als meisje Mieschen genoemd – werd thuis onderwezen door haar gouvernante. Nadat de ouders in 1885 waren gescheiden, trok haar vader met Marie in bij zijn moeder, op kasteel Middachten in De Steeg, bij Arnhem. Op haar 22ste, in 1901, verhuisde ze met haar vader, tante en gouvernante naar kasteel Zuylenstein in het Utrechtse Leersum. Dit huis behoorde tot de eigendommen van haar oom Godard van Aldenburg Bentinck, die ook eigenaar en bewoner was van het verderop gelegen kasteel Amerongen, waar keizer Wilhelm II na zijn vlucht naar Nederland in 1918 te gast was. De jonge Marie kwam hier regelmatig over de vloer. Ook kwam ze vaak bij haar oom en tante op het Twentse landgoed Weldam in Markelo, en bezocht ze het landgoed Twickel, waar de broer van haar aangetrouwde tante woonde: Rodolphe (Dolly) Tredene van Heeckeren, baron van Wassenaer.

Stichting Twickel

In 1922 kreeg de inmiddels 42-jarige Marie van Aldenburg Bentinck een huwelijksaanzoek van Rodolphe van Heeckeren, die zij oom noemde en die 22 jaar ouder was. Ze accepteerde zijn aanzoek en het tweetal trouwde nog datzelfde jaar op kasteel Amerongen, in aanwezigheid van wederzijdse familieleden en de Duitse keizer in ballingschap. Vijf maanden later trok het pasgetrouwde stel naar landgoed Twickel. Van Heeckeren zag in zijn aangetrouwde nichtje de geschikte persoon om de zorg voor Twickel over te nemen als hij daartoe niet meer in staat zou zijn. Ze waren dan ook in gemeenschap van goederen getrouwd en ‘de barones’, zoals Marie van Heeckeren van Aldenburg Bentinck voortaan werd genoemd, woonde alle vergaderingen en bijeenkomsten met betrekking tot het beheer van het landgoed bij. In tegenstelling tot haar moeilijk benaderbare echtgenoot legde de nieuwe barones gemakkelijk contacten met pachters, personeel en buurtbewoners.

Marie van Heeckeren hield zich persoonlijk bezig met het voltooien van de inrichting van het huis waardoor de sfeer in het kasteel aanzienlijk veranderde, en met de aanleg van een ijsbaan op het landgoed in 1924. Dat laatste gebeurde op verzoek van de plaatselijke ijsclub, die vernomen had dat zij zelf een verwoed kunstrijdster was. Ook was ze tuinierster en in 1932 liet ze een rotstuin aanleggen naar haar eigen ontwerp, geïnspireerd op de Engelse tuinontwerpster Gertrude Jekyll. Jarenlang maakte de barones beplantingsplannen voor de tuin. Nauwkeurig hield ze bij welke planten waar gebruikt werden. In de kleurrijke borders, die werden afgewisseld met zwerfkeien, gazon en stenen objecten, stonden planten van de eigen kwekerij van het landgoed.

Oorlogsjaren

Toen Rodolphe van Heeckeren in 1935 ernstig ziek werd, trok het echtpaar naar het Kurhaus in Scheveningen. Na zijn dood (1936) keerde Marie van Heeckeren terug op landgoed Twickel. Ze bleef daar wonen, ook toen de oorlog uitbrak. In 1943 verleende de barones tijdelijk gastvrijheid aan een twintigtal bejaarden die uit hun tehuis in Voorburg waren verdreven. Een jaar later moesten zij plaatsmaken voor de staf van rijkscommissaris Seyss Inquart, die het huis had gevorderd. Met grote tegenzin – want de barones was sterk ‘anti-Hitler’ – moest zij nu adjudant Heinisch met diens vrouw en hun gevolg onderdak bieden. In april 1945 kwam er een dramatisch einde aan deze inwoning: hij doodde zijn vrouw, kleinzoon en zichzelf toen de Canadezen voor de poort stonden. De barones had hem tevergeefs hiervan proberen te weerhouden.

