Bleeker, Caroline Emilie (1897-1985)

 
English | Nederlands

BLEEKER, Caroline Emilie (geb. Middelburg 17-1-1897 – gest. Zeist 8-11-1985), natuurkundige en onderneemster. Dochter van Johannes Lambertus Bleeker (1849-1938), predikant, en Gerhardina Barta Döhne (1861-1939). Lili Bleeker had een langdurige relatie met Gerardus Johannes Dienus Jacobus Willemse (1902-1980) natuurkundige en ondernemer.

Lili Bleeker werd in 1897 in Middelburg geboren als vijfde en jongste kind van Lambertus Bleeker, predikant van de Evangelisch-Lutherse gemeente in die stad, en Gerhardina Barta Döhne, huisvrouw. Ze was een begaafd kind, dat de eerste klas oversloeg. In 1913 haalde zij het vijfjarige hbs-diploma en in 1915 deed zij staatsexamen hbs-b, waarna zij ‘uit verveling’ wiskunde ging studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Na het kandidaatsexamen (1918) probeerde ze als lerares geld te verdienen voor haar studie astronomie, maar ‘dat was geen groot succes, ik was geloof ik, te jong’ (Algemeen Handelsblad, 21-1-1954). Daarom begon zij met het geven van bijlessen. Vanaf 1919 werkte zij bovendien op de Utrechtse Sterrenwacht Sonnenborgh en als assistente bij diverse hoogleraren in het Physisch Laboratorium. Na in 1923 te zijn afgestudeerd promoveerde Bleeker in 1928 cum laude op: Emissie- en dispersiemetingen in de seriespectra der alkaliën. Het proefschrift werd gedrukt bij drukkerij Willemse, het bedrijf van de vader van Gerard Willemse, haar studiegenoot en levenspartner.

Physisch Adviesbureau

Op 5 juni 1930 startte Bleeker het Physisch Adviesbureau, waarmee ze voorlichting gaf over ontwerp, gebruik en constructie van wetenschappelijke instrumenten. In september van dat jaar begon ze, eveneens in Utrecht, een instrumentenfabriek ‘met één draaibankje en één boormachientje […] benevens een werkbank’ (brief aan M.J. Schoen, 10-11-1968). Het bedrijfje verzorgde de serievervaardiging van wetenschappelijke instrumenten, aanvankelijk vooral voor laboratoria. In maart 1933 verhuisde het fabriekje naar de Korte Nieuwstraat. De zaken gingen goed en belendende panden werden aangekocht. In 1934 telde het bedrijf 25 werknemers. Ook Willemse trad tot het bedrijf toe.

Op advies – en met een financiële bijdrage – van de Groningse hoogleraar en uitvinder Frits Zernike breidde Lili Bleeker het bedrijf in 1937 uit met een afdeling voor de productie van optische apparatuur. Vanaf 1939 zetten Willemse en zij de onderneming voort onder de naam Nederlandse Optiek en Instrumentenfabriek dr. C.E. Bleeker (NEDOPTIFA). Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest het bedrijf veel personeel ontslaan, met als gevolg dat Bleeker ook regelmatig zelf moest bijspringen. In de fabriek waren Joodse onderduikers verborgen. Toen begin 1944 de Feldgendarmerie een inval deed, hield Bleeker de invallers aan de praat, zodat de onderduikers zich in veiligheid konden brengen. Willemse en zijzelf werden meegenomen voor verhoor, maar nog diezelfde dag vrijgelaten. Voor alle zekerheid raadden zij hun medewerkers aan niet terug te komen in de fabriek, die daarna door de Duitsers en hun handlangers bijna volledig werd leeggeroofd. Lili Bleeker dook tot het einde van de oorlog met Willemse onder in Zeist. Later ontving ze voor haar moedige optreden een koninklijke onderscheiding.

Fasecontrastmicroscopen

Na de oorlog pakten Bleeker en Willemse het herstel van het bedrijf voortvarend aan en in november 1949 opende de toenmalig minister van Economische Zaken in Zeist een gloednieuwe fabriek. ‘Tot directeuren (werden) benoemd de heren [sic!] dr. C.E. Bleeker en dr. G.J.D.J. Willemse’, aldus het Algemeen Handelsblad (12-2-1949). Bleeker Optiek was het eerste bedrijf ter wereld dat complete fasecontrastmicroscopen produceerde. Bleeker had voor de ontwikkeling daarvan nauw samengewerkt met Zernike – in 1947 hadden zij samen het octrooi verworven. Toen Zernike in 1953 voor zijn uitvinding de Nobelprijs voor de Natuurkunde ontving, deelde Bleeker mee in de eer.