Marie van Heeckeren had haar man beloofd een juridische constructie te bedenken die het voortbestaan van het landgoed zou garanderen. Tijdens de oorlogsjaren maakte ze hiervoor plannen waarbij ze zich liet adviseren door Jan van Heek, eigenaar van huis Bergh (’s-Heerenberg). In diens navolging besloot ze het landgoed en de gehele inventaris over te dragen aan een in het leven te roepen stichting. Die kwam er uiteindelijk in 1953, nadat de minister van Financiën had bepaald dat de nieuwe stichting geen schenkingsrechten hoefde te betalen. De barones werd voorzitter van de stichting.

Familiebank

Marie van Heeckeren bleef hierna betrokken bij het reilen en zeilen van het landgoed en had frequent overleg met de rentmeester, Kees Brunt. Ze was bevriend met prinses Armgard, de moeder van prins Bernhard, die het nabijgelegen huis Warmelo in Diepenheim bewoonde. Ook was ze een trouw bezoekster van de Nederlands-Hervormde kerk in Delden, waar ze via een eigen ingang op de familiebank kon plaatsnemen. Ook bleef ze tot op hoge leeftijd een fervent tuinierster en onderhield ze goede contacten met pachters en boeren op het landgoed. In 1959 werd haar tachtigste verjaardag groots gevierd door de Deldense dorpelingen met klokgelui, een aubade door schoolkinderen en een bezoek van tweehonderd pachters aan de barones.

Op 26 september 1975 stierf Marie van Heeckeren in de ouderdom van 96 jaar op landgoed Twickel. Ze werd bijgezet in het familiegraf in Delden, bij haar echtgenoot en diens broer George van Heeckeren. Het woonrecht van het landgoed Twickel ging over op haar achterneef, Christian Graaf zu Castell-Rüdenhausen. In het huis zijn nog talloze sporen van de barones te vinden. De huidige vergaderkamer van de stichting herbergt nog haar schrijfbureau, boeken en enkele schilderijen uit haar omvangrijke kunstverzameling. Ook haar slaapkamer en kleedkamer zijn onveranderd gebleven.

Betekenis

Door Twickel belangeloos te schenken aan een stichting, indertijd een ongebruikelijke constructie, behoedde Marie van Heeckeren het landgoed voor de ondergang. Haar inspanningen voor het behoud van Twickel werden in de omgeving zeer gewaardeerd: de gemeenten Ambt- en Stad-Delden maakten de barones in 1953 tot ereburgeres. In 1958 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Ruim tien jaar daarna, in 1969, werd ze bovendien benoemd tot erelid van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde vanwege haar opmerkelijke inspanningen op horticultureel gebied.

Naslagwerken

Nederland’s adelsboek; Overijsselse biografieën.

Archivalia

In het huisarchief Twickel berust het archief van het echtpaar Van Heeckeren – van Aldenburg Bentinck. Inventarisnrs. 1900 t/m 1970 bevatten stukken betreffende de barones. Nr. 1904 bestaat uit 32 dagboeken die de barones bijhield.

Literatuur

  • R.W.A.M. Cleverens, Het huis Twickel en zijn bewoners. Een adellijke familiegeschiedenis (Oldenzaal 1981)
  • ‘Feest voor jarige Douairière’, De Telegraaf, 14-09-1959
  • ‘Laatste barones van Twickel is dood’, Het Vrije Volk, 24-9-1975.
  • A.J. Brunt, Inventaris van het huisarchief Twickel 1133-1975 (Zwolle/Delden 1993).
  • Jan Haverkate, Aafke Brunt en Barbara Leyssius, Twickel. Bewoond en bewaard 1133-1975 (Zwolle 1993).
  • Marguérite van Lynden, ‘De rotstuin weer in oude glorie hersteld’, Twickelblad 2 (1994) 9-11.
  • Marieke Oprel, ‘Twickel als vijandelijk vermogen?’, Twickelblad (2015) zomer, 5-6.

Illustratie

Marie van Heeckeren op de pachtersbank in de rotstuin, door onbekende fotograaf, 1959 (Stichting Twickel).

Auteur: Marieke Smulders (met dank aan Aafke Brunt)

laatst gewijzigd: 18/09/2017