In Zeist groeide het personeelsbestand tot zo’n honderdvijftig mensen. Bleeker leidde haar eigen mensen op. Zo leerde ze hen goed kennen en kon ze inspelen op de behoeften van het bedrijf. Alle producten kregen een scherpe eindcontrole, waarbij Bleeker de eindverantwoordelijkheid hield. In 1961 leidde ze persoonlijk koningin Juliana rond in het bedrijf. De positie van NEDOPTIFA was toen al verzwakt: er was een gebrek aan financiële middelen en bovendien toonde Bleeker weinig begrip voor de veranderende arbeidsverhoudingen en de vakbonden. Haar specialisten werden weggekocht en er ontstond een gespannen relatie met de Raad van Commissarissen. Bleeker gaf te kennen dat het werk haar ook fysiek te zwaar werd – ze was inmiddels boven de zestig. Willemse en zij werden op eigen verzoek eervol ontslagen en legden op 31 december 1963 hun functie neer.

In 1980 overleed Gerard Willemse. Lili Bleeker leed de laatste jaren van haar leven aan de ziekte van Alzheimer en woonde in Huize Adullum in Zeist. Ze stierf op 8 november 1985, 88 jaar oud. Bij haar begrafenis, op de Algemene Zeister Begraafplaats, werd met geen woord gerept over haar levenswerk. Zij werd naamloos begraven bij Gerard Willemse. Pas veel later kwam dankzij haar biograaf, Gijs van Ginkel, ook haar naam op het graf.

Betekenis

Caroline Emilie Bleeker was een opmerkelijke vrouw: niet alleen promoveerde zij in 1928 cum laude als natuurkundige en ontwikkelde zij met Nobelprijswinnaar professor Zernike de fasecontrastmicroscoop, ook wist zij als onderneemster een bloeiend bedrijf op te zetten en te leiden. Haar Physisch Adviesbureau wordt wel beschouwd als voorloper van TNO. Te harer nagedachtenis werd het nieuwe onderkomen van de Instrumentele groep fysica van de Universiteit Utrecht in 1998 het Caroline Bleekergebouw gedoopt.

Naslagwerken

Persoonlijkheden.

Archivalia

  • Nationaal Archief, Den Haag: Archief NHM, nr. 13522, BE 67, Archief van de Raad van Commissarissen van de Nederlandsche Optiek- en Instrumentenfabriek Dr. C.E. Bleeker NV [Nedoptifa] te Zeist 1946-1970.
  • Particulier archief Van Ginkel, Utrecht: o.a. kopie van het octrooi op de fasecontrastmicroscoop; brief van C.E. Bleeker aan ir. M.J. Schoen, d.d. 10-11-1968.

Literatuur

  • ‘Nederland kreeg optische industrie mede dank zij het werk van een vrouw’, Algemeen Handelsblad, 21-1-1954.
  • Gijsbert van Ginkel, ‘De Nederlandse Optiek en instrumentenfabriek Dr. C.E. Bleeker. Meer dan zestig jaar interactie met de Natuurkunde’, Fylakra 36 (1992) nr. 4, 41-59.
  • Gijsbert van Ginkel, Dr. Caroline Emilie Bleeker en de Nederlandse Optiek- en Instrumentenfabriek Dr. C.E. Bleeker (Odijk 1997).
  • Marianne Offereins, ‘Caroline Emilie Bleeker (1897-1985). Een vrouw in een fysisch bedrijf’, in: Annemarie de Knecht-van Eekelen en Ida Harmina Stamhuis red., Zy is toch wel zeer begaafd’. Historische bijdragen over vrouwen in de bètawetenschappen (Rotterdam 1997) [themanummer Gewina, nr. 20] 297-308.
  • Marianne Offereins, ‘Vrouwenminiaturen uit de natuurwetenschappen. Dr. Caroline Emilie (Lili) Bleeker (1897-1985)’, NVOX 24 (1998) nr. 3, 143-145.
  • Marianne Offereins, ‘Dr. Caroline Emilie Bleeker (1897-1985): een bijna vergeten Middelburgse natuurkundige’, Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 7 (1998) 16-23.

Illustratie

Caroline Bleeker achter een draaibank, door onbekende fotograaf, ca. 1930 (Universiteitsmuseum Utrecht).

Auteur: Marianne Offereins

laatst gewijzigd: 28/03/2017